Protocol betreffende zeelieden-vluchtelingen.

Date :
12-06-1973
Language :
French Dutch
Size :
2 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 1973061250

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel 1 1. De Staten die Partij zijn bij dit Protocol verplichten zich de artikelen 2 en 4 tot met 13 van de Overeenkomst toe te passen op zeelieden-vluchtelingen zoals hieronder omschreven.
  2. Voor de toepassing van dit Protocol is de uitdrukking " zeelieden-vluchtelingen " van toepassing op alle personen die, vluchteling zijnde overeenkomstig de begripsomschrijving in het tweede lid van artikel I van het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967, in enigerlei hoedanigheid als zeevarende werkzaam zijn aan boord van een koopvaardijschip of gewoonlijk in hun levensonderhoud voorzien als zeevarende aan boord van zulk een schip.
  3. Dit Protocol is zonder enige geografische begrenzing van toepassing, met dien verstande dat de verklaringen die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 B (1) (a) van het Verdrag zijn afgelegd door Staten die reeds Partij zijn bij het Verdrag eveneens van toepassing zijn onder dit Protocol tenzij zij op grond van het bepaalde in artikel 1 B (2) van het Verdrag zijn uitgebreid.

Artikel 2 Elk geschil tussen de Partijen bij dit Protocol betreffende de uitlegging of de toepassing van een van de bepalingen daarvan, dat niet op andere wijze kan worden beslecht, zal op verzoek van een van de Partijen bij het geschil worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof.

Artikel 3 1. Dit Protocol staat open voor aanvaarding of goedkeuring door alle Regeringen die de Overeenkomst hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden en door elke andere Regering die de verplichtingen ten aanzien van zeelieden-vluchtelingen krachtens artikel 28 van het Verdrag of daarmede overeenkomende verplichtingen op zich neemt.
  2. De akten van aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 4 1. Dit Protocol treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de achtste akte van aanvaarding of goedkeuring.
  2. Voor elke Regering die dit Protocol aanvaardt of goedkeurt na de nederlegging van de achtste akte van aanvaarding of goedkeuring treedt dit Protocol in werking op de datum van nederlegging door die Regering van haar akte van aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 5 1. Elke Regering kan op het tijdstip van nederlegging van haar akte van aanvaarding of goedkeuring, of op elk later tijdstip, verklaren dat dit Protocol van toepassing is op elk gebied of alle gebieden voor de internationale betrekkingen waarvan zij verantwoordelijk is, mits zij ten aanzien daarvan de verplichtingen op zich heeft genomen die zijn vermeld in het eerste lid van artikel III.
  2. Een zodanige uitbreiding van de toepassing geschiedt door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerichte kennisgeving.
  3. De uitbreiding van de toepassing wordt van kracht op de negentigste dag na de datum waarop de kennisgeving is ontvangen door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, doch niet voor de datum van inwerkingtreding van dit Protocol voor de Regering die de kennisgeving doet, zoals aangegeven in artikel IV.

Artikel 6 1. Een Partij bij dit Protocol kan dit Protocol te allen tijde opzeggen door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerichte kennisgeving.
  2. Deze opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de kennisgeving door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is ontvangen. Wanneer dit Protocol door een Partij is opgezegd, kan een andere Partij, na overleg met de overblijvende Partijen, het Protocol met ingang van dezelfde datum opzeggen, mits een opzeggingstermijn van niet minder dan zes maanden in acht wordt genomen.

Artikel 7 1. Een Partij bij dit Protocol die een kennisgeving krachtens artikel V heeft gedaan, kan op elk later tijdstip door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerichte kennisgeving verklaren dat dit Protocol niet langer van toepassing is op het gebied of op de gebieden aangegeven in de kennisgeving.
  2. Dit Protocol houdt op van toepassing te zijn op het betrokken gebied of de betrokken gebieden een jaar na de datum waarop de kennisgeving door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is ontvangen.

Artikel 8 De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal alle Regeringen die de Overeenkomst hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden en alle andere Regeringen die dit Protocol hebben aanvaard of goedgekeurd, mededeling doen van alle nederleggingen verricht en kennisgevingen gedaan overeenkomstig de artikelen III, V, VI en VII.

Artikel 9 Een exemplaar van dit Protocol, waarvan de Engelse en de Franse tekst gelijkelijk authentiek zijn, ondertekend door de Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden, zal worden nedergelegd in het archief van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan zal doen toekomen aan de in artikel VIII bedoelde Regeringen.

  Bijlage.

Artikel N Lijst der gebonden Staten.

                                  Datum van de             Datum van de
                                neerlegging van de       inwerkingtreding
                               bekrachtigings- (B),
                               aanvaardings- (A) of
                               goedkeuringsoorkonden
                                       (G)
  Australie (Met inbegrip van   10 december 1973 (G)      30 maart 1975
    Papoea en Nieuw Guinea).
  Belgie                        22 maart 1977 (A)         22 maart 1977
  Canada                         9 januari 1975 (A)       30 maart 1975
  Denemarken                    24 januari 1974 (B)       30 maart 1975
  Duitsland (Bondsrep.) (Met    13 augustus 1975 (A)      13 augustus 1975
   inbegrip van het " Land
   Berlijn ").
  Frankrijk                     16 juli 1975 (G)          16 juli 1975
   (- geldt voor het gehele
      grondgebied van de
      Franse Republiek;)
   (- onder volgend
      voorbehoud :
   " Frankrijk acht zich niet
    gebonden door de
    bepalingen van artikel 2,
    en verklaart dat de
    geschillen betreffende de
    uitlegging en de
    toepassing van het
    Protocol die niet op een
    andere wijze kunnen
    worden beslecht, slechts
    kunnen voorgelegd worden
    aan het Internationaal
    Gerechtshof mits het
    akkoord van alle bij het
    geschil betrokken
    partijen. ")
  Joegoslavie                   23 september 1976 (A)     23 september 1976
  Marokko (onder volgend        18 september 1974 (A)     30 maart 1975
   voorbehoud :
   " In geval van een geschil
    moet elk verhaal bij het
    Internationaal
    Gerechtshof aanhangig
    gemaakt worden op basis
    van instemming van alle
    betrokken partijen. ")
  Nederland (geldt voor het      9 oktober 1973 (G)       30 maart 1975
   Koninkrijk in Europa).
  Noorwegen                     12 februari 1974 (A)      30 maart 1975
  Verenigd Koninkrijk           12 november 1974 (G)      30 maart 1975
   (- uitbreiding tot de
      kanaal-eilanden en het
      eiland Man de gebieden
      van de
      Falkland-Eilanden,
      Sint-Helena,
      Sint-Vincent,
      Seychellen,
      Montserrat, Sint-Lucia
      en de Britse
      Maagden-Eilanden;
      kennisgeving op
      12 november 1974, met
      uitwerking op
      14 april 1975;
   - uitbreiding tot de Staat
     Broenei en tot Dominica;
     kennisgeving op
     16 januari 1975 met
     uitwerking op
     14 april 1975;
   - uitbreiding tot Belize
     en tot het Protectoraat
     van de Britse
     Salomons-Eilanden;
     kennisgeving op
     4 februari 1975 met
     uitwerking op
     5 mei 1975.
  Zweden                        25 september 1973 (G)     30 maart 1975
  Zwitserland                   30 december 1974 (A)      30 maart 1975
  [Italie                       23 februari 1981 (A)      23 februari 1981]
  <V 1973-06-12/31, B.St. 19-09-1981, p. 11677>