Voorafgaande beslissing nr. 700.176 dd. 16.10.2007
- Section :
- Régulation
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
Vennootschapsbelasting
Texte original :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Voorafgaande beslissing nr. 700.176 dd. 16.10.2007
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Voorafgaande beslissing nr. 700.176 dd. 16.10.2007 Tax year : 0 Document date : 16/10/2007 Keywords : Vennootschapsbelasting Document language : NL Name : 700.176
Voorafgaande beslissing nr. 700.176 dd. 16.10.2007 Vennootschapsbelasting 2. De groep is actief op het vlak van productie, ontwikkeling en verkoop. 13. Vier types leningen dienen in acht genomen te worden: Korte termijn lening ('KT') met een looptijd van minder dan één jaar (vlottende rentevoet); Lange termijn lening 1 ('LT1') met een looptijd van meer dan één jaar, maar minder dan drie jaar (vlottende rentevoet); lange termijn lening 2 ('LT2') met een looptijd van meer dan drie jaar (vlottende rentevoet); Lange termijn lening 3 ('LT3') met een looptijd van meer dan drie jaar (vaste rentevoet). 14. De arm's length prijzen zijn bepaald op basis van de volgende analyse (zie transfer pricing verslag): De kredietnoteringen van de lenende actieve entiteiten werden gedetermineerd door onafhankelijke financiële bedrijven Om de toepasselijke intrestvoet voor intragroep leningen vast te stellen, hebben we de gemiddelde notering van de ontlenende actieve entiteiten gebruikt. Dit gebruik is aangewezen omdat die gemakkelijker is om te implementeren en omdat de noteringen van de verschillende ontlenende entiteiten relatief dichtbij elkaar liggen Bloomberg composite yields (CUPs) zijn geïdentificeerd. De composite yields geven de ontleningkost aan rekening houdend met de looptijd van de lening en de krediet rating van de ontleners. Passende interbank rentevoeten zijn van de composite yields afgetrokken. Het resultaat is de kredietmarge die ontleners moeten betalen op een interbank rentevoet, rekeninghoudend met hun kredietkwaliteit en de looptijd van de lening. Deze kredietmarges voor de gemiddelde kredietkwaliteit van de ontleners zijn afgerond. De kredietmarges voor ontleners met een gemiddelde kredietkwaliteit van plus of minus een of twee 'notches' zijn op een identieke manier afgerond. Deze kredietmarges worden met 4 bp verhoogd voor de LT3 om de meerprijs van de vaste rentevoet te weerspiegelen. 15. Het resultaat is een kredietmarge matrix die de kredietmarges weergeeft die bovenop de passende interbank rentevoet moeten gevoegd worden, afhankelijk van de krediet rating van de Groep: 16. De interbank notering die zal gebruikt worden zal meestal afhankelijk zijn van het type intragroep lening: De vervalperiode van de geselecteerde interbank notering zal voor de leningen van het type KT, LT1 en LT2 afhankelijk zijn van de overwogen herzieningsperiode. Zo zullen bijvoorbeeld Euribor zes maand in beschouwing worden genomen bij een LT1 lening met een vervalperiode van 2 jaar en met een herzieningsperiode van 6 maanden. De vervalperiode van de geselecteerde interbank notering voor leningen van het type LT3, zou in overeenstemming moeten zijn met de vervalperiode van de lening zelf. Zo zal bijvoorbeeld bij een LT3 lening met een vervalperiode van 7 jaar, een IRS van 7 jaar in beschouwing worden genomen 17. De vergoeding voor factoring services (dekking) wordt op 0,45% van de schuldvordering bepaald. 18. De toe te passen interestvoeten zullen worden bepaald op de volgende manier: Bepaling tot welke categorie de verschillende transacties behoren, i.e. KT, LT1, LT2 of LT3 (vaststelling van de looptijd van de lening); Vaststelling van de toepasselijke interbancaire basisrentevoet voor de nieuwe transactie op het moment waarop ze geïnitieerd wordt, op basis van de variabiliteit van de lening; De selectie van de spread in functie van de rating van de Groep en de categorie van de specifieke transactie op volgende wijze: Toevoeging van de interestmarge aan de interbancaire basisrente. 19. De interestvoet die de Belgische vennootschap X aan een entiteit van de Groep aanrekent, wordt dus berekend door de interbancaire rentevoet te verhogen met de interestmarge die in een vrije markt zou gelden. 20. Een volledig transfer pricing rapport werd opgemaakt door een extern kantoor van wat een marktconforme rentevoet, vergoeding voor factoringdiensten in casu dient te zijn. 21. De analyse werd uitgevoerd binnen het kader van de algemeen aanvaarde OESO richtlijnen met betrekking tot verrekenprijzen en de Belgische wetgeving en regelgeving met betrekking tot verrekenprijzen. 22. De Comparable Uncontrolled Price ("CUP") methode, die werd geselecteerd als transfer pricing methode voor het bepalen van interestvoeten op de intra-groepsleningen, alsook op de vergoeding voor factoringdiensten geniet op basis van de OESO richtlijnen met betrekking tot verrekenprijzen en de Belgische regelgeving inzake verrekenprijzen de voorkeur en wordt aanzien als de meest directe en betrouwbare methode om het arm's length principe toe te passen. Er kan worden bevestigd dat: 23. Uit de overgelegde vergelijkbaarheidsstudie blijkt dat, voor het dekken van de kredietrisico's een vergoeding van 0,45 % van de nominale waarde van de schuldvorderingen voldoet aan de "arm's lenght"-voorwaarde in de zin van art. 185 §2 WIB 92. en geen aanleiding zullen geven tot het bestaan van enig abnormaal of goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 26,79 en 207 WIB 92. 24. Uit bovenvermelde studie blijkt eveneens dat, het toevoegen van de kredietmarge, dewelke wordt bepaald a.h.v. de spreadmatrix, aan de relevante interbancaire rentevoeten voldoet aan de "arm's lenght" - voorwaarde in de zin van art. 185 §2 WIB 92. en geen aanleiding zullen geven tot het bestaan van enig abnormaal of goedgunstig voordeel zoals bepaald in de artikelen 26,79 en 207 WIB 92. |
|||||||