Voorafgaande beslissing nr. 2016.820 dd. 07.02.2017

Date :
07-02-2017
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
4 pages
Section :
Régulation
Type :
Prior agreements L 24.12.2002
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

Gift - Belastingverminderingen - Instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden - Andere lidstaat van de EE

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Voorafgaande beslissing nr. 2016.820 dd. 07.02.2017
Voorafgaande beslissing nr. 2016.820 dd. 07.02.2017
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements L 24.12.2002
Title : Voorafgaande beslissing nr. 2016.820 dd. 07.02.2017
Document date : 07/02/2017
Keywords : belastingvermindering / gift in geld / gift aan een instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden
Document language : NL
Name : Voorafgaande beslissing nr. 2016.820 dd. 07.02.2017
Version : 1

Voorafgaande beslissing nr. 2016.820 dd. 07.02.2017

 

Gift

Belastingverminderingen

Instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden

Andere lidstaat van de EER

 

Samenvatting

Instelling X wordt aangemerkt als een aan een Belgische instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden gelijkwaardige instelling in de zin van artikel 145/33, §1, 2°, WIB 92, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die op een vergelijkbare wijze als een Belgische instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden is erkend.

De giften aan instelling X door Belgische belastingplichtigen kunnen in hoofde van deze laatsten, binnen de grenzen en onder voorwaarden van de fiscale wettelijke en reglementaire bepalingen, voor belastingvermindering in de zin van artikel 145/33, §1, 2°, WIB 92 worden aangemerkt.

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. instelling X kwalificeert als een gelijkwaardige instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden in de zin van artikel 145/33, §1, eerste lid, 2°, WIB 92, die in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is gevestigd en die aldaar op een in voormeld artikel vergelijkbare wijze is erkend om voor belastingvermindering in aanmerking komende giften te ontvangen;

1.2. de giften die aan instelling X worden gedaan door belastingplichtigen die aan de Belgische inkomstenbelastingen (de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners) zijn onderworpen in hun hoofde, binnen de grenzen en onder de voorwaarden van de fiscale wettelijke en reglementaire bepalingen, in aanmerking komen voor belastingvermindering overeenkomstig artikel 145/33, §1, eerste lid, 2°, WIB 92.

 

II. Beslissing

2. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken werden nageleefd.

3. Instelling X kan kwalificeren als een gelijkwaardige instelling in een andere Europese lidstaat die op een vergelijkbare wijze is erkend in de zin van artikel 145/33, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 wanneer zowel aan de algemene als aan de bijzondere voorwaarden voldaan is.

4. Overeenkomstig artikel 145/33, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 wordt er een belastingvermindering verleend voor de in het belastbaar tijdperk werkelijk betaalde giften in geld aan instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden die als dusdanig erkend zijn door de minister van Financiën en door de minister tot wiens bevoegdheid de ontwikkelingssamenwerking behoort of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op een vergelijkbare wijze zijn erkend.

5. Instelling X zal met andere woorden op een gelijkaardige wijze moeten voldoen aan de ondervermelde voorwaarden zoals een Belgische instelling die erkend wil worden.

6. De belastingvermindering op deze giften kan aan een Belgische erkende instelling, of aan een gelijkwaardige instelling uit een lidstaat van de Europese Economische Ruimte worden verleend, op voorwaarde dat zij ten minste 40 EUR per belastbaar tijdperk bedragen (geïndexeerd bedrag van toepassing voor aanslagjaar 2017). De belastingvermindering bedraagt dan 45 % van de werkelijk gedane giften (artikel 145/33, §1, tweede en derde lid, WIB 92). Het totale bedrag van de giften waarvoor de vermindering wordt verleend mag per belastbaar tijdperk in de personenbelasting niet meer bedragen dan 10 % van het totale netto-inkomen van de schenker, noch meer dan 250.000 EUR (artikel 145/33, §1, vierde lid) en in de vennootschapsbelasting niet meer bedragen dan 5 % van het totale netto-inkomen van de schenker, noch meer dan 500.000 EUR (artikel 145/33, §1, vierde lid en 200 WIB 92).

7. Het KB/WIB 92 bepaalt de verplichtingen en formaliteiten die moeten voldaan zijn opdat giften voor de belastingvermindering in aanmerking kunnen komen (artikel 145/33, §2, eerste lid, WIB 92).

8. Voor de toepassing van artikel 145/33, §1, eerste lid, 2° WIB 92 kunnen worden erkend: de instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden (artikel 63/18/1, §1, 4°, KB/WIB 92).

9. De erkenning wordt voor een periode van ten hoogste zes opeenvolgende kalenderjaren verleend (artikel 63/18/1, §2, KB/WIB 92).

II.A. Algemene voorwaarden

10. De algemene voorwaarden overeenkomstig artikel 63/18/1, §3, KB/WIB 92 bepalen dat de instellingen:

1° rechtspersoonlijkheid moeten bezitten en gevestigd zijn in België;

2° generlei gewin mogen bejagen, noch voor zichzelf, noch voor hun organen, noch voor hun leden als zodanig.

11. Uit de aanvraag blijkt dat instelling X voldoet aan de in artikel 63/18/1, §3, KB/WIB 92 vermelde algemene voorwaarden.

II.B. Bijzondere voorwaarden

12. De bijzondere voorwaarden overeenkomstig artikel 63/18/3, §1, KB/WIB 92 bepalen dat de werkzaamheden van deze instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden moeten:

1° worden uitgeoefend op het volledige grondgebied van een of meerdere lidstaten van de Europese Economische Ruimte waar die instellingen actief zijn, of betrekking hebben op het centraliseren en coördineren van plaatselijke of gewestelijke werkzaamheden of werkzaamheden in meerdere lidstaten;

2° gericht zijn op wetenschappelijk onderzoek, op bijstand aan misdeelden in de zin van artikel 63/18/1, §1, 2° en 3°, of op hulpverlening aan ontwikkelingslanden;

3° de activiteiten aanvullen die op de hierboven vermelde gebieden onder punt 2° worden verricht door de Belgische overheid of door internationale instellingen waarvan België lid is.

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking heeft de duurzame ontwikkeling als algemene doelstelling en onderneemt daartoe acties die bijdragen tot de duurzame en inclusieve economische groei voor de verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking in ontwikkelingslanden en tot hun sociaal-economische en sociaal-culturele ontwikkeling, teneinde de armoede, uitsluiting en ongelijkheid te bannen (cf. artikel 3 van de wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking - BS 14/04/2013). De Belgische ontwikkelingssamenwerking heeft als prioritaire thema's: de mensenrechten, waaronder de rechten van het kind, het waardig en duurzaam werk en de maatschappijopbouw (cf. artikel 11 van de voormelde wet van 19 maart 2013). Om deze doelstellingen te kunnen bereiken, en om dus na te gaan of de instelling de werkzaamheden van de Belgische overheid of van internationale instellingen waarvan België lid is aanvult, dienen de resultaten van de instelling ook te voldoen aan de criteria die de OESO vooropstelt. Het gaat om de relevantie, de effectiviteit, de efficiëntie, de levensvatbaarheid en de impact, alsook op basis van de duurzaamheid (cf. artikel 32 van de voormelde wet van 19 maart 2013).

13. Uit de aanvraag blijkt dat instelling X eveneens voldoet aan de in artikel 63/18/3, §1, KB/WIB 92 vermelde bijzondere voorwaarden.

II.C. Erkenningsprocedure

14. Overeenkomstig artikel 145/33, §2, tweede lid, WIB 92 moet, wat betreft de giften in geld aan instellingen voor hulpverlening voor ontwikkelingslanden of aan gelijkwaardige instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, de belastingplichtige het bewijs ter beschikking houden van de administratie dat de vereniging of instelling uit een andere lidstaat gelijkwaardig is aan een in hetzelfde artikel bedoelde Belgische vereniging of instelling en, in voorkomend geval, dat de vereniging of instelling uit een andere lidstaat op vergelijkbare wijze fiscaal is erkend, dit wil zeggen volgens dezelfde voorwaarden zoals voorzien door de koning voor de Belgische verenigingen en instellingen in de artikelen 63/18/1 en volgende KB/WIB 92.

15. Voor Belgische instellingen geldt dat een schriftelijke aanvraag moet worden ingediend om erkend te kunnen worden. Deze aanvragen moeten uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de periode waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, bij de Minister van Financiën worden ingediend. De termijn mag evenwel niet korter zijn dan drie maanden vanaf de datum waarop de aanvragende instelling rechtspersoonlijkheid verkrijgt (artikel 63/18/1, § 4 en § 5, KB/WIB 92).

16. De aanvraag voor de erkenning moet vooreerst alle nuttige gegevens omvatten die de bevoegde raadgevende instellingen van de Staat of van de Gemeenschappen in de mogelijkheid stellen te onderzoeken of de aanvragende instelling aan de algemene en bijzondere voorwaarden voldoet (artikel 63/18/1, §7, eerste lid, KB/WIB 92). Bovendien dient er een verklaring te zijn waarbij de aanvragende instelling de verbintenis aangaat:

1° tot het dekken van de ‘kosten van algemeen beheer' geen hoger bedrag te zullen besteden dan 20 % van haar bestaansmiddelen van alle aard, vooraf verminderd met die welke voortkomen van andere erkende instellingen. Overeenkomstig de circulaire van 11 mei 2006 (Ci.RH.26/257.400 – AOIF 16/2006) is de notie ‘kosten van algemeen beheer' een ruim begrip. De grens van 20 % geldt enkel voor de beheerskosten, waarbij publiciteitskosten en de kosten van fondsenwerving niet als beheerskosten worden gekwalificeerd. Indien deze grens van 20 % occasioneel, in geringe mate of ingevolge uitzonderlijke omstandigheden overschreden wordt dan zal een beperkte erkenning worden verleend;

2° aan de schenkers een ontvangstbewijs uit te reiken waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde wordt vastgesteld, en aan de administratie bevoegd voor de vestiging van de belasting binnen twee maanden na het einde van ieder kalenderjaar van de periode waarvoor de erkenning is toegestaan, langs elektronische weg een afschrift van de tijdens dat jaar uitgereikte ontvangstbewijzen en een verzamelstaat of -attest daarvan te bezorgen overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde. In afwijking hiervan mogen de afschriften voor de eerste twee kalenderjaren waarvoor de erkenning wordt verleend, op papier worden bezorgd (artikel 63/18/1, §8, KB/WIB 92);

3° de ambtenaren van de administratie bevoegd voor de vestiging van de belasting toe te staan haar boekhouding te controleren telkens als zij dat nuttig achten;

4° aan de diensten die worden aangewezen door de voor de erkenning bevoegde organen van de Staat, van de Gewesten of van de Gemeenschappen, binnen een maand na het eerste verzoek van die diensten, alle inlichtingen te verstrekken die voor het onderzoek van de aanvraag om erkenning nuttig zijn.

17. Daarenboven moeten die aanvragen worden gestaafd met een voor eensluidend verklaard afschrift van de rekening van de ontvangsten en uitgaven van het laatst afgesloten boekjaar en van de begroting van het lopende boekjaar (artikel 63/18/1, §7, tweede lid, KB/WIB 92).

18. Uit de aanvraag dat instelling X ook aan de voorwaarden van de erkenningsprocedure zoals vermeld in artikel 63/18/1 KB/WIB 92 voldoet.

19. Instelling X wordt aangemerkt als een aan een Belgische instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden gelijkwaardige instelling in de zin van artikel 145/33, §1, eerste lid, 2°, WIB 92, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die op een vergelijkbare wijze als een Belgische instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden is erkend.

20. De giften aan instelling X door belastingplichtigen die aan de Belgische inkomstenbelastingen zijn onderworpen, kunnen in hoofde van deze laatsten binnen de grenzen en onder voorwaarden van de fiscale wettelijke en reglementaire bepalingen voor belastingvermindering in de zin van artikel 145/33, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 worden aangemerkt.