Beslissing Btw nr. E.T.78.929 dd. 21.02.1994

Date :
21-02-1994
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Régulation
Type :
Decisions
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

Terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen.

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Beslissing Btw nr. E.T.78.929 dd. 21.02.1994
Beslissing Btw nr. E.T.78.929 dd. 21.02.1994
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Decisions
Title : Beslissing Btw nr. E.T.78.929 dd. 21.02.1994
Tax year : 2005
Document date : 21/02/1994
Keywords : Terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen.
Document language : NL
Name : Beslissing Btw nr. E.T.78.929 dd. 21.02.1994
Version : 1

Beslissing Btw nr. E.T.78.929 dd. 21.02.1994

BTW-Revue nr. 109, blz. 617-618, nr. 988

Terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen.

Op grond van artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek zijn van de belasting vrijgesteld de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen alsook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1, van hetzelfde Wetboek met uitzondering van, onder meer, de in artikel 18, § 1, tweede lid, 8° tot 10°, van genoemd Wetboek bedoelde diensten.

Sinds 1 januari 1993 werd bovendien artikel 18, § 1, tweede lid, 8°, van het BTW-Wetboek gewijzigd in die zin dat de nieuwe bepaling thans niet meer stelt dat de beoogde activiteit moet uitgeoefend worden door een "exploitant".

Om die reden kan de belastingplicht van de persoon die stallingplaatsen voor rijtuigen ter beschikking stelt dan ook niet meer gebonden zijn aan de hoedanigheid van "exploitant". Derhalve kunnen voortaan de aard van de ter beschikking gestelde ruimte, de kwalificatie van de inkomsten met betrekking tot genoemde werkzaamheid (z. Beroep Antwerpen, 3 september 1985, noch de in punt 2, A, vierde lid, van de aanschrijving nr. 46/1972 vermelde aanwijzingen die de exploitatie van een garage kenmerken, nog in aanmerking worden genomen om uit te maken of de bedoelde terbeschikkingstelling al dan niet aan de BTW is onderworpen.

Derhalve heeft eenieder die binnen de voorwaarden van de artikelen 2 en 4 van genoemd Wetboek stalling voor rijtuigen - ook wanneer het gesloten garages of boxen betreft - ter beschikking stelt de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige met recht op aftrek en is, behoudens de eventuele toepassing van artikel 56, § 2, van het BTW-Wetboek, de over de aangerekende vergoeding de BTW verschuldigd tegen het normale tarief dat thans 20,5 pct. bedraagt.

Indien een landbouwer die aan de bijzondere regeling bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek is onderworpen stalling voor rijtuigen ter beschikking stelt en hij ten aanzien van laatstgenoemde handelingen de regeling beoogt in artikel 56, § 2, van dat Wetboek niet kan genieten, is hij voor zijn volledige werkzaamheid aan de normale regeling onderworpen.

Artikel 18, § 1, tweede lid, 8°, van het BTW-Wetboek vindt evenwel geen toepassing ten aanzien van de terbeschikkingstelling of de verhuur van stalling voor rijtuigen wanneer zij nauw verbonden is met een op grond van artikel 44, § 3, 2°, van dat Wetboek vrijgestelde huurovereenkomst betreffende een voor een ander gebruik bestemd onroerend goed (b.v. bewoning, commerciële doeleinden, enz.) zodanig dat beide verhuringen één enkele economische handeling vormen. Dit is inzonderheid het geval wanneer de stalling voor rijtuigen en het voor andere doeleinden verhuurd onroerend goed deel uitmaken van eenzelfde onroerend geheel (b.v. appartementsgebouw, woningcomplex, enz.) en beide goederen door dezelfde eigenaar - zelfs bij afzonderlijk gesloten overeenkomsten - aan dezelfde huurder worden verhuurd. Aldus zal de stalling voor rijtuigen ingericht in flatgebouwen of in aanhorigheden ervan en die uitsluitend ter beschikking wordt gesteld van de medeëigenaars of van de huurders in de regel niet aan de BTW zijn onderworpen.

De organisatie van parkeergelegenheid op de openbare weg, tegen betaling en gecontroleerd door middel van toestellen genoemd "parkingmeters" of door middel van andere toestellen met dezelfde functie, is niet beoogd in artikel 18, § 1, tweede lid, 8°, van het BTW-Wetboek wanneer deze organisatie voortspruit uit een beslissing van de overheid.

De aanschrijving nr. 46/1972 evenals alle beslissingen die in strijd zijn met hetgeen voorafgaat, worden opgeheven.