Ministerieel besluit dat het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de politiediensten die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten, toepasselijk maakt op het personeel dat aangewezen is ter versterking van de opdracht "EUAM" in Irak

Date :
10-02-2020
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Legislation
Source :
Numac 2020040335
Author :
Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.

De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
Gelet op het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten, artikel 3, eerste lid;
Gelet op de beslissing van de Ministerraad van 23 november 2017 in het raam van de opdracht "EUAM" in Irak;
Gelet op het advies van de Inspecteur-Generaal van Financiën, gegeven op 23 april 2019;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 19 augustus 2019,
Besluit :
Artikel 1. De bepalingen van hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van een forfaitaire vergoeding toegekend aan de personeelsleden van de politiediensten die deelnemen aan humanitaire of politieoperaties onder het gezag van één of meerdere internationale instellingen alsook aan bepaalde operaties ten behoeve van de strijdkrachten, zijn van toepassing op het personeel dat aangewezen is ter versterking van de opdracht "EUAM" in Irak.
Art. 2. Gelet op de onmogelijkheid van een cumul van vergoedingen van dezelfde aard, wordt de forfaitaire vergoeding zoals bepaald in het voormelde koninklijk besluit van 11 juli 2002, verminderd met de diverse vergoedingen die reeds worden ten laste genomen door andere internationale instellingen en die hetzelfde risico, dezelfde kosten en/of dezelfde ongemakken dekken.
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 27 april 2019.
Brussel, 10 februari 2020.
P. DE CREM