Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2021, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende het SWT "Algemeen stelsel op 62 jaar" (arbeiders) (1)

Date :
21-08-2022
Language :
French Dutch
Size :
3 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 2022203595
Author :
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid En Sociaal Overleg

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2021, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende het SWT "Algemeen stelsel op 62 jaar" (arbeiders).
Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 21 augustus 2022.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage
Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking
Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 november 2021
SWT "Algemeen stelsel op 62 jaar" (arbeiders) (Overeenkomst geregistreerd op 7 januari 2022 onder het nummer 169272/CO/126)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers arbeiders/sters van de ondernemingen die ressorteren onder de bevoegdheid van Paritair Comité voor de stoffering en houtbewerking.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in het raam van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad van 19 december 1974 (Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975), de wet houdende het Generatiepact van 23 december 2005 (Belgisch Staatsblad van 30 december 2005), de programmawet van 29 maart 2012 (Belgisch Staatsblad van 6 april 2012) en hun uitvoeringsbesluiten, te weten het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.
Art. 3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle arbeiders die door een arbeidsovereenkomst zijn verbonden, voor zover zij aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsvergoeding en voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden bepaald in de artikelen 4 en 5.
HOOFDSTUK II. - Leeftijds- en loopbaanvoorwaarden
Art. 4. Leeftijdsvoorwaarde en algemene loopbaanvoorwaarden
Kunnen na ontslag, behoudens om dringende reden, tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve arbeidsovereenkomst aanspraak maken op het algemeen stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, de arbeiders(sters) :
- die de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt tijdens de geldigheidsduur van deze collectieve arbeidsovereenkomst en op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
- en die op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst voldoen aan de loopbaanvoorwaarden zoals gesteld in artikel 2, § 1 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007, tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (verder : SWT).
De arbeider(ster) die voldoet aan de voorwaarden en waarvan de opzeggingstermijn verstrijkt na 30 juni 2023 behoudt het recht op de bedrijfstoeslag.
Art. 5. Bijkomende loopbaanvoorwaarde
§ 1. Om echter recht te kunnen laten gelden op het SWT, dient de arbeider/ster niet alleen de door de wetgeving gestelde loopbaanvereiste te vervullen, doch dient hij/zij bovendien een loopbaan te kunnen bewijzen van ten minste 15 jaar bij de werkgever die hem/haar ontslaat. Indien de arbeider/ster dit bewijs niet kan leveren, dient hij/zij een loopbaan te bewijzen van minimum 20 jaar in de sector waarvan minstens 8 jaar bij de werkgever die hem/haar ontslaat. De loopbaan dient te worden berekend van datum tot datum.
§ 2. Uitzondering wordt echter gemaakt voor de arbeider die het slachtoffer werd van een faillissement, een sluiting of een herstructurering van een onderneming uit de sector stoffering en houtbewerking, daarna werd aangeworven door een andere werkgever van de sector en op het ogenblik van deze aanwerving 50 jaar of ouder was. Deze werknemer kan niet altijd voldoen aan de vereiste, het bewijs te leveren van 8 jaar anciënniteit bij de werkgever die ontslaat. Toch zal hij het SWT kunnen genieten indien hij het bewijs levert van een loopbaan van ten minste twintig jaar in de sector.
HOOFDSTUK III. - Bedrijfstoeslag
Art. 6. De arbeiders omschreven in artikel 3 hebben recht op een bedrijfstoeslag ten laste van de werkgever op voorwaarde dat zij aanspraak kunnen maken op de werkloosheidsuitkeringen in het kader van het SWT. Deze bedrijfstoeslag wordt maandelijks uitbetaald.
Art. 7. De bedrijfstoeslag, volgens de berekeningsmethode bepaald door het paritair comité, wordt toegekend tot de pensioengerechtigde leeftijd.
De bedrijfstoeslag bestaat uit de helft (50 pct.) van het verschil tussen de werkloosheidsvergoeding en het nettorefertemaandloon. De sociale en/of fiscale afhoudingen op de bedrijfstoeslag vallen ten laste van de arbeider.
De bedrijfstoeslag voor SWT van de arbeider die gebruik maakt van een landingsbaan in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 77 en nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, wordt berekend op basis van het brutorefertemaandloon, omgerekend naar een voltijdse betrekking.
Het nettorefertemaandloon wordt berekend, rekening houdend met de werkbonus toegekend aan werknemers met een laag loon.
Art. 8. De bedrijfstoeslag, zoals bepaald in artikel 7, is gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer, zoals die is voorzien in de artikelen 5 tot en met 10 van hoofdstuk IV van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst inzake de loon- en arbeidsvoorwaarden.
Art. 9. De bedrijfstoeslag waarvan het bedrag bepaald volgens artikel 7 en 8 lager is dan 123,50 EUR per maand, wordt verhoogd tot 123,50 EUR.
Deze verhoging zal evenwel nooit tot gevolg hebben dat het totale bruto maandbedrag van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding samen, hoger ligt dan de toepasselijke inhoudingsgrenzen zoals bepaald in artikel 130 van de wet van 27 december 2006 (na indexering en herwaardering). De verhoging van de aanvullende vergoeding wordt in voorkomend geval beperkt tot beloop van de toepasselijke inhoudingsgrens.
Art. 10. De werkgever kan de bedrijfstoeslagen die hij betaalde, na afloop van elk kalenderjaar terugvorderen bij het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de stoffering en de houtbewerking" (FBZ). Hetzelfde geldt voor de eventuele verhoging van de bedrijfstoeslag in toepassing van artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Daarbij zijn de volgende regels van toepassing :
- De terugvordering moet door de werkgever of zijn gemachtigde worden ingediend met de formulieren die daartoe door het FBZ worden ter beschikking gesteld;
- De terugvordering slaat op de bedrijfstoeslagen die de werkgever betaalde in het kalenderjaar X. De terugvorderingen kunnen worden ingediend tot het einde van het kalenderjaar X+1;
- De terugbetaling door het FBZ is beperkt tot maximaal 94,20 EUR van de bruto bedrijfstoeslag per maand. Het terugbetaalde bedrag wordt gekoppeld aan de indexeringen en herwaarderingen zoals die van toepassing zijn op de betaalde bedrijfstoeslagen. De DECAVA-bijdragen worden niet terugbetaald. Ten aanzien van de eventuele verhoging van de bedrijfstoeslag in toepassing van artikel 9 van deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft de terugbetaling betrekking op het verschil tussen het verhoogde bedrag en het oorspronkelijk berekende, geïndexeerde en geherwaardeerde bedrag van de bedrijfstoeslag;
- De terugbetaling is afhankelijk van het voldoen aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 4 en 5 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Art. 11. De bedrijfstoeslag SWT zal door de werkgever worden doorbetaald bij een eventuele werkhervatting van de ontslagen werknemer, hetzij als loontrekkende, hetzij als zelfstandige.
De ontslagen werknemer zal zijn ex-werkgever vooraf op de hoogte brengen van zijn werkhervatting alsook van de stopzetting ervan.
Art. 12. De opzegging van de individuele arbeidsovereenkomst van de arbeider zal slechts worden gegeven als blijkt dat de betrokken arbeider in aanmerking komt voor SWT onder meer wat de leeftijds- en loopbaanvereisten betreft zoals bepaald in de artikels 4 en 5.
Art. 13. De werkgever die met het oog op het SWT zijn arbeider ontslaat, is - behoudens vrijstelling - verplicht deze te vervangen door een volledig uitkeringsgerechtigde werkloze of door een andere persoon, zoals voorzien bij koninklijk besluit van 3 mei 2007 en binnen de termijn in dit koninklijk besluit bepaald.
In de vervanging moet worden voorzien gedurende ten minste zesendertig maanden. Bij niet-vervanging worden de sancties toegepast voorzien in het koninklijk besluit van 3 mei 2007.
HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur
Art. 14. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2022 en houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2023.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 augustus 2022.
De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE