Parlementaire vraag nr. 118 van de heer Georges Gilkinet dd. 19.01.2015
- Section :
- Régulation
- Type :
- Parliamentary questions
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
Btw - Bevoegdheidsdelegati
Texte original :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Home >
Advanced search >
Search results > Parlementaire vraag nr. 118 van de heer Georges Gilkinet dd. 19.01.2015
Parlementaire vraag nr. 118 van de heer Georges Gilkinet dd. 19.01.2015
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Parlementaire vraag nr. 118 van de heer Georges Gilkinet dd. 19.01.2015 Tax year : 2015 Document date : 19/01/2015 Keywords : procedure / bevoegdheidsdelegatie Document language : NL Name : Parlementaire vraag nr. 118 van de heer Georges Gilkinet dd. 19.01.2015 Version : 1 Question asked by : Georges Gilkinet
Parlementaire vraag nr. 118 van de heer Georges Gilkinet dd. 19.01.2015 Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/016 dd. 16.03.2015, blz. 201 Btw - Bevoegdheidsdelegatie VRAAG De legaliteit van de aan de Koning, de minister van Financiën of de belastingadministratie gedelegeerde bevoegdheid om wetgevend op te treden op het vlak van de btw moet bekeken worden in het licht van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, dat zich de jongste jaren meermaals gebogen heeft over de grondwettigheid van dergelijke delegaties met betrekking tot de btw. In zijn arrest nr. 57/2005 van 16 maart 2005 oordeelt het Hof dat de fiscale aangelegenheid een bevoegdheid is die door de Grondwet aan de wet wordt voorbehouden en dat elke delegatie die betrekking heeft op het bepalen van een van de essentiële elementen van de belasting in beginsel ongrondwettig is. Het Hof van Cassatie van zijn kant heeft geoordeeld dat een rondzendbrief over de btw die een koninklijk besluit aanvult, waarvan de bepalingen een normatief karakter hebben, onwettelijk is. Een dergelijke rondzendbrief heeft immers een regelgevende draagwijdte en de minister is dus verplicht, behoudens urgentie, hem voor advies aan de afdeling wetgeving van de Raad van State voor te leggen. (Cass., 4 oktober 2012, C.11.0620.F, Fiscoloog nr. 1317, blz. 6). Welke maatregelen werden er op het stuk van de btw genomen of zullen nog worden genomen om waar mogelijk dergelijke situaties te vermijden, die als onwettelijk zouden kunnen worden aangemerkt in het licht van de hoger geschetste rechtspraak van het Grondwettelijk Hof of het Hof van Cassatie?
ANTWOORD (van de minister) Het grondwettelijk legaliteitsbeginsel inzake belastingen wordt niet geschonden indien, zoals in de meerderheid van de gevallen, de bevoegdheden die aan de Koning, de minister van Financiën of de administratie worden gedelegeerd, geen betrekking hebben op de essentiële elementen van de belasting maar louter bedoeld zijn om een juiste toepassing van de fiscale wetten te verzekeren. Het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie hebben immers reeds voor recht gezegd dat de delegatie van bevoegdheden aan de Koning inzake de tenuitvoerlegging van bepaalde wettelijke bepalingen die in het Btw-Wetboek zijn opgenomen, niet in strijd is met voornoemd basisbeginsel (zie inzonderheid, Grondwettelijk Hof, arresten van 21 februari 2007, nr. 32/2007, van 17 oktober 2007, nr. 131/2007 en van 23 januari 2014, nr. 10/2014; Hof van Cassatie, 20 februari 2014, F.12.0053.N). Het doel van deze delegaties bestaat er enkel in de toepassing van die bepalingen te versoepelen en te versnellen. Bovendien herinner ik het geachte lid eraan dat de mogelijkheden van delegatie vermeld worden in het Btw-Wetboek zelf en dat de voorbereidende werkzaamheden van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van dat Wetboek de draagwijdte van betreffende delegaties verduidelijken (zie Parl. St., Kamer, B.Z. 1968, 88 (1968), Nr. 1, Wetsontwerp tot invoering van het Btw-Wetboek, Memorie van Toelichting). De arresten van het Grondwettelijk Hof en van het Hof van Cassatie die, in het kader van een delegatie van bevoegdheid, een wettelijke bepaling of een administratieve circulaire bestraffen, worden bij voorrang ter kennis gebracht van de diensten van de administratie die bevoegd zijn voor de uitwerking van de wettelijke en reglementaire normen of voor de te nemen administratieve maatregelen. Het is uiteraard de bedoeling om uit de arresten gevolgen af te leiden en de bestreden bepalingen recht te zetten. Zo werd ingevolge het arrest van het Grondwettelijk Hof, waarnaar het geachte lid verwijst, het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970, met betrekking tot de btw-belastingplicht van publiekrechtelijke instellingen, opgeheven door artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 december 2007 en werd artikel 6 van het Btw-Wetboek gewijzigd door artikel 39 van de programmawet van 27 december 2006. Deze werkwijze laat eveneens toe om de kennis van de jurisprudentie of de doctrine te ontwikkelen, die de grondslag vormt van de expertise van de ambtenaren die betrokken zijn bij het opstellen van voorontwerpen van wet alsook van ontwerpen van circulaire. Die gespecialiseerde ambtenaren moeten de fiscale materie grondig kennen, het conceptualiseren beheersen en moeten in staat zijn de nationale, communautaire of internationale normen alsook de algemene rechtsbeginselen te begrijpen, die de rechtsgeldigheid of de legitimiteit van de regels die ze moeten uitwerken kunnen beïnvloeden. Ik vestig er de aandacht op van het geachte lid dat deze werkwijze en de hoge graad van expertise van de ambtenaren vereist is voor de volledige fiscale materie en niet enkel wat de problematiek van delegatie van bevoegdheid betreft. Het domein van de fiscaliteit geeft immers zeer vaak aanleiding tot geschillen maar slechts in een zeer beperkt aantal gevallen leiden ze tot de vaststelling door het Grondwettelijk Hof dat er sprake is van ongrondwettelijkheid of van onwettigheid door het Hof van Cassatie. Die enkele gevallen zijn helaas onmogelijk te voorzien daar deze hoge gerechtshoven, omwille van de hen toegewezen bevoegdheden, beschikken over een eigen visie en een eigen specifieke juridische analyse ontwikkelen. Desalniettemin voorziet de nieuwe interne structuur van de centrale diensten btw van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit voortaan in een team "Commentaar", bestaande uit ambtenaren die al hun energie kunnen besteden aan en al hun vaardigheden kunnen inzetten voor de fiscale doctrine. Teneinde het legaliteitsbeginsel nog meer getrouw dan vroeger na te leven, zullen ze erover waken dat een delegatie, die aan de basis voldoende nauwkeurig wordt afgelijnd in de wet, betrekking heeft op de uitvoering van maatregelen waarvan de essentiële elementen vooraf door de wetgever zijn vastgelegd. Bovendien zullen de bepalingen die zij in de ontwerpen van circulaire opnemen in principe geen normatief karakter hebben. Het advies van de Raad van State zal bijgevolg niet vaak noodzakelijk zijn. Tot slot kan worden opgemerkt dat het voorleggen aan het advies aan de Raad van State van wetteksten die door de administratie worden opgesteld, manifeste overtredingen reeds kunnen uitsluiten. In de mate dat de teksten slechts kracht van wet hebben na de parlementaire procedure, valt de eventuele schending van de hogere rechtsnormen bovendien ook onder de verantwoordelijkheid van elk lid van het Parlement.
|
|||||||