PROTOCOL NR. 6 INZAKE HET VERVOER OVER LAND.

Date :
29-10-2001
Language :
French Dutch
Size :
9 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 2003G15102

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel 1 Doel.
  Het doel van dit protocol is de samenwerking tussen de partijen inzake het vervoer over land, in het bijzonder het transitoverkeer, te bevorderen en in dat verband toe te zien op gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer door en via de grondgebieden van de partijen, door middel van de volledige en coherente toepassing van alle bepalingen van dit protocol.

Artikel 2 Toepassingsgebied.
  1. De samenwerking heeft betrekking op het vervoer over land, met name het wegvervoer, het spoorvervoer en het gecombineerde vervoer, alsmede de desbetreffende infrastructuur.
  2. In dit verband omvat het toepassingsgebied van dit protocol in het bijzonder :
  - de vervoersinfrastructuur op het grondgebied van elk der beide partijen, voor zover dit noodzakelijk is om de doelstellingen van het protocol te verwezenlijken;
  - de toegang, op basis van wederkerigheid, tot de markt voor het wegvervoer;
  - wezenlijke juridische en administratieve ondersteunende maatregelen, waaronder maatregelen van commerciële, fiscale, sociale en technische aard;
  - samenwerking bij het ontwikkelen van een vervoerssysteem dat aan milieueisen voldoet;
  - regelmatige uitwisseling van informatie over de ontwikkeling van het vervoersbeleid van de partijen, met bijzondere aandacht voor de vervoersinfrastructuur.
  3. Op het vervoer over de binnenwateren zijn de bijzondere bepalingen van de verklaring in bijlage II van toepassing.

Artikel 3 Definities.
  Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder :
  a) " communautair transitoverkeer " : de doorvoer van goederen over het grondgebied van Kroatië door een in de Gemeenschap gevestigde transporteur vanuit of naar een lid-Staat van de Gemeenschap;
  b) " Kroatisch transitoverkeer " : de doorvoer van goederen over het grondgebied van de Gemeenschap door een in Kroatië gevestigde transporteur, van Kroatië naar een derde land of van een derde land naar Kroatië;
  c) " gecombineerd vervoer " : het goederenvervoer waarbij de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet en meer gebruik maken van de weg voor het eerste of het laatste gedeelte in het traject, en voor het andere gedeelte van het spoor of de binnenwateren, of van een zeetraject wanneer dat traject meer bedraagt dan 100 km hemelsbreed gemeten, en het begin- of het eindvervoer over de weg verrichten :
  - hetzij tussen de laadplaats van de goederen en het dichtstbij gelegen geschikte station van inlading, voor wat het beginvervoer betreft, en tussen het dichtstbij gelegen geschikte station van uitlading en de losplaats van de goederen, voor wat het eindvervoer betreft;
  - hetzij binnen een afstand van ten hoogste 150 km hemelsbreed gemeten, vanaf de rivier- of zeehaven van in- of van uitlading.

  INFRASTRUCTUUR.

Artikel 4 Algemeen.
  De partijen komen overeen maatregelen voor de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur te nemen en op elkaar af te stemmen, als een wezenlijk middel om de problemen op te lossen die zich voordoen in het goederenvervoer door Kroatië, met name op de pan-Europese corridors V, VII en X en het Adriatisch/Ionisch pan-Europees vervoersgebied met aansluiting op corridor VIII.

Artikel 5 Planning.
  De ontwikkeling van een multimodaal regionaal vervoersnetwerk op het grondgebied van Kroatië dat aan de behoeften van Kroatië en van Zuidoost-Europa voldoet en de belangrijkste weg- en spoorwegverbindingen, binnenwateren, binnenhavens, havens, luchthavens en andere relevante knooppunten van het netwerk omvat, is voor de Gemeenschap en voor Kroatië van bijzonder belang. Dit netwerk moet worden gekoppeld aan de regionale, trans-Europese of pan-Europese netwerken van de buurlanden, en verenigbaar zijn met het Trans-Europese vervoersnetwerk van de Gemeenschap. De projecten en prioriteiten in dit verband zullen worden beoordeeld aan de hand van de methoden van de beoordeling van de behoeften inzake de vervoersinfrastructuur (TINA), met inachtneming van de TINA-resultaten van de buurlanden. Deze beoordeling moet ertoe leiden dat de vervoersprioriteiten kunnen worden vastgesteld bij de toewijzing van de eigen middelen van Kroatië en eventuele financiering door de Gemeenschap van projecten in dit netwerk.

Artikel 6 Financiële aspecten.
  1. De Gemeenschap draagt, in het kader van artikel 107 van de overeenkomst. financieel bij tot de uitvoering van de noodzakelijke in artikel 5 bedoelde infrastructuurwerken. Zij zal deze bijdrage verstrekken in de vorm van kredieten van de Europese Investeringsbank, en op elke andere wijze waarop zij nog meer middelen kan vrijmaken.
  2. Om de werkzaamheden te bespoedigen zal de Commissie in de mate van het mogelijke trachten het gebruik van andere aanvullende middelen te bevorderen, zoals investeringen door lid-Staten van de Gemeenschap op bilaterale basis of met behulp van openbare of particuliere gelden.

  VERVOER PER SPOOR EN GECOMBINEERD VERVOER.

Artikel 7 Algemeen.
  De partijen nemen de nodige maatregelen voor de ontwikkeling en de bevordering van het vervoer per spoor en van het gecombineerde vervoer en stemmen deze op elkaar af, met het doel een groot deel van het bilaterale verkeer met en het transitoverkeer door Kroatië in de toekomst op milieuvriendelijker wijze te doen plaatsvinden.

Artikel 8 Bijzondere aspecten met betrekking tot de infrastructuur.
  In het kader van de modernisering van de Kroatische spoorwegen zal het nodige worden gedaan om deze aan het gecombineerde vervoer aan te passen, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling of aanleg van terminals, de afmetingen van de tunnels en de capaciteit, waarvoor aanzienlijke investeringen vereist zijn.

Artikel 9 Begeleidende maatregelen.
  De partijen nemen alle nodige maatregelen ter bevordering van het gecombineerde vervoer.
  Deze maatregelen hebben ten doel :
  - gebruikers en expediteurs aan te moedigen van het gecombineerde vervoer gebruik te maken;
  - het gecombineerde vervoer concurrerend te maken ten opzichte van het wegvervoer, met name door middel van financiële steun van de Gemeenschap of Kroatië in het kader van hun respectieve wetgevingen;
  - het gebruik van het gecombineerde vervoer over lange afstanden te bevorderen en met name het gebruik van wissellaadbakken, containers en vervoer zonder begeleiding in het algemeen te bevorderen;
  - de snelheid en betrouwbaarheid van het gecombineerde vervoer te verbeteren, in het bijzonder door :
  - de frequentie van konvooien te verhogen en aan de behoeften van de expediteurs en gebruikers aan te passen;
  - de wachttijden bij terminals te bekorten en de productiviteit ervan op te voeren;
  - het gecombineerde vervoer toegankelijker te maken door belemmeringen op toegangswegen op gepaste wijze weg te nemen;
  - de gewichten, maten en technische kenmerken van het gespecialiseerde materiaal indien nodig te harmoniseren, en met name te zorgen voor de nodige compatibiliteit van de afmetingen, en overleg te plegen bij de bestelling en het in bedrijf nemen van het als gevolg van de ontwikkeling van het verkeer vereiste materieel;
  - en in het algemeen alle andere passende maatregelen te nemen.

Artikel 10 Rol van de spoorwegen.
  In het licht van de verdeling van de bevoegdheden tussen de staat en de spoorwegen doen de partijen hun spoorwegmaatschappijen de aanbeveling om zowel voor het personen- als het goederenvervoer :
  - de bilaterale en multilaterale samenwerking en de samenwerking in het kader van internationale spoorwegorganisaties op alle gebieden te versterken, in het bijzonder ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit en de veiligheid van de vervoersdiensten;
  - gezamenlijk te streven naar een organisatie van de spoorwegen die expediteurs ertoe aanmoedigt hun goederen per spoor in plaats van over de weg te vervoeren, met name voor transitodoeleinden, op basis van eerlijke concurrentie en met behoud van de vrije keuze van de gebruiker;
  - de deelname van Kroatië aan het Trans-Europese netwerk voor vrachtvervoer voor te bereiden, zoals dit is gedefinieerd in het acquis van de Gemeenschap inzake de ontwikkeling van de spoorwegen.

  VERVOER OVER DE WEG.

Artikel 11 Algemene bepalingen.
  1. Wat de toegang tot elkaars vervoersmarkt betreft, komen de partijen overeen in het beginstadium en onverminderd lid 2 de regeling te handhaven die voortvloeit uit bilaterale overeenkomsten of andere internationale bilaterale verdragen die tussen de lid-Staten van de Gemeenschap en Kroatië zijn gesloten of, bij het ontbreken van dergelijke overeenkomsten of verdragen, uit de feitelijke situatie in 1991.
  In afwachting van de sluiting van een overeenkomst tussen de Gemeenschap en Kroatië over de toegang tot de markt van het wegvervoer, zoals in artikel 12 bepaald, en over wegenbelasting, zoals in artikel 13, lid 2, bepaald, werkt Kroatië samen met de lid-Staten van de Gemeenschap om deze bilaterale overeenkomsten aan te passen aan dit protocol.
  2. De partijen komen overeen met ingang van de datum waarop de overeenkomst in werking treedt, het communautaire transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot Kroatië en het Kroatische transitoverkeer onbeperkt toegang te verlenen tot de Gemeenschap.
  3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 gelden voor het Kroatische transitoverkeer door Oostenrijk de volgende bepalingen :
  a) een regeling voor het Kroatische transitoverkeer die overeenstemt met die welke wordt toegepast op grond van de bilaterale overeenkomst tussen Oostenrijk en Kroatië, wordt gehandhaafd tot en met 31 december 2002. Uiterlijk op 30 juni 2002 evalueren de partijen het functioneren van de regeling die tussen Oostenrijk en Kroatië wordt toegepast, in het licht van het beginsel van non-discriminatie dat ten aanzien van het transitoverkeer door Oostenrijk dient te gelden voor vrachtwagens uit de Europese Gemeenschap en vrachtwagens uit Kroatië. Passende maatregelen zullen worden genomen om waar nodig discriminatie tegen te gaan;
  b) van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 geldt een ecopuntensysteem, vergelijkbaar met het systeem dat is ingesteld bij artikel 11 van Protocol nr. 9 bij de Akte van Toetreding van de Republiek Oostenrijk tot de Europese Unie. De wijze van berekening en de gedetailleerde voorschriften en procedures voor beheer en controle van de ecopunten worden te zijner tijd vastgesteld bij een overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de partijen, en komen overeen met de bepalingen van de artikelen 11 en 14 van genoemd Protocol nr. 9.
  4. Indien als gevolg van de krachtens lid 2 verleende rechten het communautaire transitoverkeer over de weg in zodanige mate toeneemt dat aan de wegeninfrastructuur en/of de doorstroming van het verkeer op de in artikel 5 bedoelde verbindingen daardoor ernstige schade wordt toegebracht of dreigt te worden toegebracht, en zich onder deze zelfde omstandigheden problemen voordoen op het grondgebied van de Gemeenschap in de nabijheid van de grenzen met Kroatië, wordt de kwestie voorgelegd aan de Stabilisatie- en Associatieraad overeenkomstig artikel 113 van de overeenkomst. De partijen kunnen voorstellen doen voor uitzonderlijke tijdelijke, niet-discriminerende maatregelen die noodzakelijk zijn om deze schade te verminderen of te beperken.
  5. Indien de Europese Gemeenschap voorschriften vaststelt om de verontreiniging door in de Europese Unie geregistreerde vrachtwagens te verminderen, zijn gelijkwaardige voorschriften van toepassing op in Kroatië geregistreerde vrachtwagens die op het grondgebied van de Gemeenschap aan het verkeer wensen deel te nemen. De Stabilisatie- en Associatieraad beslist over de noodzakelijke modaliteiten.
  6. De partijen onthouden zich van alle eenzijdige maatregelen of handelwijzen die tot discriminatie tussen vervoerders of voertuigen van de Gemeenschap en van Kroatië zouden kunnen leiden. Iedere partij neemt alle dienstige maatregelen om het wegvervoer naar of in transito over het grondgebied van de andere partij te vergemakkelijken.

Artikel 12 Toegang tot de markt.
  De partijen verbinden zich bij voorrang ertoe samen te werken om, afhankelijk van hun interne voorschriften, te zoeken naar :
  - regelingen ter bevordering van een vervoersstelsel dat beantwoordt aan de behoeften van beide partijen en dat enerzijds verenigbaar is met de voltooiing van de interne markt van de Gemeenschap en het gemeenschappelijke vervoersbeleid, en anderzijds met de economische politiek en het vervoersbeleid van Kroatië;
  - een definitieve regeling voor de toegang tot elkaars markt voor vervoer over de weg op basis van wederkerigheid.

Artikel 13 Belastingen, tol en andere heffingen.
  1. De partijen erkennen dat belastingen, tol en andere heffingen ten laste van de wegvoertuigen van beide partijen vrij moeten zijn van discriminatie.
  2. De partijen openen zo snel mogelijk onderhandelingen over een overeenkomst inzake wegenbelasting, op basis van de regels die de Gemeenschap op dit gebied heeft vastgesteld. Deze overeenkomst is met name gericht op vrije doorstroming van het grensoverschrijdende verkeer, geleidelijke opheffing van de verschillen tussen de wegenbelastingstelsels van de partijen en het voorkomen van concurrentievervalsing ten gevolge van deze verschillen.
  3. In afwachting van de resultaten van de in lid 2 bedoelde onderhandelingen nemen de partijen de discriminatie weg tussen vrachtvervoerders uit de Gemeenschap en uit Kroatië bij de toepassing van belastingen en heffingen op het verkeer en/of het bezit van vrachtwagens en van alle speciale belastingen en heffingen op het vervoer over het grondgebied van de partijen. Kroatië verbindt zich ertoe de Commissie van de Europese Gemeenschappen op verzoek het bedrag aan belastingen, tol en andere heffingen die het toepast mede te delen, alsmede de methode die voor de berekening daarvan wordt toegepast.
  4. Tot de in lid 2 en artikel 12 bedoelde overeenkomsten zijn gesloten, kunnen na de inwerkingtreding van de overeenkomst voorgestelde wijzigingen van fiscale heffingen, tolheffing en andere heffingen op het communautaire transitoverkeer door Kroatië, alsmede van de systemen voor de inning ervan, niet eerder worden ingevoerd dan na overleg.

Artikel 14 Afmetingen en gewichten.
  1. Kroatië aanvaardt dat wegvoertuigen die beantwoorden aan de communautaire normen voor afmetingen en gewichten vrij en zonder beperking terzake aan het verkeer op de in artikel 5 bedoelde wegen mogen deelnemen. Tot zes maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst wordt op wegvoertuigen die niet aan de bestaande normen van Kroatië voldoen een speciale niet-discriminerende heffing toegepast, die evenredig is met de schade die door de hogere asdruk wordt veroorzaakt.
  2. Kroatië streeft ernaar haar huidige regelgeving en normen voor wegenaanleg uiterlijk vijfjaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst te harmoniseren met de wetgeving die in de Gemeenschap geldt, en neemt vergaande maatregelen ter verbetering van de in artikel 5 bedoelde wegen, zodat deze binnen de voorgestelde termijn voldoen aan deze nieuwe regelgeving en normen, een en ander ia overeenstemming met zijn financiële mogelijkheden.

Artikel 15 Milieu.
  1. Met het oog op de bescherming van het milieu streven de partijen ernaar normen voor de uitstoot van gassen en deeltjes en voor het geluidsniveau van vrachtwagens in te voeren die een hoog niveau van bescherming bieden.
  2. Teneinde de industrie duidelijke aanwijzingen te verschaffen en ter bevordering van coördinatie bij onderzoek, planning en productie, dienen afwijkende nationale normen op dit gebied te worden vermeden.
  Voertuigen die voldoen aan de normen die zijn vastgesteld bij internationale overeenkomsten die tevens betrekking hebben op het milieu, mogen zonder verdere beperkingen aan het verkeer op het grondgebied van de partijen deelnemen.
  3. Bij de invoering van nieuwe normen plegen de partijen overleg teneinde bovengenoemde doelstellingen te bereiken.

Artikel 16 Sociale aspecten.
  1. Kroatië harmoniseert zijn wetgeving inzake de scholing van vrachtwagenbestuurders, met name wat het vervoer van gevaarlijke stoffen betreft, met de normen van de Europese Gemeenschap.
  2. Kroatië, dat partij is bij de Europese overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanning van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (ERTA), en de Gemeenschap coördineren zo nauw mogelijk hun beleid inzake rijtijden, onderbrekingen en rustperioden van de bestuurders en de samenstelling van de bemanning, in overeenstemming met de toekomstige ontwikkeling van de sociale wetgeving op dit gebied.
  3. De partijen werken samen bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de sociale wetgeving op het gebied van het wegvervoer.
  4. De overeenkomstsluitende partijen zien toe op de gelijkwaardigheid van hun respectieve voorschriften met betrekking tot de toegang tot het beroep van wegvervoerder met het oog op wederzijdse erkenning.

Artikel 17 Bepalingen betreffende het verkeer.
  1. De overeenkomstsluitende partijen wisselen hun ervaringen uit en streven ernaar hun wetgeving te harmoniseren teneinde een betere doorstroming van het verkeer te bewerkstelligen tijdens de spitsperioden (weekeinden, feestdagen en het vakantieseizoen).
  2. In het algemeen bevorderen de partijen de invoering, ontwikkeling en coördinatie van een informatiesysteem voor het wegverkeer.
  3. Zij streven naar harmonisatie van hun wetgeving betreffende het vervoer van aan bederf onderhevige goederen, levende dieren en gevaarlijke stoffen.
  4. De partijen streven tevens naar harmonisatie van de technische hulpverlening aan bestuurders, de verspreiding van belangrijke verkeersinformatie en andere voor het toerisme nuttige gegevens, en eerste hulp bij ongelukken, inclusief ambulancediensten.

  VEREENVOUDIGING VAN FORMALITEITEN.

Artikel 18 Vereenvoudiging van formaliteiten.
  1. De partijen komen overeen het goederenvervoer per spoor en over de weg, zowel bilateraal als in transito, te vereenvoudigen.
  2. De overeenkomstsluitende partijen komen overeen onderhandelingen te openen met het oog op sluiting van een overeenkomst betreffende vereenvoudiging van de controles en formaliteiten in het goederenvervoer.
  3. De partijen komen overeen waar nodig gezamenlijk actie te ondernemen om de formaliteiten verder te vereenvoudigen en de invoering van verdere vereenvoudigingsmaatregelen te bevorderen.

  SLOTBEPALINGEN.

Artikel 19 Verruiming van het toepassingsgebied.
  Indien één van de partijen bij de toepassing van dit protocol tot de conclusie komt dat andere maatregelen, die niet onder het toepassingsgebied van dit protocol vallen, in het belang van een gecoördineerd Europees vervoersbeleid zijn en met name het probleem van het transitoverkeer kunnen helpen oplossen, dan legt zij de andere partij voorstellen voor zulke maatregelen voor.

Artikel 20 Tenuitvoerlegging.
  1. De samenwerking tussen de partijen vindt plaats in het kader van een speciaal subcomité, dat overeenkomstig artikel 115 van de overeenkomst zal worden opgericht.
  2. De taken van dit subcomité zijn in het bijzonder :
  a) het formuleren van plannen voor samenwerking op het gebied van het vervoer per spoor, het gecombineerde vervoer, onderzoek op vervoersgebied en het milieu;
  b) het analyseren van de toepassing van de bepalingen van dit protocol en het doen van aanbevelingen aan het Stabilisatie- en Associatiecomité voor passende oplossingen voor problemen die zich mochten voordoen;
  c) het evalueren, twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst, van de stand van zaken wat de verbetering van de infrastructuur en de gevolgen van het vrije transitoverkeer betreft;
  d) het coördineren van de activiteiten op het gebied van controle, prognoses en ander statistisch werk op het gebied van het internationale vervoer, met name het transitoverkeer.

Artikel 21 Bijlagen.
  De bijlagen vormen een integrerend onderdeel van dit protocol.

  BIJLAGEN.

Artikel N1 BIJLAGE I. - GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING.
  1. De Gemeenschap en Kroatië nemen er nota van dat met ingang van 1 januari 2001 (Richtlijn 1999/96/EG van 13 december 1999 (PB L 44 van 16.2.2000, blz. 1).) in de Gemeenschap voor de typegoedkeuring van vrachtwagens de volgende normen voor uitlaatgassen en geluid worden aangehouden :
  Grenswaarden gemeten met de ESC-test (Europese statischetoestandcyclus) en de ELR-test (Europese belastingresponsiecyclus).

                     Massa      Massa          Massa       Massa       Rook
                      kool-      koolwater-     stikstof-   deeltjes
                      monoxide   stoffen        oxiden

  (a) Bij motoren met een slagvolume van minder dan 0,75 dm3 per cilinder en een nominaal toerental van meer dan 3 000 min-1.
  Grenswaarden gemeten met de ETC-test (Europese transiënte cyclus).

                    Massa      Massa          Massa     Massa      Massa
                     kool-      methaan-       methaan   stikstof-  deeltjes
                     monoxide   koolwater-               oxiden
                                stoffen

  (a) Bij motoren met een slagvolume van minder dan 0,75 dm3 per cilinder en een nominaal toerental van meer dan 3 000 min-1.
  (b) Alleen bij aardgasmotoren.
  (c) Niet van toepassing op gasmotoren.
  2. De Gemeenschap en Kroatië zullen in de toekomst streven naar terugdringing van de uitstoot van motorvoertuigen door gebruikmaking van geavanceerde technologie voor emissiebeheersing, in combinatie met verbetering van de kwaliteit van de motorbrandstof.

Artikel N2 BIJLAGE II. - VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 2.
  Kroatië heeft de wens te kennen gegeven zo spoedig mogelijk onderhandelingen te openen over toekomstige samenwerking op het gebied van het vervoer over de binnenwateren.
  De Gemeenschap heeft zorgvuldig nota genomen van de wens van Kroatië.
  SLOTAKTE.
  De gevolmachtigden van :
  Het Koninkrijk België,
  Het Koninkrijk Denemarken,
  De Bondsrepubliek Duitsland,
  De Helleense Republiek,
  Het Koninkrijk Spanje,
  De Franse Republiek,
  Ierland,
  De Italiaanse Republiek,
  Het Groothertogdom Luxemburg,
  Het Koninkrijk der Nederlanden,
  De Republiek Oostenrijk,
  De Portugese Republiek,
  De Republiek Finland,
  Het Koninkrijk Zweden,
  Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
  partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,
  hierna " de lid-Staten " genoemd, en van
  De Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
  hierna " de Gemeenschap " genoemd,
  enerzijds, en
  de gevolmachtigden van de Republiek Kroatië,
  anderzijds,
  bijeengekomen te Luxemburg op 29 oktober 2001 voor de ondertekening van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, hierna de " overeenkomst " genoemd,
  Hebben bij de ondertekening de volgende teksten goedgekeurd :
  de overeenkomst, de bijlagen I tot en met VIII :
  Bijlage I. (artikel 18, lid 2) - Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap.
  Bijlage II. (artikel 18, lid 3) - Tariefconcessies van Kroatië voor industrieproducten van de Gemeenschap.
  Bijlage III. (artikel 27, lid 2) - EG-definitie van " baby beef ".
  Bijlage IV a) (artikel 27, lid 3, onder a), i) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst).
  Bijlage IV b) (artikel 27, lid 3, onder b), ii) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht binnen een contingent vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst).
  Bijlage IV c) (artikel 27, lid 3, onder b), i) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (met nulrecht voor onbeperkte hoeveelheden vanaf één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst).
  Bijlage IV d) (artikel 27, lid 3, onder c), i) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke afschaffing van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten).
  Bijlage IV e) (artikel 27, lid 3, onder e), ii) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten voor onbeperkte hoeveelheden).
  Bijlage IV f) (artikel 27, lid 3, onder c), ii) - Tariefconcessies van Kroatië voor landbouwproducten (geleidelijke verlaging van meestbegunstigingsrechten binnen tariefcontingenten).
  Bijlage V a) - Producten bedoeld in artikel 28, lid 1.
  Bijlage V b) - Producten bedoeld in artikel 28, lid 2.
  Bijlage VI.(artikel 50) - Vestiging : Financiële diensten.
  Bijlage VII. (artikel 60, lid 2) - Verwerving van onroerend goed Lijst van uitzonderingen.
  Bijlage VIII. (artikel 71) - Intellectuele-, industriële- en commerciële- eigendomsrechten :
  Lijst van verdragen en de volgende protocollen :
  Protocol nr. 1 inzake textiel- en kledingproducten.
  Protocol nr. 2 inzake staalproducten.
  Protocol nr. 3 inzake de handel tussen Kroatië en de Gemeenschap in bewerkte landbouwproducten.
  Protocol nr. 4 inzake de definitie van het begrip " producten van oorsprong " en regelingen voor administratieve samenwerking.
  Protocol nr. 5 inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.
  Protocol nr. 6 inzake het vervoer over land.
  De gevolmachtigden van de lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Kroatië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht :
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 21 en 29 van de overeenkomst.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41 van de overeenkomst.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45 van de overeenkomst.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46 van de overeenkomst.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 58 van de overeenkomst.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60 van de overeenkomst.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71 van de overeenkomst.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 120 van de overeenkomst.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino.
  De gevolmachtigden van de lidstaten van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de eenzijdige verklaring van de Gemeenschap en haar lid-Staten betreffende artikel 30 van de overeenkomst, die aan deze slotakte is gehecht.
  Gedaan te Luxemburg, 29 oktober 2001.
  GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende de artikelen 21 en 29.
  De partijen verklaren dat zij bij de tenuitvoerlegging van de artikelen 21 en 29 in de Stabilisatie- en Associatieraad de effecten van eventuele door Kroatië met derde landen gesloten preferentiële overeenkomsten zullen onderzoeken (dit is niet van toepassing op de landen waarvoor het stabilisatie- en associatieproces van de EU is ingesteld of op andere aangrenzende landen die geen lidstaat van de EU zijn). Dit onderzoek kan leiden tot aanpassing van de concessies die Kroatië aan de Europese Gemeenschap verleent, indien Kroatië deze landen aanmerkelijk gunstiger concessies aanbiedt.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 41.
  1. De Gemeenschap verklaart zich bereid tot onderzoek in de Stabilisatie- en Associatieraad naar de deelname van Kroatië aan de diagonale cumulatie van de oorsprongsregels zodra aan de economische en commerciële en andere relevante voorwaarden voor diagonale cumulatie is voldaan.
  2. Dit in aanmerking genomen, verklaart Kroatië zich bereid zo spoedig mogelijk onderhandelingen over economische en commerciële samenwerking te openen, teneinde vrijhandelsgebieden tot stand te brengen met in het bijzonder de andere landen waarop het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie van toepassing is.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45.
  Er is overeengekomen dat het begrip " kinderen " wordt gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 46.
  Er is overeengekomen dat het begrip " gezinsleden " wordt gedefinieerd in overeenstemming met de nationale wetgeving van het betrokken gastland.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 58.
  De partijen verklaren zo spoedig mogelijk besprekingen te willen aangaan over toekomstige samenwerking op het gebied van het luchtvervoer.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60.
  De partijen komen overeen dat de bepalingen van artikel 60 niet mogen worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de vaststelling van evenredige, niet discriminerende beperkingen op de verwerving van onroerend goed op basis van het algemeen belang, en niet anderszins van invloed zijn op de voorschriften van de partijen inzake de eigendom van onroerend goed, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.
  Overeengekomen wordt dat de verwerving van onroerend goed door Kroatische onderdanen in de lid-Staten van de Europese Unie is toegestaan overeenkomstig de toepasselijke communautaire wetgeving, met inachtneming van de specifieke uitzonderingsbepalingen waarin deze voorziet, en toegepast in overeenstemming met de toepasselijke nationale wetgeving van de lid-Staten van de Europese Unie.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 71.
  De partijen komen overeen dat voor de toepassing van de overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor databanken, octrooien, industriële ontwerpen, handelsmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en van niet-openbaargemaakte informatie over knowhow.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 120.
  a) De partijen komen met het oog op de uitlegging en de praktische toepassing van de overeenkomst overeen dat onder de in artikel 120 van de overeenkomst bedoelde bijzonder dringende gevallen wordt verstaan : gevallen van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de overeenkomst houdt in :
  - afwijzing van de overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht;
  - schending van de in artikel 2 genoemde essentiële elementen van de overeenkomst.
  b) De partijen komen overeen dat onder de in artikel 120 genoemde " passende maatregelen " wordt verstaan : maatregelen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht. Indien een partij in een bijzonder dringend geval op grond van artikel 120 een maatregel neemt, kan de andere partij een beroep doen op de regeling inzake geschillenbeslechting.
  Verklaringen betreffende Protocol nr. 4.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra.
  1. Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, worden door Kroatië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
  2. Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.
  Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino.
  1. Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door Kroatië aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.
  2. Protocol nr. 4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.
  EENZIJDIGE VERKLARING.
  Verklaring van de Gemeenschap en haar lid-Staten.
  Overwegende dat de Europese Gemeenschap uitzonderlijke handelsmaatregelen toekent ten behoeve van de landen die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie, met inbegrip van Kroatië, op basis van Verordening (EG) nr. 2007/2000, verklaren de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten :
  - dat bij de toepassing van artikel 30 van deze overeenkomst, de meest gunstige van de eenzijdige autonome handelsmaatregelen van toepassing zijn, in aanvulling op de contractuele handelsconcessies die de Gemeenschap bij deze overeenkomst aanbiedt, zolang Verordening (EG) nr. 2007/2000 van toepassing is;
  - dat in het bijzonder voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, voor welke het gemeenschappelijk douanetarief voorziet in een douanerecht ad valorem en in een specifiek douanerecht, de afschaffing ook van toepassing is op het specifieke douanerecht, in afwijking van de desbetreffende bepaling van artikel 27, lid 1.

  Staten/Organisaties      Datum              Type instemming  Datum
                            authentificatie                     instemming
  ---------------------------------------------------------------------------
  BELGIE                   29/10/2001         Notification     17/12/2003
  DENEMARKEN               29/10/2001         Notification     08/05/2002
  DUITSLAND                29/10/2001         Notification     18/10/2002
  FINLAND                  29/10/2001         Notification
  FRANKRIJK                29/10/2001         Notification     04/06/2003
  GRIEKENLAND              29/10/2001         Notification     27/08/2003
  GROOT-BRITTANNIE         29/10/2001         Notification
  IERLAND                  29/10/2001         Notification     06/05/2002
  ITALIE                   29/10/2001         Notification
  KROATIE                  29/10/2001         Notification     30/01/2002
  LUXEMBURG                29/10/2001         Notification     01/08/2003
  NEDERLAND                29/10/2001         Notification
  OOSTENRIJK               29/10/2001         Notification     15/03/2002
  PORTUGAL                 29/10/2001         Notification     14/07/2003
  SPANJE                   29/10/2001         Notification     04/10/2002
  ZWEDEN                   29/10/2001         Notification     27/03/2003
  ---------------------------------------------------------------------------