Artikel 406, WIB 92 (historisch)

Date :
27-04-2007
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Régulation
Type :
Codes and legislation
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

inkomstenbelasting - invordering - hoofdelijke aansprakelijkheid - registratie als aannemer - inhouding van 15% - aanwending van gestorte bedrage

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Artikel 406, WIB 92 (historisch)
Artikel 406, WIB 92 (historisch)
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Effective date : art. 406, § 3, is van toepassing vanaf 01.01.2008
Document type : Codes and legislation
Title : Artikel 406, WIB 92 (historisch)
Document date : 27/04/2007
Keywords : inkomstenbelasting / invordering / hoofdelijke aansprakelijkheid / registratie als aannemer / inhouding van 15% / aanwending van gestorte bedragen
Document language : NL
Name : Artikel 406, WIB 92
Version : 1

Artikel 406, WIB 92 (historisch)

(art. 207, 208, 209, 210, KB/WIB 92)

 

Art. 406, § 3, is van toepassing vanaf 01.01.2008

Art. 406, is van toepassing vanaf 01.01.1999 (art. 10, KB 26.12.1998 - B.S. 31.12.1998)

Art. 406, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 299ter, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; art. 80, W 06.07.1994 - B.S. 16.07.1994)

 

 

Art. 406, § 3, is van toepassing vanaf 01.01.2008 (art. 145, W 27.04.2007 - B.S. 08.05.2007 - err. B.S. 23.05.2007 - err. B.S. 08.10.2007) [De Koning bepaalt de vereiste overgangsmaatregelen wanneer de betrokken overheidsdiensten tegen 01.01.2008 nog niet kunnen beschikken over de passende informaticatoepassingen die nodig zijn voor de correcte uitvoering van deze aanpassing]

 

§ 1. Het ter uitvoering van artikel 403 gestorte bedrag wordt eerst aangewend tot aanzuivering van de in artikel 402 vermelde belastingschulden, de boeten en vervolgens voor de schulden inzake de belasting over de toegevoegde waarde.

§ 2. Voor ieder van de in § 1, bedoelde schulden wordt de aanwending in de navolgende volgorde toegerekend: eerst op de kosten, daarna op de nalatigheidsinteresten, vervolgens op de belastingverhogingen en tenslotte op de nog verschuldigde belastingen.

§ 3. De Koning bepaalt op welke wijze, onder welke voorwaarden en binnen welke termijn, de persoon op wiens schuldvordering het gestorte bedrag werd ingehouden, dit bedrag terugkrijgt in de mate dat de stortingen het bedrag van de schulden overschrijden.

top pagina