Historiek ? Art. 78 Wetboek Succ. ? Waals Gewest

Date :
18-04-1967
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Régulation
Type :
Codes and legislation
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

Waals Gewest

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Historiek – Art. 78 Wetboek Succ. – Waals Gewest
Historiek – Art. 78 Wetboek Succ. – Waals Gewest
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Effective date : 30/04/1967
Document type : Codes and legislation
Title : Historiek – Art. 78 Wetboek Succ. – Waals Gewest
Document date : 18/04/1967
Document language : NL
Name : Historiek - Art. 78, W.Succ. WG
Version : 1
Previous document   Next document   Show list of documents

Historische versies – Federale wetgeving

Artikel 78 van het Wetboek der Successierechten

 

Tekst van toepassing vanaf 30.04.1967

Tekst van toepassing vanaf 17.04.1936 tot 29.04.1967

 

Artikel 78 (van toepassing vanaf 30.04.1967)

(gewijzigd door art. 12 van het K.B. nr. 12 van 18 apr. 1967 (M.B., 20.04.1967). Tekst van toepassing vanaf 30 apr. 1967 (art. -))

 

In geval van achtereenvolgende overgangen door overlijden van een onder opschortende voorwaarde verkregen goed of van een door de derde bezeten doch door de nalatenschap teruggeëist goed, is de belasting verschuldigd, onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 25, 37 en 40, alleenlijk wegens de jongste overgang.

Indien de achtereenvolgende overgangen tot voorwerp hebben een betwist goed in het bezit van de overledene of een goed toebehorende aan evenbedoelde onder ontbindende voorwaarde, is de belasting onmiddellijk opvorderbaar bij elk overlijden, behoudens eventuele teruggaaf van de verscheidene geïnde rechten.

 

Artikel 78 (van toepassing vanaf 17.04.1936 tot 29.04.1967)

 

In geval van achtereenvolgende overgangen bij overlijden van een onder opschortende voorwaarde verkregen goed of van een door de derde bezeten doch door de nalatenschap teruggeëist goed, is de belasting slechts verschuldigd bij het intreden van de voorwaarde of van de gunstige uitslag van het geschil, en zulks alleenlijk wegens de jongste overgang.

Indien de achtereenvolgende overgangen tot voorwerp hebben een betwist goed in het bezit van de overledene of een goed toebehorende aan evenbedoelde onder ontbindende voorwaarde, is de belasting onmiddellijk opvorderbaar bij elk overlijden, behoudens eventuele teruggaaf van de verscheidene geïnde rechten.