Pas de titre

Date :
17-01-2017
Langue :
Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Régulation
Type :
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

art. 222. art. 222. Nummer R 222/01-01 01. - Oproeping in tussenkomst. Nieuwe eis. 01. - Zo iemand, die bij vergissing de door een derde verschuldigde belasting betaald heeft, de

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
art. 222
Document
Content exists in : nl

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties


Nummer R 222/01-01

01. - Oproeping in tussenkomst. Nieuwe eis. 

01. - Zo iemand, die bij vergissing de door een derde verschuldigde belasting betaald heeft, de Staat tot teruggave dagvaardt, is deze laatste ontvankelijk om de derde in het geding te doen tussenkomen teneinde het tussen te komen vonnis voor hem verbindend te horen maken. Eist het bestuur van die derde daarentegen betaling van de boete die hij verschuldigd is doordat hij de in zijnen hoofde opeisbare belasting niet tijdig gekweten heeft, dan moet die eis verworpen worden, wanneer deze noch voorzien, noch voorbehouden werd in de dagvaarding.

(Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel, dd. 10 maart 1954, Rec. gén., nr. 19.411. - bl.nr. E.E./70.981.)

----------

JANUARI 1980 - 1305

 

Nummer R 222/02-01

02. - Vorm van de aanvraag. 

01. - De vordering tot teruggaaf moet geschieden bij exploot betekend aan de Staat…. met dagvaarding vóór de rechtbank. 

De onderaan op de akte van wederverkoop voorkomende verklaring, waarbij om teruggaaf wordt verzocht, geldt niet als vordering tot teruggaaf, zoals bedoeld in artikel 222.

(Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, dd. 9 juli 1956. - bl. nr. E.E./73.165.)

----------

JANUARI 1980 - 1306

 

Nummer R 222/03-01

03. - Schuldeisers van de rechthebbende. 

01. - De schuldeisers van iemand die recht heeft op teruggaaf van een som die als registratierecht werd geheven, kunnen een vordering tot teruggaaf maar instellen, op grond van artikel 1166 van het Burgerlijk Wetboek, zo hun schuldenaar verwaarloost zelf de vordering te doen gelden. 

Het instellen van die vordering door de schuldeisers kan er overigens alleen toe strekken de verschuldigde som in het patrimonium van de nalatige schuldenaar te brengen en niet die som over te hevelen naar hun eigen patrimonium. Om dit laatste doel te bereiken staat alleen een derdenbeslag, eventueel gevolgd door een ordeproceduur, ter beschikking van de schuldeisers. 

Een vordering waarbij het bestuur, door de schuldeisers van een rechthebbende op teruggaaf, voor het gerecht gedagvaard wordt tot betaling van de terug te geven som in hun handen, als gesubrogeerden in de rechten van hun schuldenaar, is derhalve ongegrond en moet worden afgewezen.

(Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, dd. 28 april 1969, Rec. gén., nr. 21.310. - bl. nr. E.E./81.107.)

----------

JANUARI 1980 - 1307

 

Nummer R 222/04-01

04. - Rechthebbende. 

01. - De verweerder die in de kosten werd veroordeeld in een geding dat - volgens hem ten onrechte - aanleiding heeft gegeven tot het heffen van een veroordelingsrecht, bezit geen titel om, direct of zijdelings, teruggaaf van dat recht te vorderen, zo hij dit niet heeft terugbetaald aan de eiser die het aan de Staat heeft betaald. 

Geen enkele wettelijke of conventionele grond maakt het hem mogelijk de waarborg van het bestuur te vragen in het geding dat hem opnieuw tegenover zijn tegenstrever plaatst betreffende het veroordelingsrecht dat deze laatste op het vonnis heeft betaald.

(Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, dd. 30 juni 1969, Rec. gén., nr. 21.309. - bl. nr. E.E./80.404.)

----------
JANUARI 1980 - 1308

 

Nummer R 222/05-01

05. - Staat in de persoon van de ontvanger. 

01. - Artikel 222 stelt duidelijk dat de vordering dient betekend aan de Staat weliswaar in de persoon van de ontvanger der registratie doch als orgaan van de Belgische Staat; inzake staatsfiscaliteit is het immers de Belgische Staat die de rechtspersoon is die de hoedanigheid heeft om, door zijn bevoegd orgaan, in rechte te vorderen of zich te verweren. Het is dan ook terecht dat de besluiten opgesteld worden voor de Belgische Staat die optreedt door tussenkomst van zijn bevoegde organen.

(Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, dd. 14 januari 1994, Rec. gén., nr. 24.445. - bl. nr. E.E./92.675.)

APRIL 1995 - 1308/2