Décision anticipée n° 2012.177 dd. 19.06.2012
- Section :
- Régulation
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
brevet - déduction pour revenus de brevets - redevanc
Texte original :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Décision anticipée n° 2012.177 dd. 19.06.2012
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Décision anticipée n° 2012.177 dd. 19.06.2012 Tax year : 2012 Document date : 19/06/2012 Keywords : brevet / déduction pour revenus de brevets / redevance Document language : FR Name : Décision anticipée n° 2012.177 dd. 19.06.2012 Version : 1
Décision anticipée n° 2012.177 dd. 19.06.2012
Déduction pour revenus de brévets
Résumé La société A peut bénéficier de la déduction pour revenus de brevets en ce qui concerne les revenus acquis dans le cadre d'un contrat de licence conclu avec B, ainsi que la redevance comprise dans le prix de vente concernant la vente du produit par A, après déduction des redevances versées par A et des amortissements sur des licences activées. Le fait qu'il existe encore des brevets dont la demande est toujours en cours ou qu'une partie des brevets est arrivée à expiration, ne porte pas atteinte au fait que le montant total des revenus de brevets précités entre en considération pour la déduction pour revenus de brevets dans la mesure où le produit est suffisamment protégé par des brevets ou des certificats complémentaires de protection dans le pays de production ou de commercialisation.
La décision est publiéé uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat 1.1. Vennootschap A, hierna A kan genieten van de octrooi-aftrek met betrekking tot alle inkomsten die het zal verwerven met betrekking tot octrooien (en de daarmee verbonden know-how) overeenkomstig artikel 205/1 WIB; 1.2. A de octrooi-aftrek in het bijzonder kan toepassen op de volgende inkomsten: 1.2.1.Alle onder sectie III.B.1. en III.B.2.1. vermelde inkomsten die A heeft verkregen en zal verkrijgen van B in het kader van de licentie-overeenkomst afgesloten met B; 1.2.2. De inbegrepen royalty vervat in de verkoopprijs wat betreft de verkoop van het product door A (sectie III.B.2.2.); 1.3. het feit dat op het moment van het verkrijgen van de inkomsten in verband met de octrooien (en de daarmee verbonden know-how) nog niet alle octrooien van de tweede familie verkregen zijn, geen afbreuk doet aan het feit dat het volledige bedrag van de voormelde inkomsten in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek; 1.4. A de octrooi-aftrek kan toepassen op 1.4.1. het integrale bedrag van de onder sectie III.B.1. en III.B.2.1. vermelde inkomsten die A zal verkrijgen van B, en op 1.4.2. het integrale bedrag van de inbegrepen royalty vervat in de verkoopprijs wat betreft de verkoop van het product door A aan C, 1.4.3. na aftrek, van de vergoedingen die A verschuldigd is aan derden gedurende het inkomstenjaar dat de voormelde inkomsten worden gerealiseerd, en van de afschrijvingen op de (licenties op) de octrooien verworven van derden zoals geboekt, overeenkomstig het Belgisch boekhoudrecht, gedurende het inkomstenjaar dat de voormelde inkomsten worden gerealiseerd; 1.5. het verstrijken van de tweede familie van octrooien in het land X vóór het verstrijken van de eerste familie van octrooien, geen impact heeft, voor wat betreft de toepassing van de octrooi-aftrek, op het bedrag van de inbegrepen royalty met betrekking tot de verkoop van het product door A , aangezien A op dat moment nog over een octrooi met betrekking tot de eerste familie bezit in land X; 1.6. het verstrijken van de looptijd van beide families van de octrooien in land X geen impact heeft, voor wat betreft de toepassing van de octrooi-aftrek, op het bedrag van de inbegrepen royalty met betrekking tot de verkoop van het product door A , op voorwaarde dat A op dat moment over een aanvullend beschermingscertificaat beschikt met betrekking tot de tweede familie van octrooien in het land van productie; 1.7. het verstrijken van de looptijd van de eerste familie van de octrooien niet verhindert dat A de octrooi-aftrek kan blijven toepassen op het integrale bedrag van de inkomsten die worden verkregen in het kader van de licentie-overeenkomst afgesloten met B zolang dat A over een octrooi van de tweede familie of een aanvullend beschermingscertificaat met betrekking tot de tweede familie van octrooien beschikt in het land van productie of in het land van vestiging van B.
II. Omschrijving van de situatie II.A. Beschrijving van de groep
II.A.1. Algemeen 2. A behoort tot een multinationale groep.
II.A.2. A 3. A heeft de aandelen in H aangekocht. A heeft vervolgens H in het kader van een geruisloze fusie opgeslorpt. 4. A heeft verschillende divisies, waaronder R&D.
II.A.3. C. 5. C is dochtervennootschap van A gevestigd in land X.
II.B. Beschrijving van de octrooien/ het product 6. Het product wordt beschermd door twee families van octrooien. 7. De eerste familie beschermt de componenten en de methoden. 8. Deze octrooien werden allen ontwikkeld door H en zijn als gevolg van de fusie met A eigendom geworden van A. A heeft het product verder ontwikkeld. 9. De tweede familie van octrooien beschermt de toepassing van het product. De octrooien (in aanvraag) werden ontwikkeld door H en zijn als gevolg van de fusie met A eigendom geworden van A. 10. Het feit dat het product wordt beschermd door twee families van octrooien biedt een dubbele bescherming.
III. Motivering van de aanvraag III.A Mogelijkheid tot toepassing van de octrooi-aftrek 11. Aanvrager meent dat A beantwoordt aan de gestelde voorwaarden om te genieten van de octrooi-aftrek met betrekking tot zulke inkomsten aangezien de verschillende toepassingsvoorwaarden in casu vervuld zijn. 12. Teneinde te kunnen genieten van de octrooi-aftrek dienen met name de volgende voorwaarden cumulatief vervuld te zijn: 12.1. De belastingplichtige dient juridisch eigenaar of licentiehouder van het desbetreffende octrooi/de desbetreffende octrooien te zijn; 12.2. De belastingplichtige dient het octrooi/de octrooien zelf ontwikkeld te hebben of zelf verbeterd te hebben; 12.3. De belastingplichtige dient het octrooi ontwikkeld of verbeterd te hebben in een onderzoekscentrum dat kwalificeert als een bedrijfstak of een algemeenheid van goederen; en, 12.4. Het octrooi/De octrooien mag/mogen nog niet gebruikt geweest zijn voor wat betreft de verkoop aan derden vóór 1 januari 2007. 13. Er zal hierna worden aangetoond dat de verschillende voorwaarden in casu allen vervuld zijn (sectie III.A.1. tot III.A.4).
III.A.1. A is juridisch eigenaar van de octrooien 14. De octrooi-aftrek kan enkel worden toegepast voor zover A eigenaar is van de desbetreffende octrooien. Welnu, A is wel degelijk eigenaar van de verschillende octrooien. 15. Het is wel zo, zoals hierboven reeds werd aangegeven, dat de octrooien werden ontwikkeld door H en dat bijgevolg H voorheen de juridische eigenaar was van deze octrooien. Echter, als gevolg van de fusie met A is A de juridische eigenaar geworden van deze octrooien. A heeft het product na deze fusie verder ontwikkeld. 16. Er dient tevens te worden vermeld dat een gedeelte van de octrooien op heden nog niet verkregen zijn en dus nog in aanvraag zijn. Er zal hierna onder sectie III.C. worden aangetoond dat het feit dat een gedeelte van de octrooien nog in aanvraag zijn, volgens aanvrager geen impact heeft op het bedrag van de inkomsten dat in aanmerking komt voor de octrooi-aftrek. 17. Verder wordt voor de volledigheid tevens opgemerkt dat A vergoedingen verschuldigd is in verband met de inkomsten die het heeft en zal verkrijgen in verband met de octrooien aan derden. Bovendien dient rekening te worden gehouden met de afschrijvingen op de octrooien verworven van derden. 18. Er dient volgens aanvrager, gelet op het voorgaande, te worden geconcludeerd dat A wel degelijk kwalificeert als een octrooihouder in de zin van artikel 205/1 en volgende WIB.
III.A.2. A heeft de octrooien zelf ontwikkeld 19. H heeft de verschillende octrooien ontwikkeld. A is eigenaar geworden van de octrooien als gevolg van de opslorping van H. A heeft vervolgens het product verder ontwikkeld.
III.A.3. A heeft de octrooien ontwikkeld in een onderzoekscentrum 20. Artikel 205/2, § 1 WIB bepaalt dat de door de vennootschap ontwikkelde octrooien (en aanvullende beschermingscertificaten) in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek op voorwaarde dat die octrooien (of certificaten) geheel of gedeeltelijk door de vennootschap werden ontwikkeld in onderzoekscentra die een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid vermeld in artikel 46, §1, eerste lid, 2° WIB vormen. 21. In de Frequently Asked Questions inzake de octrooi-aftrek zoals opgesteld door de belastingsadministratie, wordt gesteld dat onder bedrijfsafdeling wordt verstaan, het geheel van de bestanddelen die in een afdeling van die onderneming belegd zijn en technisch een onafhankelijke onderneming vormen, t.w. een geheel dat bekwaam is om met eigen middelen te werken. 22. Bovendien wordt door de belastingsadministratie in de Frequently Asked Questions bevestigd dat, alhoewel de voormelde wettekst enkel spreekt over een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid, de administratie onder de betrokken bepaling ook de "algemeenheid van goederen" als bedoeld in artikel 46, §1, eerste lid, 2° WIB verstaat. 23. Er werd hierboven aangegeven dat H en A de octrooien zelf hebben ontwikkeld. Welnu, dergelijke ontwikkeling vond plaats in een onderzoekscentrum dat een algemeenheid van goederen of minimaal een tak van werkzaamheid uitmaakt. 24. De gehele activiteit van H diende te worden aangezien als een onderzoekscentrum dat een algemeenheid van goederen uitmaakt. 25. A heeft H opgeslorpt. De onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van H zijn bijgevolg overgegaan naar A en A heeft deze activiteiten voortgezet. 26. De verdere ontwikkeling van het product werd gedaan in het onderzoekscentrum dat, via de fusie, werd overgenomen van H. De overgrote meerderheid van de werknemers van A zijn dan ook actief op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. 27. A past tevens, overeenkomstig artikel 275/3 WIB, voor een deel van haar werknemers de gedeeltelijke vrijstelling tot doorstorting van de bedrijfsvoorheffing toe voor werknemers, die beschikken over het vereiste diploma, die tewerkgesteld zijn op onderzoeksprojecten van A. 28. De boekhouding van A wordt analytisch uitgevoerd, t.w. boekingen op grootboekrekeningen worden analytisch verdeeld per project. 29. Gelet op het voorgaande concludeert aanvrager dat de octrooien werden ontwikkeld in een onderzoekscentrum dat kwalificeert als een bedrijfstak.
III.A.4. De octrooien zijn niet gebruikt geweest voor wat betreft de verkoop aan derden vóór 1 januari 2007 30. De wet bepaalt dat, opdat van de octrooi-aftrek kan worden genoten, de octrooien niet mogen gebruikt zijn door de belastingplichtige, een licentiehouder of een verbonden onderneming in het kader van verkopen van goederen of diensten aan derden vóór 1 januari 2007. 31. Er dienen bijgevolg twee voorwaarden gezamenlijk vervuld te zijn om van de octrooiaftrek te worden uitgesloten: 31.1. het octrooi moet vóór 1 januari 2007 verleend zijn, en 31.2. het aldus vóór 1 januari 2007 geoctrooieerde product moet vóór 1 januari 2007 verkocht zijn. 32. H heeft een groot deel van de verschillende octrooien verworven vóór 1 januari 2007. Echter, het product werd niet verkocht vóór 1 januari 2007 aan derden. 33. Er dient dan ook te worden geoordeeld dat de octrooien niet gebruikt zijn geweest voor wat betreft de verkoop aan derden vóór 1 januari 2007. 34. Voor de volledigheid dient wel te worden opgemerkt dat H, t.w. de juridische entiteit die een gedeelte van de octrooien heeft aangevraagd en verkregen, vóór 2007 wel een exclusieve licentie heeft toegekend aan I met betrekking tot de octrooien. Deze licentie werd toegekend door H aan I aangezien deze vennootschap instond voor de coördinatie van de onderzoeken in verband met o.a. de octrooien. Er werden echter geen royalties betaald onder deze overeenkomst aangezien zulke royalties enkel verschuldigd waren bij een transactie of een commercialisatie van het product, met uitzondering van een minimaal bedrag van 10 EUR. 35. Het toekennen van zulke licentie kan geenszins als een commercialisatie van de octrooien vóór 1 januari 2007 worden beschouwd. Er werd allereerst geen royalty betaald (met uitzondering van voormeld minimaal bedrag van 10 EUR) onder deze overeenkomst. Bovendien is de wetgeving inzake de octrooi-aftrek van toepassing vanaf aanslagjaar 2008 op de octrooi-inkomsten die betrekking hebben op octrooien die niet door de vennootschap, een licentienemer of verbonden onderneming zijn gebruikt voor de verkoop van goederen of diensten aan onafhankelijke derden vóór 1 januari 2007. 36. Er is bijgevolg slechts sprake van een commercialisatie van de octrooien in de zin van het regime van de octrooi-aftrek indien deze zijn gebruikt voor de verkoop van goederen of diensten aan onafhankelijke derden. Het toekennen van een licentie op de octrooien kan op zich niet worden beschouwd als een commercialisatie aangezien het toekennen van een licentie niet automatisch impliceert dat de octrooien worden gebruikt voor de verkoop van goederen of diensten aan onafhankelijke derden. 37. De octrooien zijn geenszins gebruikt voor de verkoop van goederen of diensten aan onafhankelijke derden vóór 1 januari 2007. Op het moment van de ondertekening van voormelde licentie-overeenkomst tussen H en I was het product nog volop in ontwikkeling. 38. Er is bijgevolg geenszins sprake van een commercialisatie in de zin van de wetgeving inzake de octrooi-aftrek van de octrooien vóór 1 januari 2007, met als gevolg dat ook de laatste toepassingsvoorwaarde in casu vervuld is.
III.B. Bepaling van de kwalificerende octrooi-inkomsten 39. Om de hierboven aangehaalde redenen, meent aanvrager dat de inkomsten die A heeft verkregen en zal verkrijgen met betrekking tot de octrooien (en de daarmee verbonden know-how) integraal in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek hetgeen impliceert dat 80% van zulke octrooi-inkomsten kunnen worden afgetrokken van de belastbare basis in de vennootschapsbelasting. 40. Er wordt hierna een overzicht gegeven van de mogelijke inkomsten die A heeft verworven en verwacht te verwerven met betrekking tot de octrooien (en de daarmee verbonden know-how) en die volgens aanvrager allen integraal als kwalificerende octrooi-inkomsten overeenkomstig artikel 205/1 en volgende WIB dienen te worden beschouwd.
III.B.1. Inkomsten vóór de commercialisatie van het product 41. A heeft vóór de commercialisatie inkomsten verworven met betrekking tot de octrooien en kan bovendien nog bijkomende inkomsten verwerven. A heeft namelijk een overeenkomst afgesloten met een onafhankelijke derde, met name B, op grond waarvan een wereldwijde licentie, met uitzondering van land X, wordt toegekend door A aan B op de octrooien. Deze overeenkomst impliceert dat B het product via haar eigen organisatie zal commercialiseren in de verschillende landen (met uitzondering dus van land X). 42. In ruil voor zulke licentie-overeenkomst heeft en zal A onder andere (zie sectie III.B.2) hierna voor de overige vergoedingen) vergoedingen ontvangen in verband met de octrooien, alvorens effectieve commercialisatie door B. 43. De vergoedingen zijn ontegensprekelijk een vergoeding voor het toekennen door A van een licentie-overeenkomst aan B met betrekking tot de octrooien en bijgevolg een vergoeding voor de octrooien. Aanvrager meent dan ook dat deze ontvangen vergoedingen integraal kwalificeren als octrooi-inkomsten en integraal in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek. 44. Het regime van de octrooi-aftrek werd ingevoerd door de Programmawet van 27 april 2007. De wetgever heeft een inwerkingstredingbepaling in deze Programmawet ingevoegd vermits het wenste te vermijden dat alle inkomsten uit octrooien zonder tijdsbeperking konden genieten van de octrooi-aftrek. Om deze reden werd er voorzien dat het regime enkel van toepassing was op de inkomsten die betrekking hebben op octrooien die niet door de vennootschap, een licentienemer of verbonden ondernemingen zijn gebruikt voor de verkoop van goederen of diensten aan onafhankelijke derden vóór 1 januari 2007 (artikel 93 van de Programmawet). 45. Opdat het regime van de octrooi-aftrek van toepassing is, mag het geoctrooieerde product dus nog niet verkocht zijn geweest vóór 1 januari 2007. Het is in dit verband irrelevant of de octrooien vóór 1 januari 2007 reeds in licentie werden gegeven (en hiervoor al dan niet een vergoeding werd verkregen). Het gebeurt namelijk zeer frequent dat octrooien in licentie worden gegeven met het oog op hun verdere ontwikkeling door een andere partij en dat een verkoop van het geoctrooieerde product pas vele jaren later plaatsvindt. De wetgever heeft, zoals overduidelijk blijkt uit de bewoording van artikel 93 van de Programmawet, als richtpunt de verkoop van het geoctrooieerd product genomen juist omwille van de soms zeer lange tijdspanne tussen het in licentie geven van een octrooi en de daadwerkelijke start van de commercialisatie van het octrooi. 46. In de artikels 86 tot en met 92 van de Programmawet wordt nergens gesteld dat het regime van de octrooi-aftrek enkel van toepassing is voor wat betreft inkomsten die worden verkregen na de start van de commercialisatie. Artikel 205/2, § 2 WIB (artikel 88 van de Programmawet) bepaalt welke inkomsten als kwalificerende inkomsten worden beschouwd. Voor wat licentie-inkomsten worden de volgende inkomsten als " octrooi-inkomsten" gekwalificeerd:"de vergoedingen, van welke aard ook, voor licenties die door de vennootschap zijn verleend op octrooien en, in zover deze vergoeding in het in België belastbare resultaat van het belastbaar tijdperk voorkomen en indien er bijzondere verhoudingen zijn tussen de schuldenaar van de vergoedingen en de ontvangende vennootschap, enkel in zover deze vergoedingen niet hoger zijn dan de vergoedingen die tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen" 47. Voormeld artikel 205/2, § 2 WIB stelt met betrekking tot inkomsten uit afgesloten licentie-overeenkomsten dat vergoedingen, van welke aard ook, in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek. In de voorbereidende werken van de Programmawet van 27 april 2007 wordt gesteld dat zowel vaste, variabele vergoedingen als voorschotten worden beoogd. De voorbereidende werken geven upfront fees, milestones en dergelijke als voorbeeld van voorschotten (Kamer, DOC 51, 3058/001, pagina 39). 48. Welnu, de voorbereidende werken bevestigen dus dat ook voorschotten als kwalificerende octrooi-inkomsten in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek. Het geeft hierbij, zoals gezegd, upfront fees en milestones als voorbeeld. Het is namelijk een marktpraktijk dat in het kader van licentie-overeenkomsten vergoedingen worden gegeven vóór de start van de commercialisatie van het product. De voorbereidende werken bevestigen dus dat alle licentievergoedingen in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek. Het voorgaande wordt eveneens bevestigd in de Frequently Asked Questions. 49. De Frequently Asked Questions geven het volgende voorbeeld inzake de manier waarop de inwerkingstredingbepaling dient te worden gelezen: Indien bijvoorbeeld een Belgische vennootschap A in 2005 een octrooi heeft verworven en dit octrooi in 2006 in licentie geeft aan de Belgische vennootschap B die het octrooi verbetert tot een verkoopbaar product en dit product voor het eerst commercialiseert in 2009, dan kunnen vennootschap A en B als volgt genieten van de aftrek voor octrooi-inkomsten: 49.1. Vennootschap A kan genieten van de aftrek voor octrooi-inkomsten voor de inkomsten verkregen vanaf aanslagjaar 2008 onder de licentieovereenkomst afgesloten met vennootschap B; 49.2. Vennootschap B kan genieten van de aftrek voor octrooi-inkomsten op de kwalificerende inkomsten uit de commercialisatie van het octrooi in 2009. Het feit dat vennootschap A in 2006 reeds een licentie heeft toegekend op het octrooi kan namelijk niet worden beschouwd als het gebruiken van het octrooi voor het verkopen van goederen of diensten aan onafhankelijke derden vóór 1 januari 2007. 50. Dit voorbeeld geeft bijgevolg overduidelijk aan dat de wet geenszins vereist dat het geoctrooieerde product reeds wordt gecommercialiseerd opdat licentievergoedingen in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek. Aanvrager concludeert dan ook dat de voormelde vergoedingen verschuldigd door B aan A volledig kwalificeren voor de octrooi-aftrek.
III.B.2. Inkomsten vanaf de commercialisatie van het product 51. Er dient, voor wat betreft de inkomsten die A zal verwerven vanaf de commercialisatie van het product, een onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds de vergoedingen die zullen worden betaald door B onder de voormelde licentie-overeenkomst en anderzijds de inkomsten die A verwacht te verwerven als gevolg van de commercialisatie van het product in land X.
III.B.2.1. Inkomsten onder de licentie-overeenkomst 52. De licentie-overeenkomst die A heeft afgesloten met B impliceert dat B het product wereldwijd, uitgezonderd land X, zal commercialiseren. In ruil voor zulke licentie zal B niet enkel de hiervoor onder sectie III.B.1 vergoedingen betalen, maar tevens andere vergoedingen betalen aan A. 53. Deze vergoedingen zijn volgens aanvrager allen ontegensprekelijk een vergoeding voor het toekennen door A van een licentie-overeenkomst aan B met betrekking tot de octrooien. Aanvrager meent dan ook dat deze vergoedingen allen integraal kwalificeren als octrooi-inkomsten en integraal in aanmerking komen voor de octrooiaftrek.
III.B.2.2. Inkomsten uit de commercialisatie in land X 54. De groep zal het product zelf commercialiseren in land X. 55. De verkoopprijs die A zal verkrijgen van C. bevat een vergoeding voor de octrooien (en de daarmee verbonden know-how), de zogenaamde inbegrepen royalty. 56. Aanvrager is van mening dat deze inbegrepen royalty vervat in de verkoopprijs voor wat betreft de verkopen van het product door A aan C. kwalificeert als een octrooi-inkomen en meent dan ook dat deze inbegrepen royalty integraal in aanmerking komt voor de octrooiaftrek.
III.C. Bepaling bedrag kwalificerende inkomsten III.C.1. Aftrek van royalties verschuldigd door A 57. De voormelde inkomsten die A zal ontvangen uit de licentie-overeenkomst afgesloten met B en de inkomsten die A zal realiseren als gevolg van de verkoop van het product aan C komen, zoals hierboven werd aangegeven, in aanmerking voor de octrooi-aftrek. 58. Om het bedrag van de octrooi-aftrek te bepalen, dienen de eventuele afschrijvingen op de aangekochte octrooien alsook de verschuldigde royalties op de in licentie verkregen octrooien te worden afgetrokken van de kwalificerende octrooi-inkomsten. 59. De onder sectie II.B.3 beschreven octrooien werden door A (H ) zelf ontwikkeld en werden niet geactiveerd zodat er in dit verband geen afschrijvingen in mindering dienen te worden gebracht van de kwalificerende octrooi-inkomsten. 60. Zoals hierboven aangegeven, dient A wel royalty vergoedingen te betalen aan derden. Deze vergoedingen kunnen als een vergoeding worden beschouwd voor de know-how inherent verbonden aan de octrooien en zullen bijgevolg worden afgetrokken, voor de bepaling van het bedrag van de octrooi-aftrek, van de kwalificerende octrooi-inkomsten gerealiseerd in het jaar van betaling van de royalty's. 61. A zal tevens de afschrijvingen op de geactiveerde (licenties op) octrooien verworven van derden in mindering brengen van de kwalificerende octrooi-inkomsten gerealiseerd in het jaar van de geboekte afschrijving.
III.C.2. Afwezigheid van impact van bestaan van octrooi-aanvragen 62. Er werd hierboven aangegeven dat het product wordt beschermd door twee families van octrooien. 63. De eerste families van octrooien werden reeds verkregen. Een gedeelte van de tweede familie van octrooien werden op heden nog niet verkregen door A . 64. Aanvrager is van mening dat dit gegeven geen impact heeft op het feit dat het volledige bedrag van de voormelde octrooi-inkomsten integraal als kwalificerende octrooi-inkomsten dienen te worden beschouwd. 65. De Frequently Asked Questions inzake de octrooi-aftrek, zoals opgemaakt door de belastingadministratie, stellen namelijk dat, indien een product of procédé wordt beschermd door verschillende octrooien/aanvullende beschermingscertificaten, en dat op het moment dat wordt gestart met de commercialisatie van een dergelijk product of procédé nog niet alle octrooien/aanvullende beschermingscertificaten verleend of toegekend zijn, niet belet dat de inkomsten die worden verkregen op basis van de reeds verkregen octrooien/aanvullende beschermingscertificaten principieel in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek. Er wordt verder gesteld dat er geval per geval moet worden beoordeeld of het feit dat nog niet alle octrooien/aanvullende beschermingscertificaten zijn verleend, een impact heeft op het bedrag van de in aanmerking te nemen octrooi-inkomsten. 66. Volgens aanvrager heeft het feit dat, voor wat betreft een gedeelte van de tweede familie van de octrooien, nog niet alle octrooien op heden verkregen zijn, geen impact op het bedrag van de in aanmerking te nemen octrooi-inkomsten. Immers, de eerste familie van octrooien beschermen componenten en de methoden terwijl de tweede familie van octrooien de toepassing van het product beschermen. 67. Het feit dat A de eerste familie van octrooien reeds heeft verkregen, belet dat derden met een identiek product op de markt kunnen komen . De tweede familie beschermt namelijk de toepassingen van het product. Indien concurrenten omwille van het bestaan van de eerste familie van octrooien niet een identieke component mogen produceren en commercialiseren, kunnen zij ook geen identiek product op de markt brengen voor om het even welke toepassing.
III.C.3. Afwezigheid van impact van verstrijken gedeeltelijke octrooi-bescherming 68. De octrooien betreffen, zoals hierboven reeds werd aangegeven twee verschillende families van octrooien. 69. Aanvrager meent dat het verstrijken van de beschermingsduur van de octrooien en/of de aanvullende beschermingscertificaten van één van de twee families geen impact heeft op het bedrag van de octrooi-inkomsten dat in aanmerking komt voor de octrooi-aftrek om de hierna vermelde redenen: 69.1. Voor wat betreft de inkomsten die A zal verkrijgen onder de licentie-overeenkomst van B wordt gemeend dat alle voormelde inkomsten die A verwerft onder de licentie-overeenkomst met B in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek zolang A bescherming geniet onder, ten minste, de tweede familie van octrooien (en eveneens erna indien aanvullende beschermingscertificaten worden verkregen voor wat betreft deze tweede familie van octrooien) om de volgende redenen: 69.1.1. Het feit dat A niet langer bescherming geniet onder de eerste familie van octrooien heeft geen impact op de bepaling van het bedrag van de kwalificerende octrooi-inkomsten. Immers, het feit dat A enkel bescherming heeft onder de tweede familie van octrooien, impliceert niet dat concurrenten met een identiek product op de markt kunnen komen. Een concurrent kan dan weliswaar een identieke component produceren, maar kan deze alsnog niet voor de toepassingen op de markt brengen vermits zulke toepassingen nog beschermd wordt onder de tweede familie van octrooien; 69.1.2. Overeenkomstig de Frequently Asked Questions volstaat het dat de belastingplichtige eigenaar is van een octrooi in het land van productie of in het land van commercialisatie. Zolang bijgevolg A verantwoordelijk blijft voor de productie van het product en bescherming geniet onder de tweede familie van octrooien (of aanvullende beschermingscertificaten met betrekking tot de tweede familie van octrooien) in het land van productie, zullen alle inkomsten uit de licentie-overeenkomst met B in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek; 69.1.3. Indien A niet langer verantwoordelijk is voor de productie van het product en B hiervoor zelf verantwoordelijk wordt of indien A niet langer bescherming geniet onder de tweede familie van octrooien (of aanvullende beschermingscertificaten met betrekking tot de tweede familie van octrooien) in het land van productie van , dan zullen volgens aanvrager) alle inkomsten uit de licentie-overeenkomst met B in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek zolang A bescherming geniet onder de tweede familie van octrooien of aanvullende beschermingcertificaten met betrekking tot de tweede familie van octrooien in het land van vestiging van B, t.w. het land van commercialisatie. 69.2. Voor wat betreft de octrooi-inkomsten die A zal verkrijgen als gevolg van de verkoop van het product door A aan C (t.w. voor wat betreft de inbegrepen royalty): 69.2.1. Het verstrijken van de beschermingsduur van de tweede familie vóór het verstrijken van de beschermingsduur van de eerste familie heeft volgens aanvrager geen impact op het bepalen van het bedrag van de octrooi-inkomsten die in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek om dezelfde redenen als vermeld onder sectie III.C.2 hierboven; 69.2.2. Bovendien meent aanvrager dat indien, wat betreft de tweede familie van octrooien, een aanvullend beschermingscertificaat op zijn minst in het land van productie wordt verkregen, de inbegrepen royalty voor wat betreft de verkopen door A aan C. nog steeds volledig in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek, ook al is de geldigheidsduur van de octrooien in land X verstreken. 69.2.3. Immers, het feit dat A bescherming heeft enkel onder de tweede familie van octrooien en dus niet langer onder de eerste familie van octrooien, impliceert niet dat concurrenten met een identiek product op de markt kunnen komen. Immers, een concurrent kan dan weliswaar een identieke component produceren, maar kan deze alsnog niet voor dezelfde toepassing op de markt brengen vermits zulke toepassingen nog wordt beschermd onder de tweede familie van octrooien. Bovendien volstaat het, overeenkomstig het standpunt vervat in de Frequently Asked Questions van de belastingadministratie, dat A een octrooi heeft in het land van productie.
IV. Beslissing IV.A. Mogelijkheid tot toepassing van de octrooi-aftrek 70. Gelet op de motivering van de aanvrager vervat in de nummers 44 tot en met 86 : 70.1. De octrooien werden ontwikkeld door H, die werd opgeslorpt door A, die deze octrooien verder heeft ontwikkeld; 70.2. De gehele activiteit van H kan worden beschouwd al een onderzoekscentrum, dat een algemeenheid van goederen uitmaakte; 70.3. De onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van H door A werden voortgezet binnen een onderzoekscentrum; 70.4. Door H vóór 1.1.2007 een licentie werd toegestaan aan A m.b.t. de octrooien, maar dat deze octrooien nog niet werden gebruikt voor verkoop van een product. 71. Derhalve zijn de cumulatieve voorwaarden om de octrooi-aftrek te kunnen toepassen vervuld.
IV.B. Bepaling van de kwalificerende octrooi-inkomsten 72. Gelet op de motivering van de aanvrager; 73. Gelet op het feit dat A reeds voor de start van de commercialisatie van het product octrooi-inkomsten heeft verworven, door het afsluiten van een licentieovereenkomst met B; 74. Gelet op het feit dat vanaf de commercialisatie van het product een onderscheid moet worden gemaakt tussen: 74.1. Inkomsten uit de licentie-overeenkomst met B; 74.2. Inkomsten uit de commercialisatie door A de zelf in land X.
IV.C. Bepaling bedrag kwalifcerende inkomsten 75. Van de hierboven beschreven kwalificerende octrooi-inkomsten dienen nog onderstaande kosten afgetrokken te worden om de het bedrag van de octrooi-aftrek te bepalen: 75.1. Royalty vergoedingen betaald aan derden 75.2. Afschrijvingen op de geactiveerde licenties van derden 76. Indien er na deze beslissing nog nieuwe licentie-overeenkomsten worden afgesloten om de octrooi-portefeuille van de twee families uit te breiden zullen de bijhorende royalties of afschrijvingen ook in mindering dienen gebracht te worden van de kwalificerende octrooi-inkomsten. 77. Gelet op het feit dat 77.1. het product wordt beschermd door twee families van octrooien, 77.2. de eerste familie van octrooien de componenten en methoden beschermen en de tweede familie van octrooien de toepassingen ervan, 77.3. elke familie afzonderlijk voldoende bescherming biedt tegen het aanbieden van een identiek product op de markt, * * * Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overweging vermeld in 70 tot en met 77 beslist het College van de DVB in zitting van 19 juni 2011 dat: 78. A kan genieten van de octrooi-aftrek met betrekking tot alle inkomsten die het zal verwerven met betrekking tot de octrooien (en de daarmee verbonden know-how) overeenkomstig artikel 205/1 WIB; 79. A de octrooi-aftrek in het bijzonder kan toepassen op de volgende inkomsten: 79.1. Alle onder sectie III.B.1. en III.B.2.1. vermelde inkomsten die A heeft verkregen en zal verkrijgen van B in het kader van de licentie-overeenkomst afgesloten met B; 79.2. De inbegrepen royalty vervat in de verkoopprijs wat betreft de verkoop van het product door A aan C. (sectie III.B.2.2.); 80. het feit dat op het moment van het verkrijgen van de inkomsten in verband met de octrooien (en de daarmee verbonden know-how) nog niet alle octrooien van de tweede familie verkregen zijn, geen afbreuk doet aan het feit dat het volledige bedrag van de voormelde inkomsten in aanmerking komen voor de octrooi-aftrek ; 81. A de octrooi-aftrek kan toepassen op 81.1. het integrale bedrag van de onder sectie III.B.1. en III.B.2.1. vermelde inkomsten die A zal verkrijgen van B, en op 81.2. het integrale bedrag van de inbegrepen royalty vervat in de verkoopprijs wat betreft de verkoop van het product door A aan C, na aftrek, van de vergoedingen die A verschuldigd is aan derden gedurende het inkomstenjaar waarin de voormelde inkomsten worden gerealiseerd, en van de afschrijvingen op de (licenties op) de octrooien verworven van derden zoals geboekt, overeenkomstig het Belgisch boekhoudrecht, gedurende het inkomstenjaar waarin de voormelde inkomsten worden gerealiseerd; 82. het verstrijken van de tweede familie van octrooien in land X vóór het verstrijken van de eerste familie van octrooien, geen impact heeft, voor wat betreft de toepassing van de octrooi-aftrek, op het bedrag van de inbegrepen royalty met betrekking tot de verkoop van het product door A aan C., voor zover A op dat moment nog over een octrooi met betrekking tot de eerste familie beschikt in land X; 83. het verstrijken van de looptijd van beide families van de octrooien in land X geen impact heeft, voor wat betreft de toepassing van de octrooi-aftrek, op het bedrag van de inbegrepen royalty met betrekking tot de verkoop van het product door A aan C., op voorwaarde dat A op dat moment over een aanvullend beschermingscertificaat beschikt met betrekking tot de tweede familie van octrooien in het land van productie; 84. het verstrijken van de looptijd van de eerste familie van de octrooien niet verhindert dat A de octrooi-aftrek kan blijven toepassen op het integrale bedrag van de inkomsten die worden verkregen in het kader van de licentie-overeenkomst afgesloten met B zolang dat A over een octrooi van de tweede familie of een aanvullend beschermingscertificaat met betrekking tot de tweede familie van octrooien beschikt in het land van productie of in het land van vestiging van B; 85. de door A ontvangen verkoopprijs van het door de groep geproduceerde product fiscaal niet wordt behandeld als octrooi-inkomsten maar wel als normaal belastbare inkomsten. |
|||||||