Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de voordrachten en van artikel 64 van de provinciewet.

Date :
17-01-1995
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Legislation
Source :
Numac 1995009166

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel 1 In de artikelen 196, derde lid, 211, eerste lid en 214 van het Gerechtelijk Wetboek en in artikel 64 van de provinciewet worden de woorden "artikel 99 van de Grondwet" telkens vervangen door de woorden "artikel 151 van de Grondwet".

Artikel 2 Artikel 196, tweede lid, tweede zin, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt :
  "De voordracht behoort naargelang van het geval aan de provincieraad die bevoegd is wegens de plaats waar het ambt openstaat of de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dit overeenkomstig artikel 151 van de Grondwet."

Artikel 3 Artikel 212 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  "Artikel 212.
  Wanneer de kandidatenlijst opgemaakt is, zendt de procureur-generaal een uitgifte ervan naargelang van het geval aan de gouverneur van de provincie of de voorzitter van de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die tot de voordracht bevoegd is.
  De bevoegde raad maakt vervolgens het dubbeltal op waarvan de voordracht hem toekomt krachtens artikel 151 van de Grondwet.
  Provincieraadsleden of leden van de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen niet vroeger dan een jaar na het einde van hun mandaat als kandidaat worden voorgedragen door de raad waarvan zij lid zijn geweest.
  De gouverneur respectievelijk de voorzitter van de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zendt een uitgifte van dat dubbeltal aan de procureur-generaal bij het hof van beroep dat de voordracht heeft gedaan.
  De dubbeltallen worden aan de Minister van Justitie doorgezonden, onderscheidenlijk door de procureur-generaal en door respectievelijk de gouverneur of de voorzitter van de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zij worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt."

Artikel 4 In de artikelen 255, eerste lid en 257 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "artikel 99 van de Grondwet" telkens vervangen door de woorden "artikel 151 van de Grondwet".

Artikel 5 Artikel 256 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
  "Artikel 256.
  De procureur-generaal zendt een uitgifte van de voordracht beurtelings aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.
  De bevoegde Kamer maakt vervolgens het dubbeltal op, waarvan de voordracht haar toekomt krachtens artikel 151 van de Grondwet.
  De bevoegde Kamer zendt een uitgifte van dit dubbeltal aan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie.
  De dubbeltallen worden aan de Minister van Justitie doorgezonden, onderscheidenlijk door de procureur-generaal en door de bevoegde Kamer. Zij worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt."

Artikel 6 De artikelen 1, 2 en 3 van deze wet treden in werking op 1 januari 1995.
  De artikelen 4 en 5 treden in werking op datum van de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 17 januari 1995.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  M. WATHELET
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  M. WATHELET