Parlementaire vraag nr. 1389 van de heer Sevenhans dd. 23.08.2006
- Section :
- Régulation
- Type :
- Parliamentary questions
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
Toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
Texte original :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||||||
|
Home >
Advanced search >
Search results > Parlementaire vraag nr. 1389 van de heer Sevenhans dd. 23.08.2006
Parlementaire vraag nr. 1389 van de heer Sevenhans dd. 23.08.2006
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Parlementaire vraag nr. 1389 van de heer Sevenhans dd. 23.08.2006 Tax year : Document date : 23/08/2006 Keywords : openbaarheid van bestuur / statistieken Document language : NL Name : Version : 1 Question asked by : Sevenhans
Parlementaire vraag nr. 1389 van de heer Sevenhans dd. 23.08.2006Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 145, blz. 28.225 Toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur VRAAG Volgens artikel 32 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (Belgisch Staatsblad van 17 februari 2004) : « Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de wet, het decreet of de regel bedoeld in artikel 134 ». Op het federale vlak vond dat artikel zijn toepassing in de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur (Belgisch Staatsblad van 30 juni 1994). Deze wet beoogde een einde te stellen aan de cultuur van geheimhouding van de administratie en de bestuursdocumenten voortaan op eenvoudig verzoek toegankelijk te maken voor de burgers. Uit een recent artikel verschenen in de Juristenkrant blijkt deze wet de hooggespannen verwachtingen echter niet in te lossen en wellicht een maat voor niets te zijn geweest. 1. Hoeveel vragen om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument heeft uw kanselarij of één van de organismen onder uw voogdij ontvangen sinds de publicatie van de wet van 11 april 1994 ? 2.
ANTWOORD (minister van Financiën, 29.11.2006) Artikel 13 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur bepaalt inderdaad het volgende: « Deze wet doet geen afbreuk aan de wetsbepalingen die in een ruimere openbaarheid van bestuur voorzien ». Op deze manier, wanneer een ambtenaar zijn persoonlijk dossier wenst in te kijken, fundeert hij zijn vraag op artikel 9 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, dat bepaalt : « Elke rijksambtenaar heeft het recht zijn persoonlijk dossier te raadplegen.» Het is trouwens een courante praktijk dat een ambtenaar, die zijn persoonlijk dossier wenst te raadplegen, hiervoor een telefonische of schriftelijke aanvraag doet om een afspraak vast te leggen, en dit zonder zijn aanvraag juridisch te motiveren. Deze aanvragen worden nooit geweigerd. Andere wettelijke bepalingen bespreken ook de raadpleging van stukken uit het administratief dossier, zoals bijvoorbeeld in de tuchtmaterie (zie artikel 79, § 1, tweede lid van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937). Ten slotte is de raadpleging van stukken uit een administratief dossier eveneens en vooral gebaseerd op het respecteren van de wet van 29 juli 1991 betreffende de formele motivatie van administratieve akten, alsook op de heersende rechtspraak van de Raad van State, rechtspraak die voorziet dat vooral in het kader van ordemaatregelen, de ambtenaar, op de hoogte gebracht van de intentie van de Overheid, de mogelijk moet worden geboden om zijn standpunt uiteen te zetten over deze intentie, en dit binnen een termijn die hem toelaat zijn argumenten nuttig voor te bereiden (dit impliceert het raadplegen van de stukken die aan de basis lagen van deze intentie). Overwegende dat de grote meerderheid van aanvragen gebaseerd zijn op andere bepalingen dan die van de wet van 11 april 1994, houden de personeelsdiensten geen register bij zoals voorzien door artikel 5 van deze wettelijke bepaling. De administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit beschikt niet over statistieken aangaande aanvragen tot de inzage en het verstrekken van kopieën van bestuursdocumenten in het kader van wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur die bij haar diensten worden ingediend. Om met kennis van zaken het antwoord op de gestelde vragen te kunnen interpreteren is enige toelichting nodig. Bij de invoering van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur werd onderaan in artikel 5 gesteld dat de federale administratieve overheid een register bijhoudt van de schriftelijke aanvragen. Het koninklijk besluit van 30 augustus 1996 regelt de vaststelling van het bedrag van de vergoeding verschuldigd voor het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument, zoals bepaald bij artikel 12 van voormelde wet. Terloops voormeld koninklijk besluit kwam niet voor op de lijst van koninklijk besluiten inzake omzetting Belgische frank naar euro. Voor zover bekend werden er geen specifieke richtlijnen verstrekt hoe daaromtrent een boekhouding moest worden gevoerd, noch wat diende te gebeuren met de aldus geïnde bedragen. Gezien de uitreiking van afschriften van de kadastrale documenten reeds vele jaren voor de invoering van de « Wet betreffende de openbaarheid van bestuur » door de wetgever werd georganiseerd, zie in dit verband artikel 504 WIB en het desbetreffend uitvoeringsbesluit, en de wet van 11 april 1994 op zich de kwestieuze regeling noch wijzigt noch opheft vindt de «openbaarheid van de bestuursdocumenten» op kadastraal vlak hoofdzakelijk zijn toepassing voor wat betreft de schattingsdocumentatie van het onroerend patrimonium. Deze documentatie die deel uitmaakt van het fiscale dossier van de belastingplichtige kan vanzelfsprekend in kopie worden verstrekt aan de betrokken belastingplichtige of aan hen die ter zake een belang kunnen aantonen. Bijgevolg wordt de eventuele weigering om inzage te verlenen of een afschrift van deze documenten te verstrekken gemotiveerd vanuit het oogpunt van privacy of van het ontbreken van een rechtmatig belang. De desbetreffende vergeldingen worden met de vermelding DOC te geboekt in het register nr. 438C, dat deel uitmaakt van de geautomatiseerde boekhouding ComptExt. Er wordt hierbij ook verwezen naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 287 van 4 maart 2004, gesteld door mevrouw Greet Van Gool in zitting 2003-2004 van de Kamer. (Vragen en Antwoorde, Kamer, 2003-2004, nr. 27, blz. 4182.) Er kan het geachte lid worden opgewezen dat gelet op de positieve benadering die de administratie ter zake hanteert uitsluitend cijfers worden bijgehouden van aanvragen die worden gehonoreerd. In deze cijfers zijn ook begrepen de aanvragen die in een eerste stadium werden afgewezen en na beroep alsnog een gunstig gevolg krijgen. Aantal inschrijvingen met de vermelding DOC voor het gehele land : 2002 : 39 ; 2003 : 152 ; 2004 : 571 ; 2006 : voor de eerste zes maanden : 372. Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, sector Registratie. De aanvragen die kaderen in de wet betreffende de openbaarheid van bestuur worden, zoals de wet het voorschrijft, opgetekend in een register. Het gebruik van dit register is echter niet exclusief voorbehouden voor het optekenen van de bedoelde aanvragen. Het merendeel van de inlichtingen die worden afgeleverd door de sector Registratie (afschriften van of uittreksels uit geregistreerde akten, geschriften of verklaringen, aangifte van nalatenschap, eigendomstitels, enzovoort) zijn gebaseerd op specifieke wettelijke bepalingen die de precieze modaliteiten vastleggen (zie de artikelen 90, 143 tot 146 en 160 van het Wetboek der successierechten en artikel 236 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten). De wet betreffende de openbaarheid van bestuur doet immers geen afbreuk aan de wetsbepalingen die in een ruimere openbaarheid voorzien. De aanvragen om inlichtingen maken bovendien zelden melding van de rechtsgrond waarop de aanvrager meent zich te kunnen beroepen. Het is dan ook praktisch onbegonnen werk voor de diverse buitendiensten a posteriori een onderzoek in te stellen naar de specifieke rechtsgrond die aan de basis ligt van de talrijke aanvragen om inlichtingen en een telling door te voeren. 7 aanvragen tot raadpleging of afgifte van een afschrift van een bestuursdocument werden ontvangen door Financiële Markten en Diensten. Deze aanvragen werden aanvaard, daar in toepassing van artikel 4 van de wet van 11 april 1994 betreffende de mededeling van documenten van persoonlijke aard, de aanvrager van een belang deed blijken. ----------------------------- Diensten die vallen onder de vraag De Administratie III van de Thesaurie is bevoegd voor :
Het beheer van de schuld en de openbaarheid Antwoord van de Agentschap van de Schuld
Statistieken over de openbaarheid van bestuur bij het Agentschap van de Schuld
----------------------------- De administraties van de Internationale en Europese Financiële Aangelegenheden :
De administratie Betalingen : Beschikt niet over statistieken betreffende de correspondentie. Wel is het zo dat alle vragen een antwoord krijgen en de inlichtingen nooit geweigerd worden. De Deposito- en Consignatiekas hebben geen aanvragen tot raadpleging van dossiers ontvangen, ondanks het feit ze jaarlijks op 8 000 vragen moeten antwoorden. Al de vragen krijgen systematisch antwoord.
|
|||||||||||