Mondelinge vraag nr. 8024 van de heer Chabot dd. 18.10.2005

Date :
18-10-2005
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Régulation
Type :
Parliamentary questions
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

Emigratieclausule,Aan niet-inwoner betaalde pensioenen,Dubbelbelastingverdrag

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Mondelinge vraag nr. 8024 van de heer Chabot dd. 18.10.2005
Mondelinge vraag nr. 8024 van de heer Chabot dd. 18.10.2005
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Mondelinge vraag nr. 8024 van de heer Chabot dd. 18.10.2005
Tax year : 0
Document date : 18/10/2005
Document language : NL
Modification date : 08/11/2005 15:11:21
Name : 05/8024
Version : 1
Question asked by : Chabot

VRAAG 05/8024

Mondelinge vraag nr. 8024 van de heer Chabot dd. 18.10.2005


Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 706, blz. 11-12

Emigratieclausule - Aan niet-inwoner betaalde pensioenen - Dubbelbelastingverdrag

VRAAG

    Artikel 364bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 92 bepaalt dat wanneer het in artikel 34 vermelde inkomen (pensioenen, renten, toelagen, kapitalen, afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten en inkomsten uit pensioensparen) wordt betaald aan een belastingplichtige die zijn woonplaats naar het buitenland heeft overgebracht, de betaling geacht wordt daags voor de overbrengst te hebben plaatsgehad. België behoudt aldus zijn bevoegdheid om de voornoemde inkomsten te belasten.

    In L'Echo de la Bourse van 9 augustus 2005 viel te lezen dat die bepaling strijdig is met de regels die zijn opgenomen in de overeenkomst tussen België en Frankrijk ter voorkoming van dubbele belasting en met de artikelen 26 en 27 van het verdrag van Wenen. Welke standpunt neemt uw administratie terzake in?

    In zijn arrest van 15 februari 2002 heeft het hof van beroep van Brussel geweigerd om dit artikel 364bis toe te passen omdat de internationale verdragen voorrang genieten op de bepalingen van intern recht. In een arrest van 5 december 2003 heeft het Hof van Cassatie dit standpunt bevestigd. Hoeveel klachten werden hierover ingediend? Heeft uw departement de taxatie- en geschillendienst over die kwestie instructies gegeven? Zal u een wetgevend initiatief nemen om artikel 364bis te wijzigen? Zo ja, wanneer?

ANTWOORD (van de heer Jamar, staatssecretaris)

    Zoals gesteld in ons antwoord op de mondelinge vraag nr. 2 739 van de heer De Vlies (Beknopt Verslag nr. 248 van 4 mei 2004, blz. 10 en 11) heeft onze administratie het arrest van het Hof van Cassatie van 5 december 2003. aanvaard. Indien een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting bepaalt dat de betaling of de toekenning van pensioenkapitalen in de woonstaat mag worden belast, past België artikel 364bis van het WIB92 niet toe op voorwaarde dat de verkrijger een woonplaatsattest uitgereikt door de fiscale overheid van het betrokken land overmaakt. Dit is het geval voor de overeenkomst die op 10 maart 1964 met Frankrijk werd gesloten omdat die het recht van belastingheffing aan de woonstaat toekent. Men kan België dus niet langer verwijten dat het beginsel "pacta sunt servanda" van artikel 26 van het verdrag van Wenen niet na te komen. Onze administratie heeft de dienst geschillen de opdracht gegeven het voornoemde arrest toe te passen. Wat betreft de overeenkomst met Frankrijk en alle andere overeenkomsten die het recht van belastingheffing aan de woonstaat toekennen, kennen die diensten ontheffingen toe indien de verkrijgers bewijzen dat ze in de andere Staat wonen.

    Aangezien het merendeel van de klachten voordien ingezetenen van Frankrijk betrof, blijven er nu nog slechts 29 klachten over. Bovendien wordt binnenkort een omzendbrief bekendgemaakt waarin wordt uiteengezet welke gevolgen het arrest voor alle door België ondertekende verdragen heeft.

    Artikel 364bis van het WIB is een van de bepalingen die volgens de Europese Commissie niet in overeenstemming zijn met het verdrag tot oprichting van de Unie. Onze administratie werd dan ook gelast een oplossing te vinden. Buiten de Europese Unie blijft dat artikel evenwel relevant, zowel in het geval van ingezetenen van lidstaten waarmee België een verdrag heeft ondertekend als in het geval van ingezetenen van lidstaten die dat niet hebben gedaan.