We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.

Paritair Comité voor het vervoer. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 1995. - Sectoraal tewerkstellingsplan toepasselijk op de geregelde en speciale autobusdiensten en op de autocarondernemingen (Overeenkomst geregistreerd op 25 september 1995 onder het nummer 39095/CO/ 14

Date :
22-05-1995
Language :
French Dutch
Size :
3 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 1995052258

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel 1 Toepassingsgebied.
  Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen voor geregelde en speciale autobusdiensten en van de autocarondernemingen die afhangen van het Paritair Comité voor het Vervoer.
  Onder "autocarondernemingen", bedoelt men de ondernemingen die ongeregelde diensten, pendeldiensten en/of geregelde internationale diensten uitbaten.

Artikel 2 Juridisch kader.
  Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van :
  a) het centraal akkoord 1995-1996 van 7 december 1994, in het bijzonder punt 1.1.;
  b) de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 60 van 20 december 1994, gesloten in de schoot van de Nationale Arbeidsraad, tot bepaling van de doelstellingen en de procedure voor het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de bevordering van de werkgelegenheid, ter uitvoering van het centraal akkoord van 7 december 1994.
  Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft onmiddellijke uitwerking.

Artikel 3 Maatregelen tot schepping of herverdeling van arbeid.
  Als maatregelen tot het scheppen of het herverdelen van arbeid, leggen partijen de volgende maatregelen vast :
  a) wat betreft alle werkgevers bedoeld onder artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst :
  1° bij collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1995, verlenging van het sectoraal brugpensioenstelsel op 58 jaar tot 31 december 1998.
  2° voortzetting en optimalisering (actualisering van de programma's, invoering van een vormingsprogramma betreffende het defensief rijgedrag, ...) van de door de sector georganiseerde vorming in samenwerking met de FOREM., de BGDA. en de VDAB.
  3° de in het paritair comité vertegenwoordigde organisaties die representatief zijn voor de in artikel 1 bedoelde werkgevers- en werknemers verbinden er zich toe een voortdurende strijd te voeren tegen het sluikwerk onder al zijn vormen.
  Met dit doel, zullen zij aan de Minister van Tewerkstelling en Arbeid evenals aan de Minister van Sociale Zaken een advies richten waarin ze het volgende vragen :
  * de invoering van de sociale identiteitskaart A voor de door de in artikel 1 bedoelde werkgevers tewerkgestelde werknemers en dit, met ingang op 1 januari 1996.
  Het advies dat zij zullen uitbrengen zal op de volgende principes stoelen :
  - de aflevering van de sociale identiteitskaart A zal door het sectoraal sociaal fonds verzekerd worden, dat de concrete beheersmaatregelen van deze kaart zal bepalen.
  - de sociale identiteitskaart zal een geldigheidsduur hebben die de periode van 1 januari tot 31 december van het jaar dekt.
  - de sociale identiteitskaart zal verschillend van kleur zijn naargelang de werknemer voltijds of deeltijds tewerkgesteld is.
  - bij de eerste aflevering van de sociale identiteitskaart van de werknemer aangeworven na 31 december 1995, zal de werkgever een voorschot op sociale zekerheidsbijdragen storten van vijftienduizend frank indien de werknemer deeltijds tewerkgesteld is en van twintigduizend frank bij voltijdse tewerkstelling.
  - bij de hernieuwing van de sociale identiteitskaart van de werknemer, zal de werkgever geen nieuw voorschot moeten storten. Nochtans zal de werkgever die niet voldoet aan de voorschriften inzake de betaling van de bijdragen voor sociale zekerheid gehouden zijn, bij de hernieuwing van de sociale identiteitskaart, gedurende de twee eerste kwartalen van het hernieuwingsjaar een bedrag van dertigduizend frank per kwartaal te storten.
  * een effectieve controle van de sociale wetgeving in de sector en dit, tegenover alle werkgevers.
  Ze zullen volledig meewerken aan de verwezenlijking van die controle.
  4° de in het paritair comité vertegenwoordigde organisaties die representatief zijn voor de in artikel 1 bedoelde werkgevers en werknemers zullen zo snel mogelijk een aanbeveling opstellen betreffende de eerbiediging van de rij- en rusttijden.
  5° bij de collectieve arbeidsovereenkomst die op 22 mei 1995 wordt gesloten, wordt het recht op loopbaanonderbreking zoals geregeld door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 56 op 13 juli 1993 gesloten in de schoot van de Nationale Arbeidsraad uitgebreid.
  Het bij artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 56 vastgestelde percentage wordt van 1 op 2 pct. gebracht, met minimum van één arbeider per onderneming. Deze uitbreiding van het recht op loopbaanonderbreking is slechts toegekend aan de arbeiders die minimum 2 jaar anciënniteit in de onderneming bewijzen.
  Het recht op loopbaanonderbreking mag niet ingeroepen worden door de arbeider die wenst zich te vestigen als zelfstandig in een onder artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde activiteit.
  Tijdens ieder geval van loopbaanonderbreking, mag de arbeider zich niet vestigen als zelfstandig in een onder artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde activiteit.
  De in het paritair comité vertegenwoordigde organisaties die representatief zijn voor de onder artikel 1 bedoelde werkgevers en werknemers die een aanvraag tot loopbaanonderbreking ontvangen een er gunstig gevolg aan te geven ook al wordt het in het tweede lid van dit punt bepaald percentage overschreden.
  b) wat betreft de geregelde autobusdiensten : bij verhoging van het aantal kilometers dat door de "TEC.'s" en/of De Lijn wordt toegekend, worden de werkgevers verzocht bijkomende aanwervingen te realiseren.
  c) wat betreft de bijzonder geregelde autobusdiensten : zullen de in het paritair comité voor het vervoer vertegenwoordigde organisaties die representatief zijn voor de onder artikel 1 bedoelde werkgevers en werknemers samen een promotiecampagne voeren op het niveau van het leerlingenvervoer om het percentage leerlingen dat wordt vervoerd door de werkgevers die dergelijke speciale diensten uitbaten, gevoelig op te trekken.
  Diezelfde organisaties zullen hun invloed aanwenden bij de bevoegde gewestelijke overheden opdat deze, bij de toekenning van de contracten en tijdens hun uitvoering, rekening zouden houden met de noodzaak dat de aannemers de hele sociale wetgeving naleven.
  d) wat betreft de autocarondernemingen : zullen de organisaties tegen 30 juni 1995 een aanbeveling doen opdat de werkgevers en de werknemers de rij- en rusttijden naleven die van toepassing zijn in de sector.

Artikel 4 Voorrang bij aanwerving.
  Indien de werkgevers tot aanwerving moeten overgaan in het kader van de in artikel 3 opgesomde maatregelen, zullen zij bij voorrang beroep doen op sinds minstens twee jaar volledig uitkeringsgerechtigde werklozen die de vorming hebben gevolgd georganiseerd door de sector in samenwerking met de FOREM., de BGDA. en de VDAB.

Artikel 5 Aan het paritair comité te bezorgen inlichtingen.
  Om het paritair comité, en meer bepaald het beperkt comité bedoeld onder artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, de mogelijkheid te geven de gevolgen te meten van al de onder artikel 3 omschreven maatregelen, moeten de onder artikel 1 bedoelde werkgevers die van de voordelen verbonden aan een sectoraal tewerkstellingsplan wensen te genieten, per brief of per fax, volgende inlichtingen en documenten overmaken aan de Voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer :
  a) vóór 31 augustus 1995, een kopie van de verklaringen of van een deel van de verklaringen aan de R.S.Z. voor elk van de vier kwartalen van het jaar 1994 evenals van de eerste en tweede kwartalen van het jaar 1995 zodat het mogelijk wordt duidelijk het aantal tewerkgestelde werknemers, het aantal arbeidsdagen, het per categorie van gelijkstelling aantal gelijkgestelde dagen evenals het aantal bezoldigde arbeidsuren te bepalen voor elk van de betrokken kwartalen;
  b) uiterlijk de laatste werkdag van de maand volgend op het einde van elk van de kwartalen van de jaren 1995 en 1996, een kopie van de verklaring of van een deel van de verklaring aan de R.S.Z. voor het betrekken kwartaal zodat het mogelijk wordt duidelijk het aantal tewerkgestelde werknemers, het aantal arbeidsdagen, het per categorie van gelijkstelling aantal gelijkgestelde dagen evenals het aantal bezoldigde arbeidsuren te bepalen voor het betrokken kwartaal.
  Deze bepaling is voor het eerst van toepassing op het derde kwartaal 1995.
  c) de beschrijving van de maatregelen die werden genomen om de verhoogde tewerkstelling te verwezenlijken. Deze beschrijving moet vergezeld zijn met al de bewijsstukken die de werkgever nuttig acht.
  Het onder artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld beperkt comité kan de werkgever verzoeken om bijkomende bewijsstukken of inlichtingen te geven.
  Deze kennisgeving moet uiterlijk plaatsvinden op het ogenblik dat ze voor de eerste maal de in punt b) van dit artikel bedoelde inlichtingen aan de Voorzitter mededelen.

Artikel 6 Opdrachten van de voorzitter van het paritair comité.
  De Voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer moet binnen de twee weken van de onder artikel 4 bedoelde mededeling een ontvangstbewijs aan de werkgever bezorgen.
  De Voorzitter van het paritair comité kan alle bevoegde instanties verzoeken om de inlichtingen waarover zij beschikken en die betrekking hebben op de economische en sociale evolutie van de sector zoals omschreven in artikel 1 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst te geven om aan het onder artikel 7 bedoeld beperkt comité de mogelijkheid te geven de opdracht met dewelke het belast is te verwezenlijken.

Artikel 7 Beperkt Comité.
  Op het vlak van het Paritair Comité voor het vervoer, wordt een beperkt comité opgericht samengesteld uit vertegenwoordigers van de in artikel 1 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst bedoelde werkgevers en werknemers.
  Dit comité is uit 8 leden samengesteld waarvan vier de werkgevers vertegenwoordigen en vier de werknemers.
  Dit beperkt comité vergadert onder het voorzitterschap van de Voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer.

Artikel 8 De Voorzitter van het Paritair Comité voor het vervoer deelt binnen de maand van ontvangst aan het beperkt comité de inlichtingen mede die hem door de werkgevers werden overgemaakt.

Artikel 9 De inlichtingen die door de werkgever worden bezorgd in het raam van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst stellen hem niet vrij van de naleving van de collectieve arbeidsovereenkomsten nrs. 5 en 9 gesloten in de schoot van de Nationale Arbeidsraad en betreffende de economische en financiële informatie.
  De inlichtingen die door de werkgever worden bezorgd aan de Voorzitter van het paritair comité en die aan het beperkt comité worden medegedeeld mogen enkel worden gebruikt om een evaluatie van de gevolgen van deze collectieve arbeidsovereenkomst mogelijk te maken.

Artikel 10 Opdrachten van het sociaal fonds.
  Het "Sociaal Fonds voor de Werklieden van de Ondernemingen der Openbare en Speciale Autobusdiensten en Autocardiensten" zal zijn medewerking verlenen aan het in uitvoering van artikel 7 van deze collectieve arbeidsovereenkomst opgerichte beperkt comité.
  Het fonds zal ook medewerken aan de uitvoering van een sluitend systeem dat de maximale strijd tegen het sluikwerk onder al zijn vormen mogelijk maakt.

Artikel 11 Geldigheidsduur.
  Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1995 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1996.
  Nochtans blijven de inlichtingen die in uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst moeten overgemaakt worden en die op het vierde kwartaal 1996 betrekking hebben na 31 december 1996 onderworpen aan de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 mei 1996.
  (Voor het KB., zie %%1996-05-03/34%%).
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET