Artikel 29, WIB 92 (inkomsten 2011)

Date :
22-12-1998
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Régulation
Type :
Codes and legislation
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

personenbelasting - belastbare grondslag in de PB - beroepsinkomen - burgerlijke vennootschap - vereniging zonder rechtspersonenbelasting - winst - baat - handelsvennootschap - landbouwvennootschap - Europees economisch samenwerkingsverband - economisch

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Artikel 29, WIB 92 (inkomsten 2011)
Artikel 29, WIB 92 (inkomsten 2011)
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Effective date : 01.08.1995
Document type : Codes and legislation
Title : Artikel 29, WIB 92 (inkomsten 2011)
Document date : 22/12/1998
Keywords : personenbelasting / belastbare grondslag in de PB / beroepsinkomen / burgerlijke vennootschap / vereniging zonder rechtspersonenbelasting / winst / baat / handelsvennootschap / landbouwvennootschap / Europees economisch samenwerkingsverband / economisch samenwerkingsverband / vereniging van medeëigenaars
Document language : NL
Name : Artikel 29, WIB 92
Version : 1
Previous document   Next document   Show list of documents

E. Burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid

 

Artikel 29, WIB 92

(art. 12, 13, 14, 15 en 16, KB/WIB 92)

 

Art. 29, § 2, 5°, is van toepassing op de verenigingen van mede-eigenaars die vanaf 01.08.1995 rechtspersoonlijkheid bezitten (art. 5 en 80, § 4, W 22.12.1998 - B.S. 15.01.1999)

 

[Historiek]

 

§ 1. In burgerlijke vennootschappen of verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die winst of baten verkrijgen, worden de opnemingen van de vennoten of leden en hun deel in de verdeelde of onverdeelde winst of baten, als winst of baten van de vennoten of leden aangemerkt.

§ 2. Voor de toepassing van § 1, worden geacht verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid te zijn:

1° onregelmatig opgerichte handelsvennootschappen;

2° landbouwvennootschappen, behalve indien deze voor de heffing van de vennootschapsbelasting hebben gekozen; de Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de keuze en het behoud ervan zijn onderworpen;

3° Europese economische samenwerkingsverbanden;

4° economische samenwerkingsverbanden;

5° verenigingen van medeëigenaars die krachtens artikel 577-5, § 1, van het Burgerlijk Wetboek rechtspersoonlijkheid bezitten.