Voorafgaande beslissing nr. 900.231 dd. 11.08.2009

Date :
11-08-2009
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
4 pages
Section :
Régulation
Type :
Prior agreements L 24.12.2002
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

vennootschapsbelasting - Economische Herstelwet - verlenging uitoefentermijn aandelenopties - toepassing op warrantenpla

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Voorafgaande beslissing nr. 900.231 dd. 11.08.2009
Voorafgaande beslissing nr. 900.231 dd. 11.08.2009
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements L 24.12.2002
Title : Voorafgaande beslissing nr. 900.231 dd. 11.08.2009
Document date : 11/08/2009
Publication date : 08/07/2010
Keywords : vennootschapsbelasting / Economische Herstelwet / verlenging uitoefentermijn aandelenopties / toepassing op warrantenplan
Document language : NL
Name : Voorafgaande beslissing nr. 900.231 dd. 11.08.2009
Version : 1

Voorafgaande beslissing nr. 900.231 dd. 11.08.2009

 

 

Vennootschapsbelasting

Economische Herstelwet

Verlenging uitoefentermijn aandelenopties

Toepassing op warrantenplan

 

 

Samenvatting

 

De fiscaal-neutrale verlenging van warranten, voorzien door artikel 21 van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009, is ook van toepassing inzake warranten toegekend aan de in artikel 500 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde personen (andere dan de leden van het personeel van de vennootschap), ingeval partijen in de verlengingsdocumenten overeenkomen dat de begunstigden tijdens de verlengingsperiode enkel recht hebben op bestaande aandelen en dus vanaf dan optiehouder zijn i.p.v. warranthouder.

 

 

I.        Voorwerp van de aanvraag

 

1.               De aanvraag strekt ertoe bevestiging te bekomen dat de fiscaal-neutrale verlenging van warranten, voorzien door artikel 21 van de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 (hierna de Herstelwet), ook van toepassing is inzake warranten toegekend aan "bepaalde personen" bedoeld in artikel 500 van het Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.), ingeval partijen in de verlengingsdocumenten overeenkomen dat de begunstigden tijdens de verlengingsperiode enkel recht hebben op bestaande aandelen (en dus vanaf dan optiehouder zijn i.p.v. warranthouder).

 

          II.          Omschrijving van de verrichting

 

2.               De nv X heeft een warrantenplan geïmplementeerd ten behoeve van haar werknemers en ten behoeve van haar bestuurders. Het betrof twee betalende plannen waarbij de werknemers en de bestuurders een prijs hebben betaald gelijk aan de forfaitaire fiscale waarde van de warranten (de voorwaarden voor de verlaagde waardering voorzien in artikel 43, §6 van de Wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (hierna: de Stockoptiewet) waren vervuld).

 

3.               De initiële uitoefenperiode van het warrantenplan geïmplementeerd door de nv X ten behoeve van haar bestuurders was 5 jaar.

 

4.               De nv X wenst gebruik te maken van de mogelijkheid geboden door artikel 21 van de Herstelwet om de looptijd van de warranten fiscaal-neutraal te verlengen met 5 jaar.

 

5.               Wat de bestuurders betreft (waarvan de warranten overeenkomstig artikel 500 W.Venn. een looptijd hebben van 5 jaar), rijst het technische probleem dat de Herstelwet geen afwijking voorziet op artikel 500 W.Venn., zodat de warranten geen looptijd van meer dan 5 jaar kunnen hebben.

 

6.               Op die manier zou de verlengingsmogelijkheid ten name van bestuurders/warranthouders dode letter blijven, hoewel het fiscaal regime van bestuurders/warranthouders identiek is aan dat van werknemers/warranthouders. Bestuurders/warranthouders zouden op die manier ook gediscrimineerd worden ten aanzien van bestuurders/optiehouders, aangezien de beperking van artikel 500 W.Venn. niet geldt voor opties. 

 

 

          III.        Beslissing

 

7.               Overeenkomstig artikel 21 van de Herstelwet wordt artikel 47 van de Stockoptiewet, gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, aangevuld met een paragraaf 5 luidende:

 

          "Voor de aandelenoptieplannen afgesloten tussen 1 januari 2003 en 31 augustus 2008, kan de vennootschap die de opties aanbiedt, vóór 30 juni 2009, met instemming van de begunstigden, de uitoefeningsperiode zonder bijkomende fiscale last met hoogstens vijf jaar verlengen. Evenwel geldt de verlenging, voor het geheel van plannen waarop eenzelfde begunstigde bij eenzelfde vennootschap heeft ingeschreven, slechts voor opties ten belope van een fiscale waarde van 100.000 euro.

 

          Dit akkoord moet aan de Administratie worden betekend vóór 31 juli 2009.

 

          Voor de toepassing van het eerste lid wordt afgeweken van artikel 499 W. Venn."

 

8.               Overeenkomstig artikel 21 van de Herstelwet kan, voor de aandelenoptieplannen afgesloten tussen 1 januari 2003 en 31 augustus 2008, de vennootschap die de opties aanbiedt, vóór 30 juni 2009, met instemming van de begunstigden de uitoefenperiode ervan zonder bijkomende fiscale last met hoogstens 5 jaar verlengen.

 

9.               Overeenkomstig de Circulaire komen de aandelenopties die tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldoen voor verlenging in aanmerking:

 

9.1.         de opties moeten uit fiscaal oogpunt zijn toegekend; d.w.z. dat de opties ten laatste op de zestigste dag die volgt op de datum van het aanbod, schriftelijk werden aanvaard (toepassing van artikel 42, § 1, tweede lid, van de Stockoptiewet; voor opties aangeboden vóór 10 januari 2003 volstond het dat ze niet schriftelijk werden geweigerd vóór de zestigste dag die volgde op de datum van het aanbod);

 

9.2.         de opties moeten nog lopende zijn, d.w.z. dat zij nog niet werden uitgeoefend, dat zij niet werden geannuleerd en dat de uitoefenperiode nog niet is verstreken;

 

9.3.         de opties moeten zijn aangeboden in de periode van 2 november 2002 tot en met 31 augustus 2008.

 

10.           Uit de aanvraag blijkt dat aan deze voorwaarden is voldaan.

 

11.           Overeenkomstig artikel 21 van de Herstelwet is de mogelijkheid tot verlenging van de uitoefenperiode zonder bijkomende fiscale last, per begunstigde beperkt tot een aantal opties waarvan de totale fiscale waarde 100.000 euro niet overschrijdt. De fiscale waarde van een optie wordt overeenkomstig de Circulaire voor de toepassing van de begrenzing bepaald als het bedrag van het voordeel van alle aard dat voortvloeide uit de toekenning van de opties en werd berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 43 van de Stockoptiewet. Het betreft het bedrag van het voordeel op het ogenblik van de toekenning, na een eventuele halvering (artikel 43, § 6), inclusief het positieve verschil tussen de waarde van de aandelen op het ogenblik van het aanbod en de uitoefenprijs van de optie (artikel 43, § 7), inclusief de in het voordeel begrepen waarde van het beding dat tot doel heeft een zeker voordeel aan de begunstigde te verlenen (artikel 43, § 8), en na de vermindering met de bijdrage van de begunstigde in het geval van tegen betaling toegekende opties (artikel 43, § 1).

 

12.           De aanvrager heeft bevestigd dat het een betalend plan betrof waarbij de  bestuurders een prijs hebben betaald gelijk aan de forfaitaire fiscale waarde van de warranten.

 

13.           Tevens dient de aanvrager om tot de verlenging van de uitoefenperiode van de optieplannen over te kunnen gaan, voor de toepassing van de fiscale wetgeving de instemming van de begunstigden te bekomen. In dat verband echter is het volgens de Circulaire niet vereist dat aan alle begunstigden van de aandelenopties die voor verlenging in aanmerking komen, de instemming tot verlenging wordt gevraagd om tot een dergelijke verlenging over te kunnen gaan. Het volstaat dus dat alleen de instemming wordt gevraagd aan diegenen waarvoor de verlenging wordt overwogen. Tevens vormt de omstandigheid dat niet iedereen aan wie de instemming tot verlenging wordt gevraagd met de verlenging instemt, geen beletsel om de uitoefenperiode van de optieplannen te verlengen voor degenen die wel hebben ingestemd.

 

14.           De nv X wenst gebruik te maken van de mogelijkheid geboden door artikel 21 van de Herstelwet om de looptijd van de warranten fiscaal-neutraal te verlengen met 5 jaar.

 

15.           Artikel 499 W. Venn. bepaalt onder meer dat de periode tijdens welke de warrants kunnen worden uitgeoefend niet langer mag zijn dan tien jaar te rekenen vanaf hun uitgifte.

 

16.           Artikel 500 W.Venn. bepaalt onder meer dat indien de uitgifte van warrants in hoofdzaak is bestemd voor één of meerdere bepaalde personen andere dan de leden van het personeel van hun vennootschap of één of meer dochtervennootschappen, de warrant de duur van vijf jaar vanaf zijn uitgifte niet te boven mag gaan.

 

17.           De aanvrager heeft bevestigd dat voor de werknemers ("Warrantenplan 1") de verlenging werd doorgevoerd. De looptijd van initieel 8 jaar wordt verlengd tot 13 jaar. Vennootschapsrechtelijk is een looptijd van meer dan 10 jaar mogelijk, omdat in artikel 21 van de Herstelwet expliciet wordt voorzien dat wordt afgeweken van artikel 499 W.Venn.

 

18.           De Herstelwet voorziet evenwel geen afwijking op artikel 500 W.Venn. zodat de warranten geen looptijd van meer dan 5 jaar kunnen hebben, hetgeen de verlengingsmogelijkheid ten name van bestuurders/warranthouders belemmert en dit ondanks het identieke fiscaal regime van bestuurders/warranthouders aan dat van werknemers/warranthouders.

 

19.           Uit de aanvraag blijkt dat de warranten ingevolge de voorgestelde verrichting, toegekend aan de bestuurders, recht zullen geven op bestaande aandelen i.p.v. op nieuw n.a.v. de kapitaalverhoging uit te geven aandelen, indien de duurtijd de wettelijke looptijd (5 jaar) overschrijdt. De bestuurders/warranthouders worden vanaf dat ogenblik beschouwd als optiehouders.

 

20.           Overeenkomstig de bepalingen van artikel 41, 3°, van de Stockoptiewet wordt een optie omschreven als het recht om, gedurende een welbepaalde termijn een bepaald aantal aandelen aan te kopen of, naar aanleiding van de verhoging van het kapitaal van een vennootschap op een bepaald aantal aandelen in te schrijven tegen een vastgestelde of een nog vast te stellen prijs.

 

21.           In artikel 21 van de Herstelwet (waarbij artikel 47 van de Stockoptiewet wordt aangevuld) is sprake van de notie "aandelenoptieplannen". Uit de parlementaire werkzaamheden (Parl.St., Kamer, Doc 52, 1788/001, blz. 16) blijkt dat deze verlenging enkel geldt voor het geheel van plannen waarop eenzelfde begunstigde bij eenzelfde vennootschap heeft ingeschreven voor opties ten belope van een fiscale waarde van 100.000 euro.

 

22.           In de Circulaire wordt gesteld dat de uitoefentermijn van de optie de termijn betreft waarbinnen de optiehouder zijn recht om bestaande aandelen te kopen kan uitoefenen, of kan inschrijven op aandelen n.a.v. een kapitaalverhoging. 

 

23.           Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat de term "optie" zowel gebruikt wordt voor warranten als voor opties.

 

24.           Gelet op wat voorafgaat, kan gesteld worden dat de "conversie" van de warranten naar opties voor bestuurders op het ogenblik dat de duurtijd van de warranten de wettelijke looptijd als bedoeld in artikel 500 W. Venn. overschrijdt, geen fiscale gevolgen heeft voor de bestuurders.

 

25.           Artikel 21 van de Herstelwet kan bijgevolg ook worden toegepast inzake de warranten toegekend aan de bestuurders, ingeval partijen in de verlengingsdocumenten overeenkomen dat de begunstigden voor de duurtijd die de wettelijke looptijd van de warranten overschrijdt, enkel recht hebben op bestaande aandelen. Onder deze voorwaarde kan wat betreft dit warrantenplan de initiële uitoefenperiode van 5 jaar worden verlengd met 5 jaar.

 

26.           Het komt het College van de DVB evenwel niet toe zich uit te spreken nopens de gevolgen van de verrichting ten aanzien van artikel 500 W. Venn zelve.