Voorafgaande beslissing nr. 800.459 dd. 03.02.2009
- Section :
- Régulation
- Type :
- Prior agreements L 24.12.2002
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
financiële instellin
Texte original :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Voorafgaande beslissing nr. 800.459 dd. 03.02.2009
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Voorafgaande beslissing nr. 800.459 dd. 03.02.2009 Document date : 03/02/2009 11:31:00 Publication date : 19/06/2009 11:31:00 Keywords : financiële instelling / roerende voorheffing / vrijstelling van de RV Document language : NL Name : Voorafgaande beslissing nr. 800.459 dd. 03.02.2009 Version : 1
Voorafgaande beslissing nr. 800.459 dd. 03.02.2009
Financiële instelling Roerende voorheffing Vrijstelling RV
Samenvatting
Vennootschap X voldoet aan alle voorwaarden bedoeld in artikel 105, 1°, b), KB/WIB 92 om te kunnen worden erkend als een financiële onderneming of ermee gelijkgestelde onderneming. De roerende inkomsten verleend aan spaarders niet-inwoners voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 107, §2, 5°, b), KB/WIB92 en bijgevolg kan worden afgezien van de inning van de roerende voorheffing m.b.t. die inkomsten.
I. Voorwerp van de aanvraag
De aanvraag strekt ertoe te vernemen of :
de vennootschap X kan beschouwd worden als een "financiële instelling of een ermee gelijkgestelde onderneming" zoals bedoeld in artikel 105, 1°, b), van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna afgekort tot "KB/WIB92");
de vennootschap X, op basis van een bevestigend antwoord op de sub 1.1. geformuleerde vraag, ontheven is van de verplichting tot inhouding van de roerende voorheffing krachtens de artikelen 266, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (hierna afgekort tot "WIB92") en 107, §2, 5°, b), derde gedachtestreep, KB/WIB92 met betrekking tot de door haar tijdens het boekjaar 2009 en volgende aan spaarders niet-inwoners toegekende of betaalbaar gestelde interesten ter zake van een op naam uitgegeven obligatielening en van de "creditposities" van groepsvennootschappen in de cash pool beheerd door de vennootschap X .
II. Beslissing
X was overeenkomstig het K.B. nr. 187 erkend als coördinatiecentrum tot 31 december 2008.
X zal met ingang van 1 januari 2009 opereren als een gemengde financierings- en houdstervennootschap voor de X-groep binnen Europa, en haar maatschappelijk doel zal als dusdanig worden aangepast.
X zal bij het begin van boekjaar de aandelen van de buitenlandse vennootschap Y kopen. Deze acquisitie zal gefinancierd worden door middel van een obligatielening op naam en zij zal uiteindelijk intresten betalen aan een Amerikaanse LLC.
Bovendien zal X in het kader van haar financieringsactiviteiten, waarvan het beheer van de Europese cash pool een wezenlijk onderdeel vormt, interest op de "creditposities", i.e. aan de groepsvennootschappen in een 'excess cash positie', betalen.
Overeenkomstig artikel 261, WIB92 is roerende voorheffing verschuldigd en moet deze van de belastbare inkomsten worden ingehouden door onder meer de binnenlandse vennootschappen die inkomsten van roerende goederen en kapitalen of inkomsten als bedoeld in artikel 90, 6°, WIB92 zijn verschuldigd.
Op basis van artikel 267, WIB92 is de roerende voorheffing principieel opeisbaar zodra de roerende inkomsten in geld of in natura worden toegekend of betaald.
Artikel 266, WIB92 voorziet echter dat de Koning onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen geheel of gedeeltelijk kan afzien van de inning van roerende voorheffing voor inkomsten van roerende goederen en kapitalen, indien het verkrijgers betreft van wie de identiteit kan worden vastgesteld.
In uitvoering van deze wettelijke bepaling stipuleert artikel 107, §2, 5°, b,) KB/WIB 92 dat van de inning van de roerende voorheffing volledig wordt afgezien met betrekking tot inkomsten van obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten die het voorwerp zijn van een inschrijving op naam bij de uitgever en de inkomsten van niet door effecten vertegenwoordigde schuldvorderingen en leningen die aan spaarders niet-inwoners worden verleend of toegekend door de in artikel 105, 1°,b) , KB/WIB 92 vermelde ondernemingen die gedurende de gehele verlopen duur van de overeenkomst ter uitvoering waarvan de inkomsten worden verleend of toegekend, hebben voldaan aan de in artikel 105, 1°, b), KB/WIB 92 bedoelde voorwaarden.
II.A. Voorwaarden voor de kwalificatie als 'financiële onderneming en hiermee gelijkgestelde onderneming' in de zin van artikel 105, 1°, b), KB/WIB92
Overeenkomstig artikel 105, 1°, b), KB/WIB 92 verstaat men onder "financiële instellingen of ermee gelijkgestelde ondernemingen, behalve die welke voor 1 januari 1990 in vereffening zijn gesteld" de ondernemingen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting van een buitenlandse vennootschap zijn;
die, voor het belastbaar tijdperk dat de toekenning of betaalbaarstelling van de inkomsten voorafgaat, aandelen bezat die de aard van financiële vaste activa hebben waarvan de aanschaffingswaarde gemiddeld ten minste 50 pct. vertegenwoordigde van haar balanstotaal bij het afsluiten van het boekjaar dat met dat belastbaar tijdperk is verbonden;
en waarvan de aandelen zijn genoteerd op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 264, eerste lid, 2°bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 of die voor ten minste 50 pct., rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit zijn van een vennootschap die aan de vennootschapsbelasting of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard is onderworpen, die niet een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht of die niet een aanzienlijk gunstigere regeling geniet dan de Belgische vennootschapsbelasting, en waarvan de aandelen genoteerd zijn op een gereglementeerde markt als bedoeld in hetzelfde artikel.
Uit de analyse van de aanvrager en uit onderzoek van de DVB blijkt dat:
X een binnenlandse vennootschap is in de zin van artikel 2, §1, 5°, b), WIB92;
voor de intrestvergoedingen op de obligatielening de eerste betaalbaarstelling is voorzien op 31 januari 2010. X heeft bevestigd dat ze, per afsluiting van het boekjaar 2009, het belastbaar tijdperk dat de toekenning of betaalbaarstelling van de intresten voorafgaat, aandelen (die de aard van financiële vaste activa hebben) zal bezitten waarvan de aanschaffingswaarde gemiddeld meer bedraagt dan 50 pct. van haar balanstotaal;
de intresten verschuldigd op de creditposities van cash pool participanten worden maandelijks toegekend en betaalbaar gesteld, dus ook reeds tijdens het boekjaar 2009;
gelet op het verbod in artikel 3, 5°, KB nr. 187 voor erkende coördinatiecentra om aandelen of andere maatschappelijke rechten in om het even welke vennootschappen of ondernemingen te bezitten, bezit X bij de afsluiting van het belastbare tijdperk dat de toekenning van de interesten voorafgaat, boekjaar per 31 december 2008 geen financiële vaste activa waarvan de gemiddelde aanschaffingswaarde meer bedraagt dan 50 pct. van haar balanstotaal;
bovendien komt X, na de voorziene aankoop van de Y-aandelen, niet langer in aanmerking als een financiële instelling of ermee gelijkgestelde onderneming als bedoeld in artikel 105, 1°, c, KB/WIB92.
in uitbreiding van de administratieve interpretatie voorzien in de circulaire nr. Ci.RH.233/580.994 (AOIF 42/2006) d.d. 6 december 2006, wordt de toetsingsvoorwaarde bepaald in randnummer 9.2. voor X bepaald op de afsluiting van het eerste boekjaar volgend op de beëindiging van de erkenning als coördinatiecentrum, zijnde het boekjaar 2009, en wordt die voorwaarde geacht te zijn nageleefd vanaf de start van de houdsteractiviteit, voor de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld tijdens dat eerste boekjaar, met dien verstande dat in een dergelijk geval de teruggave van aan de bron ingehouden roerende voorheffing zal kunnen worden teruggevraagd door middel van een volgens de regels ingediend bezwaarschrift, in voorkomend geval ingediend ten bewarende titel (cfr. artikel 366 en volgende WIB92);
X heeft aangetoond dat haar aandelen voor ten minste 50 pct. rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit zijn van een vennootschap die onderworpen is aan de buitenlandse vennootschapsbelasting zonder te genieten van een belastingregeling die afwijkt van het gemeen recht, en, waarvan de aandelen genoteerd zijn op een buitenlandse beurs een markt die kwalificeert als een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 264, eerste lid, 2° bis, WIB92.
II.B. Voorwaarden voor de verzaking aan de inhouding van de roerende voorheffing op de interesten zoals neergelegd in artikel 107, §2, 5°,b), KB/WIB92
Overeenkomstig artikel 107, §2, 5°, b), KB/WIB 92 wordt van de inning van de roerende voorheffing volledig afgezien met betrekking tot inkomsten van obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten die het voorwerp zijn van een inschrijving op naam bij de uitgever en de inkomsten van niet door effecten vertegenwoordigde schuldvorderingen en leningen die aan spaarders niet-inwoners worden verleend of toegekend door de in artikel 105, 1°, b of c vermelde ondernemingen die gedurende de gehele verlopen duur van de overeenkomst ter uitvoering waarvan de inkomsten worden verleend of toegekend, respectievelijk hebben voldaan aan de in artikel 105, 1°, b of c, bedoelde voorwaarden.
Uit de analyse van de aanvrager en uit onderzoek van de DVB blijkt dat :
intresten op de obligatielening op naam betaald aan de LLC
voor de intrestvergoedingen op de obligatielening de eerste betaalbaarstelling is voorzien op 31 januari 2010;
het contract waarop de intresten zijn verschuldigd aan LLC betreft een obligatielening;
LLC is een buitenlandse vennootschap (rechtspersoon) met maatschappelijke zetel in het buitenland en opgericht in een rechtsvorm die gelijkaardig is met een Belgische vennootschap. LLC kan worden aangemerkt als een spaarder niet-inwoner als bedoeld in artikel 105, 5°, KB/WIB92. LLC gebruikt de obligatielening niet voor het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid in België;
X kan worden aangemerkt als een financiële instelling of ermee gelijkgestelde onderneming als bedoeld in artikel 105, 1°, b), KB/WIB92;
X zal de obligatielening pas uitgeven n.a.v. de aankoop van de Y-aandelen zodat aan de permanentievoorwaarde zal zijn voldaan op het moment van de betaalbaarstelling van de eerste intrest aan LLC.
intresten op cash pool creditposities betaald aan de cash pool participanten
de intresten verschuldigd op de creditposities van cash pool participanten worden maandelijks toegekend en betaalbaar gesteld, dus ook reeds tijdens het boekjaar 2009;
de rekening-courant verhouding tussen X en de cash pool participanten, kwalificeert als een niet door effecten vertegenwoordigde schuldvordering of lening;
de cash pool participanten met ingang van 1 januari 2009 zijn de Europese vennootschappen van de X-groep (met uitsluiting van de Belgische deelnemers), zodat deze vennootschappen kwalificeren als spaarders niet-inwoners in de zin van artikel 105, 5°, KB/WIB 92;
X kan worden aangemerkt als een financiële instelling of ermee gelijkgestelde onderneming als bedoeld in artikel 105, 1°, b), KB/WIB92;
de permanentievoorwaarde zal zijn voldaan op het moment van de betaalbaarstelling van de intrest rekening houdend met de omstandigheid dat de overeenkomst tussen X en de cash pool participanten zal worden hernieuwd met ingang van januari 2009.
|
|||||||