Art. 83/1 Wetboek Succ. ? Federale wetgeving

Date :
23-12-1958
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Régulation
Type :
Codes and legislation
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

Federale wetgeving

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Art. 83/1 Wetboek Succ. – Federale wetgeving
Art. 83/1 Wetboek Succ. – Federale wetgeving
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Effective date : 17/01/1957
Document type : Codes and legislation
Title : Art. 83/1 Wetboek Succ. – Federale wetgeving
Comments :
Document date : 23/12/1958
Keywords : betaling / betalingswijze / geünificeerde schuld van 4 p.c.
Document language : NL
Name : Art. 83/1, W.Succ. federaal
Version : 1
Previous document   Next document   Show list of documents

Belangrijk bericht

 

Afdeling V – Wijze van betaling

(vervangen door art. 42 van de wet van 23 dec. 1958 (B.S., 07.01.1959))

 

Artikel 831 (van toepassing vanaf 17.01.1959)

(oorspronkelijk genummerd art. 83. Vernummerd in art. 831 door art. 42 van de wet van 23 dec. 1958 (B.S., 07.01.1959). Tekst van toepassing vanaf 17 janv. 1959 (art. -))

 

De obligaties aan toonder en de inschrijvingen op naam van de geünificeerde 4 pct. schuld die door een erfgenaam, legataris of begiftigde verkregen worden uit de nalatenschap van een Rijksinwoner, worden aangenomen voor het bedrag van hunne nominale waarde, vermeerderd met het prorata van de opgelopen interest, ter betaling der rechten en, desvoorkomend, der interesten verschuldigd door bedoelden erfgenaam, legataris of begiftigde, uit hoofde van de nalatenschap.

Behoudens het geval van overmacht, moet dit vermogen uitgeoefend worden uiterlijk binnen de vijftien dagen te rekenen van de wettelijke vervaldag der rechten.

Het is afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat belanghebbenden door alle middelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed, bewijzen dat de in betaling aangeboden waarden uit de nalatenschap van de overledene door hen werden verkregen.

Voor de berekening van het interest prorata opgelopen op de tot betaling aangeboden titels, wordt iedere maand voor dertig dagen gerekend; de interest wordt per vijftien dagen gerekend; alle breuk van vijftien dagen wordt verwaarloosd.

----------------------

historische versie(s)