Voorafgaande beslissing nr. 2014.012 dd. 18.02.2014
- Section :
- Régulation
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
Vennootschapsbelasting - fusie door overneming - belastingneutrale fusie - belastingontwijking - belastingontduikin
Texte original :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Voorafgaande beslissing nr. 2014.012 dd. 18.02.2014
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Voorafgaande beslissing nr. 2014.012 dd. 18.02.2014 Tax year : 2013 Document date : 18/02/2014 Keywords : vennootschapsbelasting / fusie door overneming / belastingneutrale fusie / belastingontwijking / belastingontduiking Document language : NL Name : Voorafgaande beslissing nr. 2014.012 dd. 18.02.2014 Version : 1
Voorafgaande beslissing nr. 2014.012 dd. 18.02.2014
Vennootschapsbelasting Belastingneutrale fusie door overneming Zakelijke overwegingen Belastingfraude of -ontwijking Retroactiviteit
Samenvatting De fusie door overneming, waarbij Y haar zustervennootschap X overneemt en die plaats vindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft, beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92 en aan de bepaling zoals uiteengezet in art. 211, §1, 4e lid, 3°, WIB 92. De boekhoudkundige retroactiviteit van niet meer dan 7 maanden is tegenstelbaar aan de fiscale administratie.
I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat de fusie door overneming, waarbij X zal worden overgenomen door haar zustervennootschap Y: 1.1 beantwoordt aan de bepaling zoals uiteengezet in artikel 211, §1, 4e lid, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en zodoende plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft overeenkomstig artikel 183bis, WIB 92; 1.2 kan plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit die niet meer dan 7 maanden zal bedragen en die tegenstelbaar is aan de fiscale administratie.
II. Omschrijving van de verrichting II.A. Beschrijving van de betrokken vennootschappen II.A.1 X 2. X is een dochtervennootschap van Z en is in heel België actief in de sector Q. X richt zich voornamelijk tot cliënten A. II.A.2 Y 3. Y, eveneens een dochtervennootschap van Z, is lokaal actief in de sector R. Y richt zich tot cliënten B en sinds kort ook tot cliënten A. II.B. Beschrijving van de verrichting 4. De geplande verrichting betreft een fusie door overneming van X door haar zustervennootschap Y. De aanvrager bezorgde een organogram van de groepsstructuur voor en na de fusie. 5. De fusie zal worden verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en de vereisten van het Belgisch prudentieel toezicht op kredietinstellingen en bepaalde financiële instellingen.
III. Motivering van de aanvraag III.A. Artikel 211, §1, vierde lid, WIB 92 juncto artikel 183bis, WIB 92 6. Volgens artikel 211, §1, vierde lid, WIB 92 kan een fusie op fiscaal neutrale wijze worden verwezenlijkt indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 6.1 de verkrijgende vennootschap is een Belgische of intra-Europese vennootschap; 6.2 de verrichting wordt verwezenlijkt in overeenstemming met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen; 6.3 de verrichting is in overeenstemming met de bepalingen van artikel 183bis, WIB 92. 7. Artikel 183bis WIB 92 stelt dat "Voor de toepassing van de artikel 211, § 1, eerste lid mag de verrichting niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben. Wanneer de verrichting niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de verrichting betrokken vennootschappen, kan dit doen vermoeden, behalve het bewijs van het tegendeel, dat die verrichting als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft." 8. De aanvrager toont hierna aan dat de fusie niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft, gelet op de "zakelijke overwegingen" voor de verrichting die hierna worden uiteengezet, zowel vanuit het perspectief van de over te nemen vennootschap als vanuit het perspectief van de overnemende vennootschap (cf. Foggia-arrest HvJ, 10 november 2011, C-126/10, randnummer 40). III.A.1. Zakelijke overwegingen X: liquiditeit/zekerheid van "funding" 9. Bedrijven zoals X zijn in zeer grote mate aangewezen op schuldfinanciering. 10. X heeft zelf geen toegang tot de kapitaalmarkten, en is voor haar "funding" volledig aangewezen op zustervennootschap Y. 11. Afhankelijkheid van een externe partij vormt naast de fundingkost ook een risico op "supply": als de aanbrenger van funding, in casu Y, zou beslissen of - gelet op de problematiek van risicoconcentratie (zie randnummer 19) - genoodzaakt zou zijn om haar beschikbare funding elders aan te wenden, ontstaat een probleem voor X. 12. Dankzij de fusie, verdwijnt de intra-groepschuld van X ten aanzien van Y, waardoor de zeer hoge debt/equity ratio wordt verminderd. 13. De afhankelijkheid van één kredietverstrekker op de wholesalemarkt wordt eveneens vermeden: X krijgt rechtstreeks toegang tot de middelen (deposito-overschotten) van Y. Op die manier wordt de kredietportefeuille van X duurzaam en evenwichtig gefinancierd, waardoor haar activiteit beter bestand is tegen een mogelijke opstoot van de financiële crisis. 14. Deze duurzame en evenwichtige financiering draagt bij tot haar groei; zij wordt daardoor ook een stabielere partner voor JV-activiteiten. Y: rendabele aanwending deposito-overschotten 15. Y beschikt over belangrijke deposito-overschotten, die nog zullen aangroeien. 16. Actueel worden deze deposito-overschotten door Y gebruikt om de activiteiten van haar zustervennootschap X te financieren. Y heeft als zustervennootschap van X geen rechtstreekse zeggenschap over haar grootste schuldenaar en geniet niet mee van de groei die X zou realiseren dankzij de toenemende Y-financiering. 17. Na de fusie kan Y wel meegenieten van het groeipotentieel van de activiteit van X dat dankzij de aanwending van haar liquiditeitsoverschotten kan worden gerealiseerd, waarbij Y bovendien het management en het risicobeleid van die activiteit kan sturen en controleren. Y: voordelen op prudentieel vlak 18. Ook vanuit een prudentieel oogpunt is de fusie gunstig. 19. De vordering van Y op X heeft een hoge risicoweging. Door de fusie wordt deze vordering op X vervangen door duizenden vorderingen op retailcliënten, waarvoor een lagere risicoweging geldt. X en Y: commerciële synergieën 20. Y heeft een strategische herpositionering voor ogen waarbij Y in heel België actief wordt (i.p.v. enkel lokaal). 21. De fusie met X (dat in heel België actief is) is hiervoor een goede springplank. 22. Een gedeelte van de cliënten van X valt immers in de doelgroep van Y, met name de klanten A. Het betreft een doelgroep die niet tot die van moedervennootschap Z behoort en bijgevolg ook commercieel niet geëxploiteerd wordt. Een fusie verhoogt derhalve de "cross-selling" mogelijkheden om X-klanten te introduceren bij Y. Tewerkstelling 23. De fusie zal tot gevolg hebben dat de werknemers van X van rechtswege in dienst komen van Y. Er zal geen impact zijn op de tewerkstelling als gevolg van deze beoogde fusie. III.A.2. Boekhoudkundige en fiscale aspecten 24. De aanvrager bezorgde 24.1 een overzicht van de cijfers van de omzet, boekhoudkundig en fiscaal resultaat voor en na aftrekbewerkingen over de laatste drie boekjaren bij Y en X; 24.2 de boekhoudkundige verwerking van de fusie; 24.3 een budgettering van de toekomstige winsten, enerzijds in een fusiescenario en anderzijds in een scenario zonder fusie. 25. X beschikt niet over: 25.1 fiscaal overdraagbare verliezen; 25.2 overgedragen aftrek voor risicokapitaal; 25.3 DBI-overschotten; 25.4 vrijgestelde reserves. 26. Y beschikt over fiscaal overdraagbare verliezen die nagenoeg volledig behouden zullen blijven, gelet op de zeer lage fiscale nettowaarde van X. Terzake zal art. 206, §2, WIB 92 correct worden toegepast. 27. Y beschikt over overgedragen aftrek voor risicokapitaal en over DBI-overschotten. Geen van deze zal aangetast of verminderd worden door de voorgenomen fusie. 28. De berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal zal in globo niet verschillen na de fusie. III.B. Boekhoudkundige en fiscale retroactiviteit 29. De aanvrager meent dat de voorwaarden opgenomen in ComIB/92, nr. 211/14 vervuld zijn, zodat de terugwerkende kracht kan worden aanvaard. 30. De aanvrager stelt dat de retroactiviteitsclausule: 30.1 een periode van niet meer dan 7 maanden zal omvatten; 30.2 met de werkelijkheid zal overeenstemmen; 30.3 geen fiscaal voordeel beoogt.
IV. Beslissing IV.A. Artikel 211, §1, vierde lid, 3° WIB 92 juncto artikel 183bis, WIB 92 31. X is in heel België actief in sector Q. Y is lokaal actief in de sector R. Zowel X als Y zijn dochtervennootschappen van Z. 32. Y wenst over te gaan tot fusie door overneming van haar zustervennootschap X. 33. De fusie is ingegeven vanuit volgende zakelijke overwegingen: 33.1 X krijgt rechtstreeks toegang tot de middelen (deposito-overschotten) van Y, waardoor het niet langer afhankelijk is van 1 kredietverstrekker; 33.2 door de fusie verdwijnt de intra-groepsschuld van X ten aanzien van Y waardoor de zeer hoge debt/equity ratio daalt; 33.3 Y krijgt rechtstreekse zeggenschap over haar grootste schuldenaar en kan meegenieten van het groeipotentieel van activiteit Q; 33.4 de vordering van Y op X heeft een hoge risicoweging. Door de fusie wordt deze vordering op X vervangen door duizenden vorderingen op retailcliënten, waarvoor een lagere risicoweging geldt; 33.5 Y wenst zich te herpositioneren en actief te worden in gans België, in plaats van enkel lokaal. De fusie is op dat vlak een goede springplank, aangezien een deel van de klanten van X tot de doelgroep van Y behoort, met name de cliënten A. Het betreft een doelgroep die niet tot die van de moedervennootschap Z behoort en dus ook niet commercieel geëxploiteerd wordt. 34. De aanvrager heeft bevestigd dat de geplande verrichting geen impact zal hebben op de tewerkstelling. 35. De aanvrager heeft aangetoond dat de fusie niet fiscaal geïnspireerd is: 35.1 de verrichting heeft geen invloed op de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal; 35.2 de overgenomen vennootschap X beschikt niet over fiscaal overdraagbare bestanddelen (verliezen, aftrek voor risicokapitaal, DBI) noch over vrijgestelde reserves; 35.3 de aanvrager heeft bevestigd dat de aanwezige fiscaal overdraagbare verliezen bij Y naar aanleiding van de fusie beperkt zullen worden overeenkomstig art. 206, §2, WIB 92. Omdat de fiscale nettowaarde van X beduidend lager ligt dan de fiscale nettowaarde van Y kan Y nagenoeg alle aanwezige fiscaal overdraagbare verliezen recupereren; 35.4 uit de overgemaakte prognose, enerzijds in een scenario van fusie anderzijds in een stand alone-scenario, kan worden afgeleid dat de gefuseerde vennootschap Y zich enkele jaren eerder in een belastbare positie zal bevinden in vergelijking met het scenario waarin de vennootschap op stand alone-basis zou verder gaan. 36. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de analyse door de DVB kan derhalve worden aangenomen dat de voorgenomen fusie plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92. IV.B. Boekhoudkundige retroactiviteit 37. In principe is een retroactiviteitsbeding voor boekhoudkundige doeleinden niet tegenstelbaar aan de belastingadministratie. Op basis van de Commentaar bij het WIB 92 en de Circulaire van 19 januari 1995 betreffende fusies zal de belastingadministratie in principe de fiscale en boekhoudkundige gevolgen van het retroactiviteitsbeding evenwel erkennen indien: 37.1 de periode waarvoor het retroactiviteitsbeding is aangenomen, niet langer is dan wat redelijkerwijze als een korte periode kan worden beschouwd (de Commentaren spreken over een periode van 7 maanden); 37.2 het in de akte opgenomen retroactiviteitsbeding met de werkelijkheid overeenstemt; 37.3 het retroactiviteitsbeding niet gericht is op het ontwijken van belastingen. 38. In casu heeft de aanvrager bevestigd dat de retroactiviteitsclausule: 38.1 een periode van niet meer dan 7 maanden zal omvatten; 38.2 met de werkelijkheid zal overeenstemmen; 38.3 geen fiscaal voordeel beoogt. |
|||||||