Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers - Wijzigingen
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 2019015111
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Artikel M
I. Artikel 149, nr. 1, van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers, vervangen bij de wijziging van 23 oktober 2014, wordt vervangen door wat volgt:
"1. De Kamer wijst bij het begin van iedere zittingsperiode, overeenkomstig de artikelen 157 en 158, uit haar midden de vaste leden aan van de commissie belast met de begeleiding van het Vast Comité P en het Vast Comité I, bedoeld in artikel 66bis van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, waarbij zoveel leden worden benoemd als nodig is opdat elke in de vaste commissies vertegenwoordigde politieke fractie in de commissie vertegenwoordigd zou zijn door ten minste een lid.
Elke politieke fractie die niet vertegenwoordigd is in de commissie wijst onder haar leden een lid aan dat zal deelnemen aan de werkzaamheden van de commissie, zonder stemgerechtigd te zijn. De voorzitter van de Kamer wordt hiervan door de fractievoorzitter in kennis gesteld en deelt de aanwijzing mee aan de Kamer.
Artikel 22 is niet van toepassing.". (1)
I. Artikel 149, nr. 1, van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers, vervangen bij de wijziging van 23 oktober 2014, wordt vervangen door wat volgt:
"1. De Kamer wijst bij het begin van iedere zittingsperiode, overeenkomstig de artikelen 157 en 158, uit haar midden de vaste leden aan van de commissie belast met de begeleiding van het Vast Comité P en het Vast Comité I, bedoeld in artikel 66bis van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten en op het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, waarbij zoveel leden worden benoemd als nodig is opdat elke in de vaste commissies vertegenwoordigde politieke fractie in de commissie vertegenwoordigd zou zijn door ten minste een lid.
Elke politieke fractie die niet vertegenwoordigd is in de commissie wijst onder haar leden een lid aan dat zal deelnemen aan de werkzaamheden van de commissie, zonder stemgerechtigd te zijn. De voorzitter van de Kamer wordt hiervan door de fractievoorzitter in kennis gesteld en deelt de aanwijzing mee aan de Kamer.
Artikel 22 is niet van toepassing.". (1)