No title

Date :
06-08-2004
Language :
Dutch
Size :
1 page
Section :
Legislation
Source :
Numac 2004011348
Author :
Federale Overheidsdienst Economie, K.m.o., Middenstand En Energie

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Beslissing nr. 2004-C/C-32 van 13 april 2004
Inzake :
Beslissing van 17 november 1997 (nr. 97-C/C-25) betreffende de concentratie tussen de groep Bert en de groep Claeys onder de benaming "Kinepolis Group";
Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM);
Gelet op de brief van 11 maart 2004 uitgaande van de "Kinepolis Group" aan het Secretariaat van de Raad;
Gelet op de brief van 2 april 2004 vanwege de Dienst voor de Mededinging aan de heer Patrick Dewolf, Wnd. Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, welke op 5 april 2004 werd ontvangen;
Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM;
Gehoord ter terechtzitting van 13 april 2004 :
- Mr. Koen Platteau
- Mr. Karen Schutyzer
- Dhr. Herman Sleebus
1.
In haar brief van 11 maart 2004 stelt de "Kinepolis Group" in essentie :
- dat zij de Raad op de hoogte wil brengen van de plannen om haar complex te Leuven uit te breiden en een nieuw complex te realiseren te Brugge;
- dat ze een nieuw complex te Brugge wil realiseren van 8 zalen met 1882 zetels in vervanging van het verkochte complex Pentascoop Kortrijk en de sluiting van Opéra Luik;
- dat haar complex te Leuven wordt uitgebreid naar 10 zalen met 1999 zetels;
- dat zij hiervoor geen voorafgaande instemming van de Raad moet bekomen;
Deze brief van 11 maart 2004 van Kinepolis geeft een beschrijving van de uitbreidingen/wijzigingen die zij realiseert in haar zalen- en zetelpark, maar stelt dat hiervoor geen voorafgaande toestemming van de Raad vereist is. Deze brief kan dan ook niet als een verzoek tot instemming van de Raad worden beschouwd. Zonder zich over enige andere mededingingsrechtelijke bepaling uit te spreken, oordeelt de Raad enkel of een verzoek tot instemming vereist is, conform voorwaarde 4 van de beslissing van 17 november 1997.
2.
Punt 4 van de beslissing van de Raad van 17 november 1997 bepaalt :
« De groep die uit de concentratie ontstaat zal geen nieuw één-of-meer-zalencomplex oprichten of overnemen noch een bestaand complex uitbreiden, renoveren of vervangen zonder de voorafgaande instemming van de Raad voor de Mededinging.
Deze voorwaarde van voorafgaande instemming van de Raad geldt niet bij een uitbreiding, renovatie van een bestaand complex, of vervanging van een bestaand complex door een ander complex, indien dit tot gevolg heeft dat het aantal zetels of zalen van het betrokken complex stijgt met minder dan 20 % gedurende de termijn bepaald in punt 5 van dit beschikkend gedeelte.
De Raad zal op een verzoek tot instemming een beslissing nemen binnen de termijnen zoals deze thans gelden voor het concentratietoezicht na de partijen te hebben gehoord. Bij ontstentenis van beslissing binnen deze termijnen zal de Raad geacht worden met het verzoek in te stemmen. »
3.
Gezien het totaal aantal zalen hetzelfde blijft en het totaal aantal zetels zelfs daalt met 315, is in casu geen voorafgaande instemming van de Raad vereist.
Om deze redenen
De Raad voor de Mededinging
Stelt dat de N.V. Kinepolis Group geen voorafgaande instemming moet vragen aan de Raad voor de Mededinging om het project te Brugge te realiseren in vervanging van Pentascoop Kortrijk en Opéra Luik;
Stelt dat de N.V. Kinepolis Group geen voorafgaande instemming moet vragen aan de Raad voor de Mededinging om de voorliggende uitbreiding van het complex te Leuven door te voeren;
Aldus uitgesproken op 13 april 2004 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit : de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter; de heren Marc Jegers, Robert Vanosselaer en Wouter Devroe, leden.