Décision anticipée n° 2013.265 dd. 30.07.2013
- Section :
- Régulation
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
scission fiscalement neutre - scission de sociétés - évasion fiscale - fraude fiscale
Texte original :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Décision anticipée n° 2013.265 dd. 30.07.2013
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Décision anticipée n° 2013.265 dd. 30.07.2013 Tax year : 2013 Document date : 30/07/2013 Keywords : scission fiscalement neutre / scission de sociétés / évasion fiscale / fraude fiscale / Impôt des sociétés Document language : FR Name : Décision anticipée n° 2013.265 dd. 30.07.2013 Version : 1
Décision anticipée n° 2013.265 dd. 30.07.2013
Impôt des sociétés Scission partielle fiscalement neutre Motifs économiques valables Fraude ou évasion fiscale
Résumé La double scission partielle de X, où le bien immeuble lié à l'entreprise est scindé vers la société existante Y et où la participation dans la société Q est scindée vers une nouvelle société Z constituée, se fait sur la base de motifs économiques valables et n'a pas pour but principal ou pour l'un des buts principaux la fraude ou l'évasion fiscale au sens de l'article 183bis, CIR 92 et peut se faire de manière fiscalement neutre en application de l'art. 211, § 1, CIR.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat de dubbele partiële splitsing van X onder fiscale neutraliteit kan geschieden en meer in het bijzonder beantwoordt aan niet-fiscale zakelijke overwegingen in de zin van artikel 183bis, WIB 92, met het oog op het bekomen van de in artikel 211, §1, WIB 92 bedoelde vrijstelling.
II. Omschrijving van de verrichting II.A. Beschrijving van de betrokken vennootschappen 2. De groep X met als core business de activiteit C bestaat momenteel uit 6 vennootschappen: - 2 managementvennootschappen (S, zijnde de managementvennootschap van de heer A en T, zijnde de managementvennootschap van mevrouw B); - 1 vastgoedvennootschap (X); - 3 werkvennootschappen (P, Q en Y). 3. De groep is opgericht en uitgebouwd door de vader van A en B. Naast het moederbedrijf werden door vader een aantal nevenbedrijven opgericht, elk met een specifiek doel. 4. Later kwam de tweede generatie, mevrouw B en de heer A in het bedrijf. Ze werden louter in de operationele werking van de groep betrokken. B was betrokken in de verkoopsactiviteiten, A was betrokken in de productieactiviteiten. 5. Sedert het overlijden van vader worden de vennootschappen geleid door mevrouw B en de heer A. Zij hebben ernaar gestreefd en streven op vandaag nog steeds om de core-business te behouden en verder te ontwikkelen. Ze hebben zich de laatste jaren toegelegd op de activiteit C in al zijn aspecten. 6. X is de vastgoedvennootschap van de groep X. Zij houdt een onroerend patrimonium aan. 7. X houdt f% van de aandelen Q aan, één van de drie werkvennootschappen van de groep X. 8. Daarnaast vervult de vennootschap een aantal managementactiviteiten. Zij verleent administratieve en logistieke bijstand aan de productievennootschappen van de groep. 9. De aandelen van X zijn in handen van A en B. 10. Het onroerend patrimonium van X omvat zowel onroerende goederen die gebruikt worden voor de operationele activiteiten van exploitatievennootschappen (bedrijfspatrimonium), onroerende goederen welke verhuurd worden aan derden en onroerende goederen welke als privé-woning verhuurd worden aan een van de bestuurders. 11. Y is de derde werkvennootschap van de groep. 12. De aandelen van Y zijn in handen van A en B.
II.B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting 13. De aanvrager heeft de intentie om een dubbele partiële splitsing door te voeren. Eerste partiële splitsing 14. Middels een eerste partiële splitsing zou het bedrijfsmatige onroerend goed afgesplitst worden naar Y, zijnde: 14.1 bedrijfsgebouwen + gronden welke verhuurd worden aan enerzijds Q en anderzijds P, de twee werkvennootschappen van de groep; 14.2 conciërgewoning welke verhuurd wordt aan derden; 14.3 de ouderlijke woning welke privé wordt verhuurd maar geografisch deel uitmaakt van de KMO-zone. 15. De aandeelhouders van X, zijnde mevrouw B en de heer A, behouden al hun aandelen X en zullen in ruil voor het afgesplitste gedeelte nieuwe aandelen verkrijgen in Y, a rato van hun aandeelhouderschap binnen X. Er zal geen opleg in geld gebeuren. 16. De aanvrager bevestigt dat het overige vastgoed niet zal afgesplitst worden en dus binnen X zal blijven. 17. De aanvrager bevestigt tevens dat de af te splitsen onroerende goederen schuldenvrij zijn. 18. Y was tot voor kort inactief. In het licht van de voorgenomen herstructurering werd beslist geen nieuwe vennootschap op te richten, maar integendeel de bestaande vennootschap te heractiveren. 19. Y is daarom onlangs overgegaan tot de aankoop van een aantal bouwgronden. Ook de onroerend goedactiviteit werd inmiddels opgenomen in de statuten van de vennootschap. Tweede partiële splitsing 20. Middels een tweede partiële splitsing zou de participatie in Q afgesplitst worden naar een nieuw op te richten holdingvennootschap Z, welke in eerste instantie f% van de aandelen Q, maar op termijn 100% van deze aandelen zou aanhouden. 21. De aandeelhouders van X, zijnde A en B, behouden al hun aandelen X en zullen in ruil voor het afgesplitste gedeelte nieuwe aandelen verkrijgen in Z, a rato van hun aandeelhouderschap binnen X. Er zal geen opleg in geld gebeuren.
III. Motivering van de aanvraag 22. Luidens artikel 183bis, WIB 92 mogen de verrichtingen voor de toepassing van artikel 211, §1, WIB 92 niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben. Verder wordt bepaald dat wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, dit kan doen vermoeden, behalve het bewijs van het tegendeel, dat die verrichting als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft.
III.A. Fiscale verwerking van de dubbele partiële splitsing 23. Een partiële splitsing wordt gelijkgesteld met een splitsing, met dien verstande dat de overdragende vennootschap niet ophoudt te bestaan (art. 677 W. Venn.). 24. De dubbele partiële splitsing zal belastingneutraal verlopen, zodat de bepalingen van de artikelen 208 en 209 WIB 92 niet toepasselijk zullen zijn op het gedeelte van het vermogen dat door X wordt afgesplitst (art. 211, §1, eerste lid, 2° WIB 92). 25. Beide partiële splitsingen zullen volledig vergoed worden met nieuwe aandelen welke aan de bestaande aandeelhouders van X zullen worden uitgereikt, zonder opleg in geld. 26. De aanvrager heeft bevestigd dat het eigen vermogen van X overeenkomstig art. 213 WIB 92 zal worden verdeeld. 27. Wat betreft de vrijgestelde gespreid belaste meerwaarden ex art. 47 WIB 92, zal rekening worden gehouden met de administratieve zienswijze, zoals vermeld in Com.IB, nr. 211/50. De vereiste herbeleggingen werden reeds verricht. In toepassing van artikel 212 WIB 92 zal de gespreide belasting van de meerwaarden plaatsvinden bij de vennootschap aan wie de vervangingsactiva worden toegewezen. 28. Zodoende wordt het geheel van de (fiscale) onbelaste reserves in de splitsingsbalans proportioneel toegerekend aan respectievelijk X en Y a rato van de fiscale nettowaarde van de actief- en passiefbestanddelen die aan beide vennootschappen worden toegewezen. De betrokken onbelaste reserves zijn: (i) 'belastingvrije reserves' (gespreid belaste meerwaarden) en (ii) uitgestelde belastingen op gespreid belaste meerwaarden. 29. Aangezien de gespreide belastingheffing van de meerwaarden zich na de splitsing zal voordoen ten name van de vennootschap die de betreffende vervangingsactiva verwerft, wordt de balansrubriek 'uitgestelde belastingen' boekhoudkundig 'bij voorrang' a rato van de toegewezen activa toegewezen aan beide vennootschappen. De balansrubriek 'belastingvrije reserves' wordt telkens als 'sluitpost' gebruikt. 30. Op basis van de ontwerpaangiften heeft X geen recht op aftrek voor risicokapitaal terwijl Y wel recht heeft op een aftrek voor risicokapitaal. De aanvrager maakte een simulatie van het recht op de aftrek voor risicokapitaal na doorvoering van de partiële splitsing waaruit blijkt dat X en Z geen recht zullen hebben op de aftrek voor risicokapitaal, terwijl het recht op de aftrek voor risicokapitaal bij Y zal stijgen. 31. X en Y hebben geen fiscaal overdraagbare verliezen, overdraagbare aftrek voor risicokapitaal, DBI of investeringaftrek.
III.B. Zakelijke overwegingen inzake de eerste partiële splitsing Scheiding tussen operationeel en niet-operationeel vastgoed 32. X bevat zowel onroerende goederen die gebruikt worden voor de operationele activiteiten van de werkvennootschappen (bedrijfspatrimonium), onroerende goederen welke verhuurd worden aan derden en onroerende goederen welke als privé-woning verhuurd worden aan een van de bestuurders. 33. Ingevolge de eerste partiële splitsing zou het exploitatiegebonden vastgoed afgesplitst worden naar Y. 34. Op vandaag wensen A en B te investeren in de vernieuwing en uitbouw van een geïsoleerde KMO-zone. 35. Zij zijn in onderhandeling met een projectontwikkelaar, gespecialiseerd in de ontwikkeling van KMO-zones. 36. Ten dien einde werd een stedenbouwkundige ontwikkelingsnota afgeleverd door het ontwerpbureau G. De aanvrager bezorgde een kopie van de nota stedenbouwkundige ontwikkeling. 37. Uit de nota en de erin opgenomen liggingsplannen blijkt dat de KMO-zone fysisch geconcentreerd is rond de bestaande werkvennootschappen van de groep. 38. Uit de nota blijkt tevens dat in de toekomst tot een herstructurering en uitbreiding van de bestaande bedrijfsgebouwen zou worden overgegaan, een nieuw bedrijfsgebouw voor eigen gebruik en verhuur aan derden zou worden opgericht en de parkeer- en circulatiezone zou heringericht worden. 39. De onderhandelingen tussen partijen zijn op heden nog hangend maar in afwachting van de beslissing van de DVB on hold gezet. 40. De gronden op de bestaande bedrijfssite zijn momenteel eigendom van X. 41. In het licht van de eventuele uitbouw van een KMO-zone is Y evenwel onlangs overgegaan tot de aankoop van een aantal bouwgronden. 42. De toebedeling van het nabij gelegen bedrijfspatrimonium aan Y middels een eerste partiële splitsing zou de uitbouw van de KMO-zone enkel maar versterken. 43. Y zou derhalve als de projectvennootschap van de KMO-zone optreden. 44. De huidige groepsstructuur maakt de uitbouw van de geïsoleerde KMO-zone log. 45. Door de afzondering van het bedrijfspatrimonium in Y zullen strategische investeringsbeslissingen die zich opdringen aldus sneller, efficiënter en meer autonoom kunnen worden getroffen. 46. De aanvrager bevestigt aan de DVB dat de groep in ieder geval de intentie heeft de bestaande activiteiten verder te zetten. Werkvennootschap P zal actief blijven en zou gehuisvest worden in de vernieuwde bedrijfsgebouwen, die ze zal huren van Y. Ook werkvennootschap Q zal actief blijven en zou gehuisvest worden in de vernieuwde bedrijfsgebouwen, die ze zal huren van Y. De huidige bedrijfsgebouwen zijn te groot en verouderd. 47. Het niet bedrijfsgebonden patrimonium zou behouden blijven binnen X. 48. Hierdoor kan worden aangenomen dat zowel het exploitatiegebonden vastgoed als het niet-exploitatiegebonden vastgoed beter en afzonderlijk zal kunnen worden beheerd via een afzonderlijk juridische rechtspersoon, rekening houdende met de specifieke noden en risico's eigen aan elke activiteit. Aantrekken van nieuwe investeerders 49. De herstructurering zal het tevens mogelijk maken om met het oog op de financiering van de uitbouw van de KMO-zone, derde investeerders aan te trekken, zodat de uitbouw en verdere groei van de exploitatieactiviteiten van de groep kan worden verzekerd. 50. De aanwezigheid van niet-bedrijfsgebonden vastgoed binnen X vormt immers op vandaag een belemmering voor de mogelijke latere toetreding van een financiële partner. 51. De aanvrager bevestigt dat de groep zelf zou investeren in de uitbouw van de KMO-zone. Gelet op de omvang van de herontwikkelingsplannen, zal wellicht tevens beroep gedaan worden op een derde-investeerder ter financiering van de KMO-zone. 52. Anderzijds wil de groep voor minstens een aantal jaren blijvend participeren in de exploitatie van deze KMO-zone. Geen negatieve impact op omvang exploitatie en tewerkstelling 53. X, P en Q stellen personeel tewerk. 54. De aanvrager bevestigt dat de geplande verrichting op zich in principe geen negatieve impact zal hebben op de omvang van de exploitatie en de tewerkstelling, onder voorbehoud van op heden niet te voorziene conjuncturele, financiële of economische motieven.
III.C. Zakelijke overweging inzake de tweede partiële splitsing Afzondering van participatie met oog op familiale opvolging 55. A en B hebben kinderen. Een van de kinderen van mevrouw B, met name H, heeft zijn interesse in de werkvennootschappen laten blijken. Hij heeft voor een studierichting gekozen die hem de nodige kennis en vaardigheden heeft aangebracht voor het runnen van een dergelijke zaak. Op vandaag helpt hij reeds mee in de zaak. 56. Zoon H vertoont evenwel enkel interesse in de werkvennootschap Q, niet in het door X aangehouden vastgoed, wat de afsplitsing van de participatie verantwoordt. H zal Q gedurende een jaar volgen en er aangesteld worden als bestuurder. 57. Immers, door het afsplitsen van de deelneming in Q aan Z, wordt het H mogelijk gemaakt om in de toekomst een participatie in de "core-business" van de groep X te verwerven. Op termijn zou H dan mogelijks aandelen van Q en/of Z verwerven. 58. De voorgenomen structuur laat bovendien toe het bedrijfsrisico verbonden aan het KMO-project, de activiteiten van de productievennootschap en het onroerend goed bestemd voor eigen beheer af te zonderen van mekaar. 59. De aanvrager opteert niet voor een verkoop van de participatie Q door X aan Z. Hierdoor zou een rekening-courant verhouding gecreëerd worden waarbij Z een schuld zou hebben ten aanzien van X. De rechtsgevolgen van een verkoop van aandelen zijn verschillend als deze verbonden aan een partiële splitsing door inbreng van de participatie in Z.
III.D. Engagementen 60. De aanvrager bevestigt aan de DVB dat, behoudens een toekomstige inbreng van de aandelen Z in een nieuw op te richten holdingvennootschap, er geen intentie bestaat om de nieuw uitgegeven en bestaande aandelen van de verkrijgende vennootschap Y en Z, noch van de partieel te splitsen vennootschap X, aan derden over te dragen gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders die de geplande verrichtingen zal goedkeuren.
IV. Beslissing 61. De groep X bestaat uit drie werkvennootschappen (Y, Q en P), twee managementvennootschappen (S en T) en één vastgoedvennootschap (X). De core business is de activiteit C. 62. X houdt een onroerend patrimonium aan. Daarnaast heeft zij een participatie van f% in Q en verleent zij managementdiensten aan de productievennootschappen binnen de groep. 63. De aandelen van zowel X als van Y zijn in handen van A en B. 64. Zij wensen op vandaag om enerzijds de corebusiness te behouden en verder te ontwikkelen en anderzijds om daarnaast te investeren in de uitbouw van een geïsoleerde KMO-zone. In de optiek van de uitbouw van de KMO-zone zijn A en B in onderhandeling met een projectontwikkelaar gespecialiseerd in de ontwikkeling van KMO-zones. Een stedenbouwkundige ontwikkelingsnota werd opgemaakt, waaruit blijkt dat de KMO-zone fysisch geconcentreerd is rond de bestaande werkvennootschappen en in de toekomst tot een herstructurering en uitbreiding van de bestaande bedrijfsgebouwen zou worden overgegaan, een nieuw bedrijfsgebouw voor eigen gebruik en verhuur aan derden zou worden opgericht en de parkeer- en circulatiezone zou worden heringericht. 65. Een eerste voorbereidende stap in de uitbouw van de zone vormt alvast de aankoop van enkele aanpalende gronden door Y. 66. De toebedeling van het nabij gelegen bedrijfspatrimonium aan Y middels een eerste partiële splitsing zou de uitbouw van de KMO-zone alleen maar versterken. Y zou derhalve als de projectvennootschap van de KMO-zone optreden. 67. De herstructurering zal het tevens mogelijk maken om met het oog op de financiering van de uitbouw van de KMO-zone, derde investeerders aan te trekken, zodat de uitbouw en verdere groei van de exploitatieactiviteiten van de groep kan worden verzekerd. De aanwezigheid van niet-bedrijfsgebonden vastgoed binnen X vormt immers op vandaag een belemmering voor de mogelijke latere toetreding van een financiële partner. 68. Op de af te splitsen onroerende goederen rusten geen schulden. 69. De aanvrager heeft bevestigd dat de groep de intentie heeft om de bestaande activiteiten verder te zetten. 70. Middels een tweede partiële splitsing zou het de bedoeling zijn de participatie in Q van X af te splitsen naar Z. 71. H, zoon van B, heeft zijn interesse laten blijken in de werkvennootschap Q. Hij heeft geen belangstelling voor het door X aangehouden onroerend goed. De partiële splitsing van de participatie maakt het hem mogelijk om in de toekomst te participeren in de core business van de groep X, meer bepaald door verwerving van een participatie in Q of Z. Op vandaag helpt hij reeds mee in de zaak en hij heeft gezien zijn opleiding ook de kennis en vaardigheden voor het runnen van een dergelijke zaak. 72. De verrichtingen zullen geen impact hebben op de tewerkstelling, onder voorbehoud van op heden niet te voorziene conjuncturele, financiële of economische motieven. 73. De verrichting brengt geen voordeel met zich mee op het vlak van de fiscaal overdraagbare bestanddelen. Op basis van de ontwerpaangiften vennootschapsbelasting blijkt dat noch X noch Y over fiscaal overdraagbare verliezen, overdraagbare aftrek voor risicokapitaal, overdraagbare DBI of overdraagbare investeringsaftrek beschikken. 74. De aanvrager maakte een simulatie van het recht op de aftrek voor risicokapitaal na doorvoering van de partiële splitsing waaruit blijkt dat X en Z geen recht zullen hebben op de aftrek voor risicokapitaal, terwijl het recht op de aftrek voor risicokapitaal bij Y zal stijgen. De verrichting heeft in globo een positieve invloed op de aftrek voor risicokapitaal, doch dit is louter een gevolg van de verrichting en geenszins het hoofddoel. 75. De aanvrager heeft bevestigd artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaar ter zake toe te passen. 76. De aanvrager heeft aan de DVB bevestigd dat, behoudens een toekomstige inbreng van de aandelen Z in een nieuw op te richten holdingvennootschap, er geen intentie bestaat om de aandelen van de verkrijgende vennootschap Y en Z, evenmin als deze van X, aan derden over te dragen gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders die de geplande verrichtingen zal goedkeuren. 77. De aanvrager heeft bevestigd dat de verkrijgende vennootschappen binnenlandse vennootschappen zijn en dat de verrichting zal worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen. 78. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de dubbele partiële splitsing van X zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.
|
|||||||