Décision anticipée n° 2016.885 dd. 21.02.2017
- Section :
- Régulation
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
Revenus divers - Plus-values sur actions - Apport d?actions - Plus-value interne
Texte original :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Décision anticipée n° 2016.885 dd. 21.02.2017
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Décision anticipée n° 2016.885 dd. 21.02.2017 Tax year : 2016 Document date : 21/02/2017 Keywords : revenus divers / gestion normale d’un patrimoine privé / plus-value / action / apport en société / société holding / plus-value interne / capital libéré Document language : FR Name : Décision anticipée n° 2016.885 dd. 21.02.2017 Version : 1
Décision anticipée n° 2016.885 dd. 21.02.2017
Revenus divers Plus-values sur actions Apport d’actions Plus-value interne Gestion normale d’un patrimoine privé Capital libéré
Résumé Il a été décidé que, vu les considérations reprises dans la décision, l’apport par les personnes physiques X, Y et Z des actions ou parts qu’ils détiennent de la société A dans les HOLDCO’S X’, Y’ et Z’ nouvellement constituées, peut être considéré comme une opération relevant de la gestion normale d’un patrimoine privé telle que visée à l'article 90, 9°, premier tiret du CIR 92 et que l'apport des actions ou parts au nom des HOLDCO’S représente un capital libéré fiscal au sens de l'article 184 du CIR 92.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt er toe te vernemen of: 1.1. de inbreng door de natuurlijke personen X, Y en Z (hierna “de aanvragers”) van de aandelen die zij bezitten in vennootschap A in drie recent opgerichte Belgische vennootschappen, kwalificeert als een verrichting van normaal beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en dat de inkomsten ingevolge de voormelde verrichting niet voortkomen uit speculatie zoals bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92; 1.2. het kapitaal dat wordt gevormd door de inbreng van de aandelen ten name van de drie inbrenggenietende vennootschappen wordt beschouwd als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184, WIB 92.
II. Beslissing 2. De aanvragers hebben hun aandelen van de operationele vennootschap A ingebracht in de nieuw opgerichte HOLDCO’S. Voorafgaand aan de inbreng werd door A een dividend uitgekeerd aan haar aandeelhouders. 3. Voor de bepaling van de waarde van de aandelen van deze vennootschappen werd een waarderingsverslag opgemaakt. 4. A is een actieve holdingvennootschap. 5. A werd lang geleden opgericht door: familie van de aanvragers, X, Y en Z en externen. 6. Enige tijd later werd een familiale regeling uitgewerkt waardoor de huidige aandelenverhouding bekomen werd. 7. X, Y en Z richten elk afzonderlijk een holdingvennootschap ("HOLDCO") op door middel van de inbreng van hun aandelen A. 8. De inbreng door de 3 aandeelhouders van hun participatie A is voornamelijk ingegeven om de aandeelhouders toe te laten om hun privé vermogen te diversifiëren zonder dat de familiale verankering van de groep in het gedrang komt. 9. De inbreng door de aanvragers van hun aandelen van A in de nieuw opgerichte HOLDCO’S vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92. 10. De aandelen van A behoren tot het privévermogen van de aanvragers. 11. De inbreng kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92: 11.1. het betreft geen complexe verrichting noch spitsvondig feitencomplex; 11.2. de motivering voor de inbrengverrichting is vierledig: 11.2.1. successieplanning: behoud van familiale verankering bij erfopvolging met behoud van controle; 11.2.2. betrekken volgende generatie bij het beheer van de groep; 11.2.3. voeren geïndividualiseerde dividendpolitiek – financiering toekomstige investeringen; 11.2.4. nieuwe holdingvennootschappen die louter fungeren als participatievennootschappen; 11.3. door het opzetten van een holdingstructuur wordt een geschikte opvolgingsstructuur voor successiedoeleinden mogelijk gemaakt ten aanzien van de kinderen en/of andere erfgenamen van de aanvragers; 11.4. door de A werd een dividend aan de aandeelhouders uitgekeerd voor de inbreng in de HOLDCO’S; 11.5. voor de waardering van de in te brengen aandelen werd een waarderingsverslag opgemaakt; 11.6. de meerwaarde die bij de inbreng van de aandelen van A wordt gerealiseerd, is gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92. 12. De inbreng van de aandelen maakt ten name van de 3 HOLDCO’s fiscaal gestort kapitaal uit in de zin van artikel 184, WIB 92. 13. De beslissing is slechts geldig voor zover de waarderingsverslagen van de ingebrachte aandelen A en het inbrengverslag van de bedrijfsrevisor, dat de waarde van de aandelen op het ogenblik van de inbreng in de 3 HOLDCO’S weergeeft, zullen worden overgemaakt aan het plaatselijk controlekantoor van de aanvragers. 14. Aangezien er geen waarderingsverslag werd voorgelegd, doet de DVB geen uitspraak over de waardering van de aandelen. 15. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van de anti-misbruikbepaling voorzien in artikel 344, § 1, WIB 92 ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals inzonderheid een latere kapitaalvermindering of inkoop van eigen aandelen door de 3 HOLDCO’S of een vereffening van deze holdingvennootschappen. |
|||||||