Werking van het Paritair Beheerscomité van het Pensioenfonds bij de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise " .
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1996030451
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
1. HET COMITE
Artikel 1 De leidend ambtenaar, alsook de afvaardiging van elke vakvereniging, mogen zich laten vergezellen door zoveel deskundigen als er punten op de agenda staan.
De voorzitter moet vooraf op de hoogte worden gebracht van de aanwezigheid van deze deskundigen.
Er mogen per afvaardiging twee deskundigen tegelijkertijd op de vergadering aanwezig zijn.
2. DE BIJEENROEPING
Artikel 2 Het comité wordt ten verzoeke van zijn voorzitter bijeengeroepen. Het comité vergadert ten minste vier keer per jaar en bovendien op verzoek van de Vaste Commissie van de Raad van Bestuur van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise" of van de afgevaardigden van een van de representatieve vakverenigingen.
Voor het onderzoek van de dringende en belangrijke kwesties, mag de voorzitter het comité bij spoedprocedure bijeenroepen.
Artikel 3 De data van de vergaderingen worden door de voorzitter vastgesteld. Wat de vergaderingen betreft die bijeengeroepen worden op verzoek van de Vaste Commissie van de Raad van Bestuur van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise" of van de afgevaardigden van één van de representatieve vakverenigingen en waarvoor de dringende noodzakelijkheid wordt ingeroepen, heeft de vergadering plaats binnen de tien dagen die volgen op de indiening van de aanvraag om bijeenroeping bij het secretariaat.
Het secretariaat van het comité wordt waargenomen door het secretariaat van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise".
Artikel 4 Behoudens in spoedgevallen, worden de oproepingsbrieven ten minste acht dagen vóór de datum van de vergaderingen naar al de werkende leden en naar de op het comité vertegenwoordigde vakverenigingen verstuurd. Samen met de oproepingsbrieven worden de agenda en de voor de discussie noodzakelijke documentatie verzonden.
Plaatsvervangende leden mogen slechts op de vergaderingen aanwezig zijn om werkende leden te vervangen, tenzij men op hun aanwezigheid als deskundigen een beroep doet.
Ieder werkend lid dat op een vergadering van het comité niet aanwezig kan zijn, is verplicht persoonlijk zijn plaatsvervanger te verwittigen en moet hem verzoeken de vergadering in zijn plaats bij te wonen.
Elk lid dat verhinderd wordt zich naar de vergadering te begeven, moet er onmiddellijk het secretariaat van verwittigen.
3. DE AGENDA
Artikel 5 De agenda wordt door het secretariaat van het comité, onder het gezag van de voorzitter, uitgewerkt.
Artikel 6 Elk verzoek om een punt op de agenda te zetten moet schriftelijk in een document geformuleerd worden waarin voldoende gegevens voorkomen om de bespreking van het opgeworpen probleem te kunnen voorbereiden.
Elke aanvraag om een punt op de agenda te zetten moet op het secretariaat van het comité in een tijdspanne toekomen waarbinnen het mogelijk is de bij artikel 4, lid 1, gestelde termijn na te leven.
De voorzitter kan toelating geven een punt op de agenda buiten de bij dit artikel bepaalde termijnen te zetten, wanneer deze inschrijving door de dringende noodzakelijkheid verantwoord is.
Artikel 7 Het comité kan slechts over de voorstellen beraadslagen die op de agenda staan.
Het laatste punt op de agenda is evenwel "allerlei" en op dat ogenblik kunnen de leden vragen stellen. De antwoorden op deze vragen mogen tijdens de volgende vergadering verstrekt worden.
4. HET VERLOOP VAN DE VERGADERINGEN
Artikel 8 De voorzitter gaat na of de leden aanwezig zijn en of de aanwezigheid van eventuele plaatsvervangers geldig is.
Artikel 9 Het comité vergadert slechts geldig indien de meerderheid van haar leden aanwezig is.
Alle beslissingen van het comité moeten bij gewone meerderheid van de aanwezige leden genomen worden. Bij staking van stemmen, wordt de beslissing naar een tweede vergadering verschoven die slechts na een maand mag gehouden worden. Indien er op deze tweede vergadering opnieuw staking van stemmen wordt vastgesteld, wordt het voorstel als verworpen beschouwd.
5. DE NOTULEN
Artikel 10 De notulen van de vergaderingen worden door het secretariaat van het comité opgesteld.
In de notulen wordt een samenvatting van de discussie gegeven en wordt akte genomen van de beslissing van het comité.
Desgevallend mag er een bondige nota, opgesteld door een afvaardiging, bij de notulen gevoegd worden.
Artikel 11 Een genummerd exemplaar van de voorlopige notulen wordt naar alle op de vergadering aanwezige leden gezonden.
De leden hebben vijf werkdagen tijd vanaf de datum van de verzending om hun opmerkingen schriftelijk mede te delen. Er mag geen wijziging van de zin van de door een lid gezegde woorden of van het standpunt dat het lid tijdens het debat had ingenomen, uit de gevraagde correcties voortvloeien.
De definitieve notulen, waaraan eventueel correcties werden aangebracht met de toestemming van de voorzitter, worden verstuurd naar al de werkende en plaatsvervangende leden, de vakverenigingen, de commissarissen van de Regering, de leidend ambtenaar van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise" en de Raad van Bestuur van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise".
6. DE DOCUMENTATIE
Artikel 12 Al de oorspronkelijke stukken van de dossiers worden bij het archief van het Instituut neergelegd dat zorgt voor de bewaring ervan. Hetzelfde gebeurt met al de documentatie die ermee verband houdt. De leden kunnen er ter plaatse kennis van nemen.
Deze tekst wordt gevoegd bij het besluit van de Regering van 4 maart 1996.
Artikel 1 De leidend ambtenaar, alsook de afvaardiging van elke vakvereniging, mogen zich laten vergezellen door zoveel deskundigen als er punten op de agenda staan.
De voorzitter moet vooraf op de hoogte worden gebracht van de aanwezigheid van deze deskundigen.
Er mogen per afvaardiging twee deskundigen tegelijkertijd op de vergadering aanwezig zijn.
2. DE BIJEENROEPING
Artikel 2 Het comité wordt ten verzoeke van zijn voorzitter bijeengeroepen. Het comité vergadert ten minste vier keer per jaar en bovendien op verzoek van de Vaste Commissie van de Raad van Bestuur van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise" of van de afgevaardigden van een van de representatieve vakverenigingen.
Voor het onderzoek van de dringende en belangrijke kwesties, mag de voorzitter het comité bij spoedprocedure bijeenroepen.
Artikel 3 De data van de vergaderingen worden door de voorzitter vastgesteld. Wat de vergaderingen betreft die bijeengeroepen worden op verzoek van de Vaste Commissie van de Raad van Bestuur van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise" of van de afgevaardigden van één van de representatieve vakverenigingen en waarvoor de dringende noodzakelijkheid wordt ingeroepen, heeft de vergadering plaats binnen de tien dagen die volgen op de indiening van de aanvraag om bijeenroeping bij het secretariaat.
Het secretariaat van het comité wordt waargenomen door het secretariaat van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise".
Artikel 4 Behoudens in spoedgevallen, worden de oproepingsbrieven ten minste acht dagen vóór de datum van de vergaderingen naar al de werkende leden en naar de op het comité vertegenwoordigde vakverenigingen verstuurd. Samen met de oproepingsbrieven worden de agenda en de voor de discussie noodzakelijke documentatie verzonden.
Plaatsvervangende leden mogen slechts op de vergaderingen aanwezig zijn om werkende leden te vervangen, tenzij men op hun aanwezigheid als deskundigen een beroep doet.
Ieder werkend lid dat op een vergadering van het comité niet aanwezig kan zijn, is verplicht persoonlijk zijn plaatsvervanger te verwittigen en moet hem verzoeken de vergadering in zijn plaats bij te wonen.
Elk lid dat verhinderd wordt zich naar de vergadering te begeven, moet er onmiddellijk het secretariaat van verwittigen.
3. DE AGENDA
Artikel 5 De agenda wordt door het secretariaat van het comité, onder het gezag van de voorzitter, uitgewerkt.
Artikel 6 Elk verzoek om een punt op de agenda te zetten moet schriftelijk in een document geformuleerd worden waarin voldoende gegevens voorkomen om de bespreking van het opgeworpen probleem te kunnen voorbereiden.
Elke aanvraag om een punt op de agenda te zetten moet op het secretariaat van het comité in een tijdspanne toekomen waarbinnen het mogelijk is de bij artikel 4, lid 1, gestelde termijn na te leven.
De voorzitter kan toelating geven een punt op de agenda buiten de bij dit artikel bepaalde termijnen te zetten, wanneer deze inschrijving door de dringende noodzakelijkheid verantwoord is.
Artikel 7 Het comité kan slechts over de voorstellen beraadslagen die op de agenda staan.
Het laatste punt op de agenda is evenwel "allerlei" en op dat ogenblik kunnen de leden vragen stellen. De antwoorden op deze vragen mogen tijdens de volgende vergadering verstrekt worden.
4. HET VERLOOP VAN DE VERGADERINGEN
Artikel 8 De voorzitter gaat na of de leden aanwezig zijn en of de aanwezigheid van eventuele plaatsvervangers geldig is.
Artikel 9 Het comité vergadert slechts geldig indien de meerderheid van haar leden aanwezig is.
Alle beslissingen van het comité moeten bij gewone meerderheid van de aanwezige leden genomen worden. Bij staking van stemmen, wordt de beslissing naar een tweede vergadering verschoven die slechts na een maand mag gehouden worden. Indien er op deze tweede vergadering opnieuw staking van stemmen wordt vastgesteld, wordt het voorstel als verworpen beschouwd.
5. DE NOTULEN
Artikel 10 De notulen van de vergaderingen worden door het secretariaat van het comité opgesteld.
In de notulen wordt een samenvatting van de discussie gegeven en wordt akte genomen van de beslissing van het comité.
Desgevallend mag er een bondige nota, opgesteld door een afvaardiging, bij de notulen gevoegd worden.
Artikel 11 Een genummerd exemplaar van de voorlopige notulen wordt naar alle op de vergadering aanwezige leden gezonden.
De leden hebben vijf werkdagen tijd vanaf de datum van de verzending om hun opmerkingen schriftelijk mede te delen. Er mag geen wijziging van de zin van de door een lid gezegde woorden of van het standpunt dat het lid tijdens het debat had ingenomen, uit de gevraagde correcties voortvloeien.
De definitieve notulen, waaraan eventueel correcties werden aangebracht met de toestemming van de voorzitter, worden verstuurd naar al de werkende en plaatsvervangende leden, de vakverenigingen, de commissarissen van de Regering, de leidend ambtenaar van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise" en de Raad van Bestuur van de "Radio-Télévision belge de la Communauté francaise".
6. DE DOCUMENTATIE
Artikel 12 Al de oorspronkelijke stukken van de dossiers worden bij het archief van het Instituut neergelegd dat zorgt voor de bewaring ervan. Hetzelfde gebeurt met al de documentatie die ermee verband houdt. De leden kunnen er ter plaatse kennis van nemen.
Deze tekst wordt gevoegd bij het besluit van de Regering van 4 maart 1996.