Ministerieel besluit tot aanwijzing van de ambtenaren die belast zijn met de uitvoerbaarverklaring, met de inning en met de invordering van de heffing als bedoeld in het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Departement Algemene Zaken en Financien
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
Gelet op het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten als gewijzigd bij decreten van 20 december 1996, 8 juli 1997, 14 juli 1998, 30 juni 2000 en 9 maart 2001, 6 juli 2001, 5 juli 2002, 27 juni 2003 en 19 december 2003 inzonderheid op artikels 24 tot en met 33;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 als gewijzigd bij besluiten van 19 december 1998, 8 juni 2001 en 13 december 2002 tot uitvoering van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, inzonderheid op artikels 14 tot en met 17;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 1999 tot vaststelling van regelen inzake ambtenarenzaken en individueel personeelsbeheer in de diensten van de Vlaamse regering en in de Vlaamse openbare instellingen, inzonderheid op artikel 6;
Besluit :
Artikel 1. De Directeur-generaal bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, en bij diens verhindering het afdelingshoofd en de directeurs bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, afdeling Financieel Management worden belast met de uitvoerbaarverklaring van de bijzondere kohieren, zowel voor de heffing als voor de gemeentelijke opcentiemen, en van de dwangbevelen.
Art. 2. De heer Yves Hantson, directeur en bij diens verhindering de heer Herman Pevenage, adjunct van de directeur bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, afdeling Financieel Management, worden belast bij wanbetaling, de verschuldigde heffing, de gemeentelijke opcentiemen, de administratieve geldboetes, de nalatigheidsintresten, de innings- en vervolgingskosten in te vorderen via dwangbevel als bedoeld in artikel 30 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Zij worden, in voorkomend geval, tevens belast met het vestigen van de wettelijke hypotheek namens het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikel 32, § 1 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Art. 3. De heer Frank Blancquaert, rekenplichtige en bij diens verhindering de heer Geert Buyle, rekenplichtige, mevrouw Monique Dooms, rekenplichtige, mevrouw Martine Demeyer, rekenplichtige,Mevrouw Marian Vanvossel, rekenplichtige en mevrouw Nancy Vandenbossche, rekenplichtige bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, worden belast met de inning van de heffing, de gemeentelijke opcentiemen, de administratieve geldboetes, de nalatigheidsintresten en de inningskosten als bedoeld in artikel 24 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en artikel 14 en volgende van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997;
Art. 4. Mevrouw Miranda Vandevelde, adjunct van de directeur bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en bij diens verhindering mevrouw Wendy Hendrickx, adjunct van de directeur bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, afdeling Financieel Management, worden belast met het nemen van de beslissingen over de bezwaarschriften tegen de heffingen zoals bedoeld in artikel 26 § 4 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Art. 5. § 1. Het afdelingshoofd bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management en de heer Yves Hantson, directeur bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap worden belast met het nemen van beslissingen over de bezwaren tegen de administratieve geldboete bij hen ingediend in uitvoering van artikel 26, § 4 van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
§ 2. Zij worden tevens belast met de afhandeling van de verzoeken tot uitstel of spreiding van betaling van de heffing die de belastingplichtige tot hen richt overeenkomstig artikel 26 § 5 van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
§ 3. Zij worden tevens belast met de afhandeling van de verzoeken tot uitstel van betaling van de administratieve geldboete en/of de verwijlintresten bij hen ingediend in uitvoering van artikel 29 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Art. 6. Het Ministerieel besluit van 24 oktober 2002 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening houdende de aanwijzing van de ambtenaren die belast zijn met de uitvoerbaarverklaring, met de inning en met de invordering van de heffing als bedoeld in het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten wordt opgeheven.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op datum van ondertekening.
Brussel, 1 september 2004.
D. VAN MECHELEN
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
Gelet op het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten als gewijzigd bij decreten van 20 december 1996, 8 juli 1997, 14 juli 1998, 30 juni 2000 en 9 maart 2001, 6 juli 2001, 5 juli 2002, 27 juni 2003 en 19 december 2003 inzonderheid op artikels 24 tot en met 33;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 als gewijzigd bij besluiten van 19 december 1998, 8 juni 2001 en 13 december 2002 tot uitvoering van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, inzonderheid op artikels 14 tot en met 17;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering;
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 1999 tot vaststelling van regelen inzake ambtenarenzaken en individueel personeelsbeheer in de diensten van de Vlaamse regering en in de Vlaamse openbare instellingen, inzonderheid op artikel 6;
Besluit :
Artikel 1. De Directeur-generaal bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, en bij diens verhindering het afdelingshoofd en de directeurs bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, afdeling Financieel Management worden belast met de uitvoerbaarverklaring van de bijzondere kohieren, zowel voor de heffing als voor de gemeentelijke opcentiemen, en van de dwangbevelen.
Art. 2. De heer Yves Hantson, directeur en bij diens verhindering de heer Herman Pevenage, adjunct van de directeur bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, afdeling Financieel Management, worden belast bij wanbetaling, de verschuldigde heffing, de gemeentelijke opcentiemen, de administratieve geldboetes, de nalatigheidsintresten, de innings- en vervolgingskosten in te vorderen via dwangbevel als bedoeld in artikel 30 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Zij worden, in voorkomend geval, tevens belast met het vestigen van de wettelijke hypotheek namens het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikel 32, § 1 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Art. 3. De heer Frank Blancquaert, rekenplichtige en bij diens verhindering de heer Geert Buyle, rekenplichtige, mevrouw Monique Dooms, rekenplichtige, mevrouw Martine Demeyer, rekenplichtige,Mevrouw Marian Vanvossel, rekenplichtige en mevrouw Nancy Vandenbossche, rekenplichtige bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, worden belast met de inning van de heffing, de gemeentelijke opcentiemen, de administratieve geldboetes, de nalatigheidsintresten en de inningskosten als bedoeld in artikel 24 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en artikel 14 en volgende van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997;
Art. 4. Mevrouw Miranda Vandevelde, adjunct van de directeur bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en bij diens verhindering mevrouw Wendy Hendrickx, adjunct van de directeur bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management, afdeling Financieel Management, worden belast met het nemen van de beslissingen over de bezwaarschriften tegen de heffingen zoals bedoeld in artikel 26 § 4 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Art. 5. § 1. Het afdelingshoofd bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Algemene Zaken en Financiën, administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management en de heer Yves Hantson, directeur bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap worden belast met het nemen van beslissingen over de bezwaren tegen de administratieve geldboete bij hen ingediend in uitvoering van artikel 26, § 4 van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
§ 2. Zij worden tevens belast met de afhandeling van de verzoeken tot uitstel of spreiding van betaling van de heffing die de belastingplichtige tot hen richt overeenkomstig artikel 26 § 5 van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
§ 3. Zij worden tevens belast met de afhandeling van de verzoeken tot uitstel van betaling van de administratieve geldboete en/of de verwijlintresten bij hen ingediend in uitvoering van artikel 29 van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Art. 6. Het Ministerieel besluit van 24 oktober 2002 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening houdende de aanwijzing van de ambtenaren die belast zijn met de uitvoerbaarverklaring, met de inning en met de invordering van de heffing als bedoeld in het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten wordt opgeheven.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op datum van ondertekening.
Brussel, 1 september 2004.
D. VAN MECHELEN