We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.

Jugement du Tribunal de Première Instance de Flandres Orientales, div. Gand dd. 16.02.2017

Date :
16-02-2017
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
5 pages
Section :
Régulation
Type :
Belgian justice
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

Dégrèvement d'office - Erreur matérielle

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Jugement du Tribunal de Première Instance de Flandres Orientales, div. Gand dd. 16.02.2017
Jugement du Tribunal de Première Instance de Flandres Orientales, div. Gand dd. 16.02.2017
Document
Content exists in : fr nl

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Belgian justice
Title : Jugement du Tribunal de Première Instance de Flandres Orientales, div. Gand dd. 16.02.2017
Tax year : 2017
Document date : 16/02/2017
Keywords : dégrèvement d'office
Decision : favorable
Document language : FR
Name : Jugement du Tribunal de Première Instance de Flandres Orientales, div. Gand dd. 16.02.2017
Version : 1
Court : firstAuthority/Gent_firstAuthority

 

Jugement du Tribunal de Première Instance de Flandres Orientales, div. Gand dd. 16.02.2017

 

Dégrèvement d'office - Erreur matérielle

 

Résumé

La redevable n’a pas introduit de réclamation contre l’imposition établie sur ses revenus imposables rectifiés pour l’exercice d’imposition 2011.  Elle agit en application de l’art. 376, § 1, C.I.R. 92, au motif que, selon elle, sa comptabilité présentait de graves défauts en raison de nombreuses « erreurs matérielles », à tel point que de nouveaux comptes annuels devaient être établis.

La rédaction de nouveaux bilan et compte de résultats à cause de la mauvaise gestion du comptable externe ne constitue pas réellement une erreur matérielle au sens de l’art. 376, C.I.R. 92.  La procédure de réclamation est la règle générale et le dégrèvement d'office est une procédure d’exception, de sorte que la notion d’erreur matérielle doit être interprétée de façon stricte.  L’élaboration de nouveaux bilan et comptes de résultats avec une nouvelle déclaration correspondante, en dehors des délais de réclamation, démontre juste qu’il y a eu une erreur de jugement et une erreur de nature intellectuelle, ce qui indique un acte conscient.  L’assemblée générale de la requérante a approuvé le résultat en 2011.  Une fois que l’assemblée générale a approuvé les comptes annuels, la société est liée par les décisions de l’assemblée générale.  Lorsque, à l’occasion d’une assemblée générale ultérieure, des décisions antérieures sont révisées, cette révision n’est pas opposable à l’administration fiscale.

 

Texte intégral

 

Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent

 

16.02.2017

 

16/117/A

 

 

 

In de zaak van:

 

 

S. C. L., met zetel in …, vroegere ondernemingsnummer …,

 

EISENDE PARTIJ, vertegenwoordigd door mr. C. S., advocaat te … ,

 

 

Tegen:

 

 

De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën - Stafdienst Logistiek - Koning Albert Il laan 33 bus 971 te 1030 Brussel, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Leuven, met kantoren te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32,

 

VERWERENDE PARTIJ, voor wie optreedt de heer E. V. D., adviseur bij een fiscaal bestuur.

 

 

Beslist de rechtbank als volgt:

 

 

I. DE RECHTSPLEGING

 

De rechtbank hoorde partijen in hun argumenten op de openbare terechtzitting van 19 januari 2017. Vervolgens sloot de rechtbank het debat en nam de zaak in beraad. De rechtbank zag het dossier van de rechtspleging en de bewijsstukken in en in het bijzonder het verzoekschrift van 11 januari 2016, de conclusies en de stukken van verweerder.

 

 

II. DE VORDERING

 

Eiseres vordert in haar conclusie om de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;

 

"Dienvolgens de ontheffing te bevelen van de gevestigde aanslag tot beloop van de meer belasting, die voortvloeit uit het feit dat de belastbare grondslag werd bepaald op € … in plaats van de werkelijke, belastbare grondslag van € ….

 

En gelet op de verleende ontheffing, de terugbetaling van de op grond van de aldus ontheven aanslagen betaalde of ingehouden bedragen, vermeerderd met de moratorium intresten op grond van artikel 418 WIB 92, te bevelen.

 

De kosten van het geding, dewelke zich voor [eiseres] begroten op de rechtsplegingsvergoeding van € … (inzet van het geschil € …), te leggen ten laste van de Belgische Staat."

 

Verweerder vordert om de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en vervolgens de aanslag(en) te bevestigen en eiser(s) tot de kosten te veroordelen.

 

 

III. RELEVANTE FEITEN, GESCHIL EN VOORGAANDEN

 

1.

De aangifte in de belasting niet-inwoners/vennootschappen voor het aanslagjaar 2011 werd niet ingediend op 14 november 2011, zijnde de oorspronkelijke uiterste datum om de aangifte in te dienen.

 

Er werd een duplicaat van een blanco aangifte verstrekt die ingevuld moest worden en ingediend op 19 maart 2012.

 

De aangifte werd pas vijf maand daarna ingediend op 23 augustus 2012 met een aangegeven belastbare grondslag van … EUR.

 

2.

Er werd een fiscale controle aangekondigd die doorging op 30 april 2013. Het bericht van wijziging werd verstuurd op 29 oktober 2013 met een belastbare grondslag van … EUR.

 

Op 2 december 2013 stuurde de boekhouder L. L. zijn akkoord via mail. Hij beschikte wel niet over een volmacht.

 

3.

Via mail op 5 december 2013 werd dit meegedeeld aan zaakvoerder C. D. C. die reageerde door onmiddellijk een niet-akkoord door te mailen (en op 10 december 2013 werd dit verstuurd per gewone post). In een bijlage vroeg de zaakvoerder naar extra tijd om nog informatie te kunnen inzamelen.

 

Op 12 december 2013 werd tevergeefs aan eiseres via mail gevraagd naar die bijkomende informatie.

 

4.

Op 16 december 2013 werd een kennisgeving van beslissing tot taxatie verstuurd waarbij het standpunt, ingenomen in het bericht van wijziging, werd behouden.

 

De supplementaire aanslag in de belasting der niet-inwoners/vennootschappen werd op 18 december 2013 uitvoerbaar verklaard onder artikel ….

 

Er werd geen bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn ingediend tegen deze aanslag. Het verzoek tot ambtshalve ontheffing werd ontvangen op 8 juli 2015.

 

Op 14 oktober 2015 werd door de adviseur-directeur beslist dat een ambtshalve ontheffing krachtens artikel 376 WIB 92 niet van toepassing is.

 

5.

Eiseres kon zich niet vinden in deze afwijzende beslissing. Zij legde dan ook op 11 januari 2016 een verzoekschrift neer ter griffie van deze rechtbank.

 

 

IV. BEOORDELING

 

Ontvankelijkheid

 

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt is de vordering ontvankelijk.

 

 

Ten gronde

 

Inzake de toepassing van artikel 376 WIB 92

 

1.

 

Artikel 376, §1 WIB 92 luidt:

 

De directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar verleent ambtshalve ontheffing van de overbelastingen die voortvloeien uit materiële vergissingen, uit dubbele belasting, alsmede van die welke zouden blijken uit afdoende bevonden nieuwe bescheiden of feiten waarvan het, laattijdig overleggen of inroepen door de belastingschuldige wordt verantwoord door gewettigde redenen en op voorwaarde dat:

 

1° die overbelastingen door de administratie werden vastgesteld of door de belastingschuldige of door zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, aan de administratie werden bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd;

 

2° de aanslag niet reeds het voorwerp is geweest van een bezwaarschrift, dat aanleiding heeft gegeven tot een definitieve beslissing nopens de grond.

 

2.

Eiseres steunt haar vordering op artikel 376, §1 WIB 92 omdat zij poneert dat een aantal materiële vergissingen werden begaan, deze vergissingen werden pas na het verstrijken van de bezwaartermijn vastgesteld, het betreffen geen juridische vergissingen omdat de zaakvoerder werd misleid door zijn boekhouder.

 

In het bijzonder verwijst eiseres naar het feit dat het verrichten van de boekhouding en het voorbereiden van de jaarrekening toevertrouwd werd aan de boekhouder L. L.

 

Na de termijnen van vestiging van de aanslag en na de bezwaartermijn om de gevestigde aanslagen te betwisten heeft de zaakvoerder voor België van eiseres kunnen aantonen dat de boekhouding ernstige tekortkomingen vertoonde, ingevolge tal van 'materiële vergissingen' die aan het licht kwamen.

 

Eiseres stelt dat dit niet vroeger werd ontdekt omdat de boekhouding volledig opnieuw moest worden overgedaan, iets wat slechts in 2015 kon worden beëindigd.

 

Volgens eiseres is er duidelijk sprake van materiële vergissingen, in die zin dat de zaakvoerder voor België, en nadien de aandeelhouders van eiseres, initieel moesten voortgaan op de cijfers die door de externe boekhouder werden aangeleverd, hetgeen geen gevolg is van interpretatie van bepaalde handelingen.

 

Verder poneert eiseres dat het slechts tijdens de fiscale controle is dat de zaakvoerder voor België van eiseres "gevoelsmatig reageerde dat het cijfer en de elementen die werden aangehaald door de taxerende ambtenaar onmogelijk konden kloppen omdat hij er zich van bewust was dat genoemde zaak nooit een belastbaar resultaat van … EUR of meer zou hebben kunnen behaald".

 

Ten slotte zou dit blijken volgens eiseres uit een nieuwe balans en resultatenrekening en de bijhorende aangifte.

 

3.

De rechtbank merkt op dat er geen betwisting is over het feit dat er geen bezwaarschrift voor het aanslagjaar 2011 in de aangifte in de belasting van niet-inwoners/vennootschappen werd ingediend.

 

Vervolgens is in het voorliggende geschil de vraag of het al dan niet een materiële vergissing betreft.

 

Een materiële vergissing is een feitelijke dwaling ten gevolge van een vergissing met betrekking tot het bestaan van materiële gegevens bij ontstentenis waarvan de aanslag wettelijke grondslag mist. Zij heeft

betrekking op rekenfouten, schrijffouten of andere grove vergissingen, onafhankelijk van de juridische beoordeling hetzij van de belastbaarheid, hetzij van de vaststelling van de belastbare grondslagen.

 

4.

De rechtbank is van oordeel dat het opstellen van een nieuwe balans en resultatenrekening omwille van wanbeleid van de externe boekhouder geen materiële vergissingen zijn in de zin van artikel 376 WIB 92. De bezwaarprocedure is de algemene regel en de ambtshalve ontheffing is een uitzonderingsprocedure zodat materiële vergissingen strikt dienen geïnterpreteerd te worden.

 

De extensieve interpretatie van eiseres van het begrip materiële vergissingen, waarbij "de zaakvoerder voor België, en nadien de aandeelhouders van eiseres, initieel moesten voortgaan op de cijfers die door de externe boekhouder werden aangeleverd" omwille van ernstige tekortkomingen van de boekhouder, maken geen materiële vergissingen uit overeenkomstig artikel 376 WIB 92.

 

5.

Het opmaken van een nieuwe balans en resultatenrekening met een nieuwe bijbehorende aangifte, buiten de bezwaartermijn wijzen er juist op dat er sprake is van een verkeerde beoordeling en een vergissing met een intellectuele inslag wat wijst op een bewuste handeling.

 

De rechtbank verwijst hiervoor naar de algemene vergadering van eiseres die op 13 april 2011 het betwiste resultaat voor een bedrag van … EUR heeft goedgekeurd. Het proces-verbaal van de algemene vergadering werd voor goedkeuring ondertekend door de heer C. D. C., wettelijke vertegenwoordiger van eiseres. Hij kreeg in deze vergadering kwijting voor zijn beleid.

 

In zijn verslag van 13 april 2011 vraagt de heer C. D. C. als wettelijke vertegenwoordiger van eiseres, uitdrukkelijk aan de algemene vergadering om de cijfers goed te keuren. Zo maakte hij in zijn verslag bijvoorbeeld melding van een bedrag van … EUR als omzet, hetgeen heden wordt betwist. De omzet zou … EUR lager liggen.

 

Eens de algemene vergadering een jaarrekening heeft goedgekeurd, is de vennootschap gebonden door de beslissingen van de algemene vergadering. Wanneer naar aanleiding van een latere algemene vergadering wordt teruggekomen op eerdere beslissingen zijn deze niet tegenstelbaar aan de fiscale administratie.

 

6.

In het voorliggende geval is dus geen sprake van materiële vergissingen in de zin van artikel 376 WIB 92 zodat de fiscale administratie terecht niet is ingegaan op de vraag van eiseres tot ambtshalve ontheffing.

 

 

V. GERECHTSKOSTEN

 

Eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het geding te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek).

 

In toepassing van de artikelen 279 en 162,4° van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten is geen rolrecht verschuldigd.

 

Aangezien de Belgische Staat niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat, is evenmin een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd.

 

 

DE RECHTBANK beslist:

 

recht doende op tegenspraak;

 

met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken:

 

-       alle meeromvattende en strijdige conclusies te verwerpen als niet ter zake dienend;

 

-       de vordering van eiseres ontvankelijk en ongegrond te verklaren;

 

-       dat geen gerechtskosten verschuldigd zijn.

 

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op donderdag zestien februari tweeduizend zeventien, waar aanwezig waren: …

 

Note de l’administration

 

Lien avec jugement/arrêt antérieur

 

Remarques et commentaires

 

Référence WF

712-04-16/007015