Décision anticipée n° 2016.845 dd. 21.02.2017
- Section :
- Régulation
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
Impôt des personnes physiques - Revenu divers - Plus-value sur actions - Gestion normale du patrimoine privé - Apport d?actions - Plus-value interne - Capital libér
Texte original :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Décision anticipée n° 2016.845 dd. 21.02.2017
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Décision anticipée n° 2016.845 dd. 21.02.2017 Tax year : 2016 Document date : 21/02/2017 Keywords : impôt des personnes physiques / revenu divers / gestion normale du patrimoine privé / plus-value / action / apport en société / société holding / plus-value interne / capital libéré Document language : FR Name : Décision anticipée n° 2016.845 dd. 21.02.2017 Version : 1
Décision anticipée n° 2016.845 dd. 21.02.2017
Impôt des personnes physiques Revenu divers Plus-value sur actions Gestion normale du patrimoine privé Apport d’actions Plus-value interne Capital libéré
Résumé L’apport des parts de la SPRL X et SPRL Y dans la SPRL Z qui vient d’être constituée par monsieur A peut être considéré comme une opération relevant de la gestion normale d’un patrimoine privé, de sorte que les plus-values réalisées par le demandeur ne sont pas taxées en application de l’article 90, 9°, premier tiret du CIR92. Le capital formé à la suite de l’apport des parts SPRL X et SPRL Y dans SPRL Z est considéré comme du capital libéré fiscal au sens de l’article 184 du CIR92.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt er toe te bevestigen dat: 1.1. de inbreng van de aandelen X BVBA en Y BVBA in de pas opgerichte holding Z BVBA door de heer A aangemerkt kan worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen, zodat de meerwaarden die de aanvrager realiseert niet belastbaar zijn door toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92; 1.2. het kapitaal dat gevormd werd door de inbreng van de aandelen X BVBA en Y BVBA in Z BVBA beschouwd wordt als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184, WIB 92.
II. Omschrijving van de verrichtingen 2. De verrichting waarover een voorafgaande beslissing aan de DVB wordt gevraagd, omhelst de inbreng tegen marktwaarde door de aanvrager van de aandelen die hij bezit van de vennootschap X BVBA en Y BVBA in de pas opgerichte holdingvennootschap Z BVBA. 3. De inbreng is gebeurd op basis van een waarderingsverslag opgemaakt door een onafhankelijke bedrijfsrevisor. Dit verslag zal worden bezorgd aan de bevoegde controlediensten van de aanvrager.
III. Beslissing 4. De aanvrager heeft in zijn aanvraag de voorwaarden vervat in de artikelen 21 en 22 van de voormelde wet van 24 december 2002 nageleefd. 5. X BVBA is een exploitatievennootschap. De vennootschap werd een hele tijd geleden opgericht door de heer A (meerderheidsaandeelhouder) en zijn moeder (minderheidsaandeelhouder). De aandelen in het bezit van de moeder van de aanvrager werden overgedragen aan de echtgenote van de aanvrager, mevrouw B. X BVBA is eveneens in het bezit van een onroerend goed dat gebruikt wordt voor de exploitatie van de vennootschap. 6. Y BVBA is eveneens een exploitatievennootschap. Y BVBA werd enkele jaren geleden opgericht door de heer A (alle aandelen behalve één) en zijn echtgenote, mevrouw B (één aandeel). De aandelenstructuur is sinds de oprichting niet gewijzigd. 7. De inbreng van de aandelen X BVBA en Y BVBA in de pas opgerichte holding Z BVBA door de heer A vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92. 8. De aandelen X BVBA en Y BVBA behoren tot het privévermogen van de aanvrager. 9. De inbrengen, die reeds plaatsvonden, kunnen, gelet op de hierna vermelde overwegingen, beschouwd worden als normale verrichtingen van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92: 9.1. de aandelen X BVBA en Y BVBA zijn sinds hun oprichting in handen van de aanvrager; 9.2. het betreft geen complexe verrichting noch een spitsvondig feitencomplex; 9.3. er werden in het verleden dividenden uitgekeerd door Y BVBA; 9.4. de inbreng van de aandelen X BVBA en Y BVBA door de aanvrager in Z BVBA kadert in de uitbreiding van de exploitatieactiviteiten waarbij er per activiteit een nieuwe vennootschap wordt opgericht; 9.5. de inbreng zorgt er tevens voor dat middelen uit de onderliggende vennootschappen via dividendopstroom door de holding kunnen aangewend worden voor toekomstige investeringen; 9.6. de inbreng van de aandelen X BVBA en Y BVBA door de aanvrager in Z BVBA zorgt eveneens voor een centralisatie van de participaties en van het bestuur van de groep; 9.7. de vennootschappen X BVBA en Y BVBA bezitten geen overtollige liquiditeiten; 9.8. de DVB heeft geen opmerkingen omtrent de voorgelegde waarderingsverslagen. Een kopie van de waarderingsverslagen wordt bij de beslissing gevoegd. Uit de inbrengakte van Z BVBA blijkt dat de inbreng van X BVBA en Y BVBA gebeurd is op basis van de waarden vermeld in de waarderingsverslagen. 10. Het kapitaal dat werd gevormd door de inbreng in natura dient te worden aangemerkt als gestort kapitaal in de zin van artikel 184, WIB 92. 11. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van de anti-misbruikbepaling voorzien in artikel 344, §1, WIB 92 ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid een latere kapitaalvermindering of een inkoop van eigen aandelen door Z BVBA of een vereffening van Z BVBA. |
|||||||