Ministerieel besluit tot bepaling van de samenstelling en de werking van de valideringscommissie maatschappelijke oriëntatie, vermeld in artikel 24/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, artikel 29, § 1, vijfde lid, 2°, vervangen bij het decreet van 9 juli 2021;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, artikel 24/1, § 1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 25 februari 2022.
- Er is op 8 maart 2022 bij de Raad van State een aanvraag ingediend voor een advies binnen dertig dagen, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Het advies is niet meegedeeld binnen die termijn. Daarom wordt artikel 84, § 4, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, toegepast.
DE VLAAMSE MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, BESTUURSZAKEN, INBURGERING EN GELIJKE KANSEN BESLUIT:
HOOFDSTUK 1. - Definities
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap : het Agentschap Binnenlands Bestuur van het Vlaamse Ministerie Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Binnenlands Bestuur";
2° EVA: het Agentschap Integratie en Inburgering, vermeld in artikel 17, § 2, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
3° stedelijk EVA: het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Antwerpen vzw en het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Gent vzw;
4° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleid inzake onthaal en integratie van inwijkelingen.
HOOFDSTUK 2. - Samenstelling van de valideringscommissie
Art. 2. De volgende personen worden door de minister benoemd als leden van de valideringscommissie:
1° één vertegenwoordiger van de academische wereld, met pedagogische expertise;
2° één extern lid dat niet behoort tot het EVA, het stedelijk EVA of het agentschap, deskundig op het vlak van samenleven in diversiteit;
3° één extern lid dat niet behoort tot het EVA, het stedelijk EVA of het agentschap, die op het ogenblik van de eerste bijeenkomst van de valideringscommissie het attest van inburgering, vermeld in artikel 34/3, eerste lid, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, behaalde;
4° één vertegenwoordiger die belast is met de voorbereiding van het beleid inzake integratie en inburgering. Deze vertegenwoordiger neemt tevens het voorzitterschap van de valideringscommissie op.
De benoeming, vermeld in het eerste lid, geldt voor een hernieuwbare termijn van vier jaar. De leden behouden hun bevoegdheid tot de nieuwe valideringscommissie is samengesteld.
De leden van de valideringscommissie kunnen worden ontslagen wegens tekortkomingen in hun taken.
Onverminderd de bepalingen van het tweede lid eindigt het mandaat:
1° in geval van ontslag;
2° in geval van overlijden.
Art. 3. Het EVA geeft duiding bij de evalueerbare einddoelen van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie aan de leden van de valideringscommissie, vermeld in artikel 2, en wordt gehoord bij de validering van de evalueerbare einddoelen.
HOOFDSTUK 3. - Werking van de valideringscommissie
Art. 4. De valideringscommissie, vermeld in artikel 24/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, heeft als taak de evalueerbare einddoelen van het vormingspakket maatschappelijke oriëntatie te valideren.
Na de validering door de valideringscommissie, vermeld in artikel 24/1, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, worden deze einddoelen, overeenkomstig artikel 24/1, § 3, van het voormeld besluit, op vraag van het EVA of de minister periodiek gescreend op de actualiteitswaarde ervan. Indien nodig kunnen de einddoelen op vraag van het EVA of de minister bijgestuurd worden door de valideringscommissie.
Art. 5. De valideringscommissie neemt een gemotiveerde beslissing bij consensus bij het valideren van de evalueerbare einddoelen.
De validering van de evalueerbare einddoelen gebeurt uiterlijk zes maanden na de eerste vergadering van de valideringscommissie.
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtredingsbepaling
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2022.
Brussel, 7 mei 2022.
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen,
B. SOMERS