Voorafgaande beslissing nr. 2011.303 dd. 13.09.2011

Date :
13-09-2011
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
4 pages
Section :
Régulation
Type :
Prior agreements L 24.12.2002
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

inkomstenbelasting - belgische vennootschap - bezoldiging - abnormaal of goedgunstig voordeel - verbonden onderneming - marktconforme - verrekenprijzen - ondersteunende dienste

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Voorafgaande beslissing nr. 2011.303 dd. 13.09.2011
Voorafgaande beslissing nr. 2011.303 dd. 13.09.2011
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements L 24.12.2002
Title : Voorafgaande beslissing nr. 2011.303 dd. 13.09.2011
Document date : 13/09/2011
Publication date : 24/02/2012
Keywords : inkomstenbelasting / belgische vennootschap / bezoldiging / abnormaal of goedgunstig voordeel / verbonden onderneming / marktconforme / verrekenprijzen / ondersteunende diensten
Document language : NL
Name : Voorafgaande beslissing nr. 2011.303 dd. 13.09.2011
Version : 1

Voorafgaande beslissing nr. 2011.303 dd. 13.09.2011

 

Inkomstenbelasting

Belgische vennootschap

Bezoldiging

Abnormaal of goedgunstig voordeel

Verbonden onderneming

Marktconforme

Verrekenprijzen

Ondersteunende diensten

 

Samenvatting

 

De aanvraag strekt er toe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat de Belgische vennootschap X, wanneer het de voorgenomen vergoedingspolitiek toepast, niet geacht zal worden een abnormaal of goedgunstig voordeel toe te kennen aan verbonden ondernemingen zoals bedoeld in artikel 26 WIB 92 of te ontvangen van verbonden ondernemingen, zoals bedoeld in artikels 79 en 207, §2 WIB 92 en dat de voorgestelde vergoedingsmethode voor de ondersteunende diensten die zij verstrekt aanleiding zal geven tot een marktconforme vergoeding in de zin van artikel 185, §2 WIB 92.

 

I.        Voorwerp van de aanvraag

 

1.              De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te bekomen dat:

 

1.1.        de voorgestelde vergoedingsmethode voor de ondersteunende diensten van Belgische vennootschap X geen aanleiding zal geven tot  het verstrekken van een abnormaal of goedgunstig voordeel zoals bepaald in artikel 26 WIB 92;

 

1.2.        de voorgestelde vergoedingsmethode voor de ondersteunende diensten van X geen aanleiding zal geven tot het verkrijgen van een abnormaal of goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 79 en 207, §2 WIB 92;

 

1.3.        de voorgestelde vergoedingsmethode voor de ondersteunende diensten die X verstrekt geen aanleiding zal geven tot de toepassing van artikel 185, §2 WIB 92.

 

2.              Huidige aanvraag heeft als doel een eerdere voorafgaande beslissing te verlengen met een periode van vijf jaar m.b.t. de hiervoor vermelde vragen.

 

II.      Omschrijving van de groep en van belgische vennootschap x

 

II.1.   De groep

 

3.              De groep levert diensten aan onafhankelijke ondernemingen.

 

II.2.   Identiteit van de aanvrager

 

4.              Vennootschap X is een vennootschap met Belgische fiscale woonplaats, opgericht naar Belgisch recht.

 

5.              X verleent in haar hoedanigheid van dienstenverstrekker een breed gamma aan ondersteunende diensten ten voordele van diverse entiteiten binnen de Groep.

 

6.              De activiteiten van X zijn heden niet fundamenteel gewijzigd ten opzichte van de vorige ruling. Er worden nu wel minder groepsdiensten door X verzorgd daar er minder kaderleden werkzaam zijn binnen de vennootschap. Voorts zijn enkele dienstverlenende activiteiten van de groep reeds deels overgenomen door andere groepsleden.

 

 

 

III.         m otivering van de aanvraag

 

III.1. Functies, activa en risico's van X

 

          III.1.1.De functies

 

7.              De ondersteunende diensten die X aan de groepsentiteiten levert, kunnen onder een van volgende rubrieken worden ondergebracht:

 

7.1.        Administratief & Logistiek management

 

7.2.        Informatie Technologie,

 

7.3.        Markt en productanalyse

 

7.4.        HR- en juridische ondersteuning

 

8.              Noteer dat X enkel diensten levert aan groepsleden en onderaannemers die eveneens de groep vertegenwoordigen. X heeft geen contact met de externe klanten van de groep.

 

          III.1.2.De risico's

 

9.              De risico's in hoofde van X zijn zeer beperkt: X is niet blootgesteld aan materiële ondernemingsrisico's zoals marktrisico, productrisico, voorraadrisico, debiteurenrisico etc.

 

10.          Bovendien rekent X haar diensten door in Euro waardoor het evenmin een wisselkoersrisico draagt.

 

          III.1.3.De activa

 

11.          Bij het presteren van voormelde diensten gebruikt X geen unieke immateriële vaste activa die een additionele toegevoegde waarde aan haar routine dienstverlening toevoegen. X huurt de gebouwen waarin ze haar activiteiten voert.

 

III.2. Voorgestelde vergoedingspolitiek

 

12.          Voor haar diensten zou X een vergoeding willen ontvangen gelijk aan de bedrijfskosten met betrekking tot de diensten, verhoogd met een winstopslag van vier procent omwille van de gewijzigde marktomstandigheden (economische crisis) en de slechte groepscijfers van de laatste jaren. Bedrijfskosten worden gedefinieerd als de rekeningen 60 tot en met 64 van het Belgisch Minimumindeling Algemeen Rekeningstelsel. Bedrijfskosten welke kwalificeren als "voorschotkosten" of "disbursements" zouden echter zoals voorheen zonder winstopslag ("at cost") warden doorberekend. Onder voorschotkosten wordt begrepen: de kostprijs van diensten die door derden aan X worden geleverd die rechtstreeks hadden kunnen worden gefactureerd aan de vennootschappen van de groep waartoe X behoort en die door de verstrekker aan een prijs met inbegrip van een normale winstmarge worden gefactureerd.

 

13.          De financiële kosten zullen verder zonder winstopslag worden doorgerekend met dien verstande dat de positieve wisselresultaten vooreerst in mindering zullen worden gebracht tot ten hoogste de negatieve wisselkoersverschillen zoals overeengekomen in de vorige Voorafgaande Beslissing. De uitzonderlijke kosten zullen zoals voorheen eveneens "at cost" worden doorgerekend.

 

14.          De economische analyse zal aantonen dat de nieuwe voorgestelde methodiek (full cost plus vier procent) in lijn is met het "arm's length" principe. Tenzij de functionaliteit of het risicoprofiel van X wijzigt, zou X de voorgestelde methodologie willen toepassen voor een periode van vijf jaar.

 

III.3. Aanpassing van het tarief van 6% naar 4%

 

15.          De aanvrager heeft geen dure vergelijkende studie laten uitvoeren in verband met de gewijzigde marktomstandigheden, gezien de aanzienlijke tijd die zo'n studie in beslag neemt en de hoge kosten die ermee gepaard gaan.

 

16.          De aanvrager is echter wel van mening dat hij heden een lager winstopslagtarief moet handhaven en dit onder meer wegens verminderde werkzaamheden t.o.v. vroeger en omwille van de blijvende slechte cijfers op groepsniveau.

 

17.          In het verleden was de aanvrager zelfs genoodzaakt om binnen de groep een aantal mensen te ontslagen.

 

III.4. Toelichting van de cijfers

 

          III.4.1. Toelichting doorrekening kosten 2008 en 2009

 

18.          Bij nazicht van de jaarrekening per 31 december 2006-2007-2008 en 2009 is gebleken dat de aanvrager zijn boekjaren steeds heeft afgesloten met winst met toepassing van de winstopslag zoals vermeld in de overeengekomen ruling.

 

          III.4.2. Groepscijfers

 

19.          Omdat de input ten voordele van de groepsleden verminderd is en de buitenlandse fiscale administratie de door de aanvrager toegepaste winstopslag nogal hoog vindt in de huidige context, verzoekt de aanvrager dan ook om vanaf N een mark-up percentage van 4% in plaats van 6% te mogen toepassen, daar dit dan meer in lijn ligt met de algemene marges in de sector, en een marge vertegenwoordigt aanvaard door de groepsleden. De groep maakt wereldwijd ook veel verlies. Daarom is een verlaagde winstopslag van 4% in de huidige context economisch verantwoord, daar de hele sector het slechter doet wegens de financiële crisis.

 

20.          Voorts informeert de aanvrager ons over het feit dat de vennootschap de enige groepsvennootschap is die fungeert als globale interne dienstverlener voor de andere groepsleden, waardoor de andere groepsvennootschappen geen gelijkaardige transfer pricing politiek kunnen toepassen.

 

III.5. Conclusie

 

21.          De activiteiten van X werden door de aanvrager toegelicht, alsook de risico's waaraan X blootgesteld is. Uit die analyse blijkt dat X heden minder uitgebreide ondersteunende diensten verstrekt aan groepsvennootschappen dan in het verleden en steeds weinig of zelfs geen risico's draagt.

 

22.          De hoofdargumenten voor het verlagen van de winstopslag op operationele kosten zijn samengevat, de slechte groepscijfers en -prognoses, het verdwijnen van personeel binnen de Belgische entiteit waardoor minder diensten worden geleverd aan groepsleden, de afwezigheid van risico's binnen de vennootschap, alsook het feit dat buitenlandse belastingadministraties gezien de huidige economische context oordelen dat een winstopslag van 6% in casu voor X eerder aan de hoge kant is.

 

23.          X wenst daarom voor haar activiteiten als ondersteunende dienstverstrekker een vergoeding te ontvangen die gelijk is aan de door haar gemaakte kosten van deze dienstverlening vermeerderd met een winstopslag van vier procent. De totale vergoeding zou derhalve 104 procent van de kosten van deze operationele dienstverlening bedragen. Voor de financiële kosten en voor uitzonderlijke kosten zou hetzelfde systeem als bij de vorige Voorafgaande Beslissing worden toegepast, hier worden derhalve geen wijzigingen voorgesteld.

 

24.          Uit de studie van onafhankelijke ondernemingen blijkt dat de betreffende sector geleden heeft onder de crisis waardoor het gevraagde 4 procent volgens de aanvrager heden als redelijk kan beschouwd worden.

 

IV.           Beslissing

 

25.          Gelet op de hierna vermelde overwegingen kan de gebruikte verrekenprijsmethode aanvaard worden:

 

25.1.    X kan worden gekwalificeerd als een dienstverstrekker met beperkte risico's. X neemt geen materiële bedrijfsrisico (marktrisico, productrisico, voorraadrisico, debiteurenrisico, etc.) op zich;

 

25.2.    een routinematige vergoeding is onder de door de aanvrager beschreven omstandigheden vanuit verrekenprijs oogpunt passend en in overeenstemming met de OESO-richtlijnen;

 

25.3.    de voorgestelde op kosten gebaseerde verrekenprijsmethode is geschikt voor het beoordelen van deze dienstverlening.

 

26.          Gelet op de hiernavolgende overwegingen kan het voorgestelde winstopslagpercentage aanvaard worden:

 

26.1.    de door de aanvrager voorgestelde cost plus van 4% valt binnen het gewogen arm's length interval van de door de DVB gemaakte studie;

 

26.2.    de kostenbasis omvat de rekeningen 60 tot en met 64 van het M.A.R.

          Bedrijfskosten welke kwalificeren als voorschotkosten worden evenwel zonder winstopslag doorgerekend;

 

26.3.    de financiële kosten zullen zonder winstopslag worden doorgerekend met dien verstande dat de positieve wisselkoersverschillen vooreerst in mindering zullen worden gebracht tot ten hoogste de negatieve wisselkoersverschillen.  De uitzonderlijke kosten worden zonder winstopslag doorgerekend.

 

*

*     *

 

          Gelet op wat voorafgaat beslist het College van de DVB dat:

 

27.          de voorgestelde vergoedingsmethode (cost plus 4%) voor de ondersteunende diensten van X geen aanleiding zal geven tot het verstrekken van een abnormaal en goedgunstig voordeel zoals bepaald in artikel 26 WIB 92;

 

28.          de voorgestelde vergoedingsmethode voor de ondersteunende diensten van X geen aanleiding zal geven tot het verkrijgen van een abnormaal of goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 79 en 207, §2 WIB 92;

 

29.          de voorgestelde vergoedingsmethode voor de ondersteunende diensten die X verstrekt aanleiding zal geven tot een marktconforme vergoeding in de zin van artikel 185, §2 WIB 92;

 

30.          onderhavige voorafgaande beslissing geldt voor een periode van vijf opeenvolgende boekjaren en dit met ingang vanaf het boekjaar dat aanvangt op N. Deze beslissing kan desgewenst worden verlengd of gewijzigd voor zover daartoe tijdig - bij voorkeur 3 maand voor het verstrijken van bovenbedoelde periode - een nieuwe aanvraag bij de DVB wordt ingediend.