Parlementaire vraag nr. 349 van de heer Joseph George dd. 02.05.2012

Date :
02-05-2012
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Régulation
Type :
Parliamentary questions
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

personenbelasting - berekening van de PB - fiscale tegemoetkoming in verband met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand - buitenlands inkomen - vrijgesteld buitenlands inkomen - dubbelbelastingverdrag - grensarbeider -

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Parlementaire vraag nr. 349 van de heer Joseph George dd. 02.05.2012
Parlementaire vraag nr. 349 van de heer Joseph George dd. 02.05.2012
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Parlementaire vraag nr. 349 van de heer Joseph George dd. 02.05.2012
Document date : 02/05/2012
Publication date : 09/10/2012
Keywords : personenbelasting / berekening van de PB / fiscale tegemoetkoming in verband met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand / buitenlands inkomen / vrijgesteld buitenlands inkomen / dubbelbelastingverdrag / grensarbeider / Duitsland / vrij verkeer van werknemers / gelijkheidsbeginsel / non-discriminatie
Document language : NL
Name : Parlementaire vraag nr. 349 van de heer Joseph George dd. 02.05.2012
Version : 1
Question asked by : Joseph George

Parlementaire vraag nr. 349 van de heer Joseph George dd. 02.05.2012

 

Vragen en Antwoorden, Kamer 2011-2012, nr. 69 van 11.06.2012, blz. 34 en nr. 84 van 09.10.2012, blz. 58

 

Personenbelasting

Berekening van de PB

Fiscale tegemoetkoming in verband met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand

Buitenlands inkomen

Vrijgesteld buitenlands inkomen

Dubbelbelastingverdrag

Grensarbeider

Duitsland

Vrij verkeer van werknemers

Gelijkheidsbeginsel

Non-discriminatie

 

VRAAG

Krachtens de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Bondsrepubliek Duitsland tot voorkoming van dubbele belasting wordt er geen rekening gehouden met sommige fiscale tegemoetkomingen die verband houden met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand van de grensarbeider die in Duitsland woont en in België werkt, zelfs wanneer de persoonlijke toestand of de gezinstoestand niet in aanmerking kon worden genomen in de woonstaat bij gebrek aan belastbare inkomsten in dat land. Dat is het geval wanneer een in Duitsland gedomicilieerde belastingplichtige die in België belast wordt op zijn arbeidsinkomen, een onderhoudsuitkering moet betalen aan zijn ex-echtgenote of aan zijn kinderen als die ook in Duitsland gedomicilieerd zijn. Volgens de Europese rechtspraak is zo een situatie waarin er in geen van beide landen waar er belasting zou moeten worden betaald, rekening wordt gehouden met de persoonlijke of gezinstoestand, niet conform de bepalingen inzake het vrije verkeer van werknemers en kan ze een grote hinderpaal vormen voor de mobiliteit van werknemers in de Europese Unie. België werd trouwens door de Europese Commissie verzocht om de Belgische belastingwetgeving in overeenstemming te brengen met de Europese fiscale regelgeving ter zake. De belastingadministratie heeft "in afwachting van een aanpassing van de Belgische wetgeving in die zin" een voorlopige oplossing aangereikt in de vorm van de circulaire nr. Ci.RH.331/575.420 (AOIF 8/2008) d.d. 12 maart 2008. Die voorlopige regeling heeft evenwel alleen betrekking op het stelsel van de personenbelasting (pb) en vermeldt niets over de mogelijke gevolgen op het stuk van de vermogensbelasting. Bovendien bevat het dubbelbelastingverdrag tussen België en Duitsland geen non-discriminatiebepaling, in tegenstelling tot de verdragen met onze andere buurlanden.

1. Zou onze belastingwetgeving niet definitief moeten worden herzien door de inhoud van de circulaire met betrekking tot de voorlopige regeling in onze wetgeving op te nemen?

2. Waarom bevat het dubbelbelastingverdrag tussen België en Duitsland geen non-discriminatiebepaling, in tegenstelling tot de verdragen met onze andere buurlanden?

3. Welke oplossing zal u aanreiken voor de in Duitsland gedomicilieerde en in België werkzame grensarbeiders die onderhoudsuitkeringen aan hun ex-echtgenote of hun eveneens in Duitsland gedomicilieerde kinderen betalen, die fiscaal niet in aanmerking worden genomen in België en evenmin in Duitsland bij gebrek aan een belastbaar inkomen in dat land? 

 

ANTWOORD (van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

1. De omzendbrief nr. Ci.RH.331/575.420 (AOIF 8/2008) van 12 maart 2008 heeft tot doel België in de mogelijkheid te stellen om zich te richten naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 december 2002 in de zaak de Groot (C-385/00). Dit Arrest had echter betrekking op de situatie waarbij rijksinwoners beroepsinkomsten verkrijgen in een andere lidstaat van de EU en die een onderhoudsuitkering betalen. Bij de berekening van de belasting ging een deel van het belastingvoordeel dat aan die uitkering verbonden was verloren door de vrijstelling van buitenlandse inkomsten in België. Vermits het probleem niet bij de Belgische belastingwetgeving ligt, maar de problematiek slechts aan het licht komt bij de berekening van de belasting, kon de Belgische fiscaliteit in overeenstemming gebracht worden met het Europees recht middels een administratieve omzendbrief zonder dat er daarvoor een aanpassing van de wet nodig was in België.

2. Het artikel met betrekking tot de non-discriminatie dat voorkomt in de Belgisch-Duitse Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting van 11 april 1967 volgt het toentertijd geldende OESO-model. Toen werd niet voorzien in enige bijzondere bepaling ten voordele van natuurlijke personen die in een overeenkomstsluitende Staat wonen en hun beroepsinkomsten in de andere overeenkomstsluitende Staat verkrijgen. De Overeenkomsten met de andere buurlanden zijn van recentere datum en bevatten inderdaad bepalingen die voordeliger zijn voor de natuurlijke personen die in een Staat verblijven en in de andere werken. In de jaren '90 hebben België en Duitsland verscheidene keren onderhandeld met het oog op een globale herziening van de Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting van 1967. Tijdens die onderhandelingen is overeengekomen om het probleem van de grensarbeiders afzonderlijk te regelen via een aanvullende Overeenkomst.  Die aanvullende Overeenkomst werd op 5 november 2002 ondertekend. In de nabije toekomst zullen nieuwe onderhandelingen over de Belgisch-Duitse Overeenkomst van 1967 plaatsvinden. Daarbij zal de Belgische delegatie aan de Duitse autoriteiten voorstellen om in de herziene Overeenkomst een antidiscriminatiebepaling ad hoc op te nemen.

3. De niet-aftrekbaarheid in België van de onderhoudsuitkeringen die in Duitsland zijn betaald door een werknemer die inwoner is van Duitsland maar het grootste deel van zijn inkomsten in België behaalt, leidt inderdaad tot een probleem van onrechtstreekse discriminatie die gebaseerd is op de nationaliteit en tot een probleem inzake het vrij verkeer van personen of werknemers. Om die reden zal ik binnenkort bij het Parlement een ontwerp van wet neerleggen om de Belgische belastingwetgeving in overeenstemming te brengen met het Europees recht.