Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989
Bij arrest nr. 253.179 van 8 maart 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 16 maart 2022, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 30 van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, zoals gewijzigd bij artikel 160 van de wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen in strafzaken en inzake erediensten, en tot wijziging van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie en van het Sociaal Strafwetboek, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, eventueel in samenhang gelezen met de artikelen 160 en 161 van de Grondwet en met de artikelen 6 en 13 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in zoverre het de verzoeker die het administratief beroep bij de minister van Justitie heeft ingesteld zonder gebruik te hebben gemaakt van een aangetekend schrijven of na de wettelijke termijn van vijftien dagen en de verzoeker die een soortgelijk beroep via een aangetekend schrijven en binnen die termijn heeft ingesteld maar zonder een kopie van de bestreden beslissing bij te voegen, hetgeen inhoudt dat niet alleen zijn administratief beroep onontvankelijk zal zijn maar dat zulks ook het geval zal zijn voor een jurisdictioneel beroep bij de Raad van State, op dezelfde wijze behandelt ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 7777 van de rol van het Hof.
De griffier,
P.-Y. Dutilleux