Vraag nr. 354 van de heer Fournaux dd. 23.05.2000

Date :
23-05-2000
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Régulation
Type :
Parliamentary questions
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

Wagen uit andere lidstaat

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vraag nr. 354 van de heer Fournaux dd. 23.05.2000
Vraag nr. 354 van de heer Fournaux dd. 23.05.2000
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Vraag nr. 354 van de heer Fournaux dd. 23.05.2000
Tax year : 2005
Document date : 23/05/2000
Keywords : Wagen uit andere lidstaat
Document language : NL
Modification date : 21/04/2006 09:02:23
Name : 00/354
Version : 1
Question asked by : Fournaux

VRAAG 00/354

Vraag nr. 354 van de heer Fournaux dd. 23.05.2000


Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 39, blz. 4620-4623

Wagen uit andere lidstaat

VRAAG

    1. Moet een Belgische belastingplichtige die een volledig recht op aftrek geniet en die in een EU-lidstaat waar de BTW op de voertuigen niet aftrekbaar is (bijvoorbeeld Frankrijk) een auto koopt of van daar een auto laat overbrengen, in België een tweede maal BTW op het voertuig betalen?

    2. Gelden voor een particulier of voor een belastingplichtige die slechts een gedeeltelijk recht op aftrek geniet dezelfde regels?

ANTWOORD

    De situatie beoogd door het geachte lid is verschillend naargelang het door de Belgische verwerver overgebrachte of verworven voertuig nog aan te merken is als een nieuw vervoermiddel in de zin van artikel 8bis, § 2, van het BTW- Wetboek, om reden dat de levering van het voertuig binnen zes maanden na de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden of dat het voertuig ten hoogste 6.000 km heeft afgelegd, dan wel naargelang dit voertuig niet meer aan te merken is als een nieuw vervoermiddel.

    Het is namelijk zo dat, in het geval waarin een nog nieuw voertuig het voorwerp uitmaakt van een intracommunautaire levering, de verkoper, wanneer het een particulier of een niet- belastingplichtige rechtspersoon betreft, voor deze verkoop in de lidstaat van oorsprong de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgt overeenkomstig artikel 28bis, vierde lid, eerste alinea, van de 6e richtlijn (toevallige belastingplichtige bedoeld in artikel 8bis, § 1, van het BTW-Wetboek).

    In die omstandigheden is de intracommunautaire verwerving van het nieuwe vervoermiddel in België steeds onderworpen aan de belasting op grond van artikel 25ter, § 1 of § 2, van het BTW- Wetboek. Derhalve is de BTW in België, in principe, steeds opeisbaar ten aanzien van dergelijk intracommunautaire verwerving, ongeacht de hoedanigheid van de verwerver (belastingplichtige met volledig of gedeeltelijk recht op aftrek, belastingplichtige zonder recht op aftrek, particulier of niet-belastingplichtige rechtspersoon).

    Teneinde een dubbele belastingheffing te voorkomen voorziet de intracommunautaire regeling voor nieuwe vervoermiddelen, ten gunste van de leverancier in de lidstaat van oorsprong, een recht op aftrek van de BTW geheven bij aankoop van het voertuig (hetzij op grond van artikel 17 van de 6e richtlijn, indien het om een gewone belastingplichtige gaat, hetzij op grond van artikel 28bis, vierde lid, tweede alinea, van de 6e richtlijn, indien het om een toevallige belastingplichtige gaat). Dit recht op aftrek is in het geval van de toevallige belastingplichtige beperkt tot het bedrag van de BTW die verschuldigd zou zijn mocht de levering niet zijn vrijgesteld.

    Wanneer het nieuwe vervoermiddel het voorwerp uitmaakt van een overbrenging (dit wil zeggen van een verzending van het goed van de ene lidstaat naar de andere door de eigenaar van het goed zonder dat deze verzending enig verband vertoont met een levering), is de bestemming van dit goed in de lidstaat van aankomst slechts aan te merken als een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel voor zover deze overbrenging het werk is van een als zodanig handelende belastingplichtige (gecombineerde toepassing van artikel 12bis, eerste lid, en 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek). Overbrengingen door particulieren, of meer algemeen door niet-belastingplichtigen, geven derhalve nooit aanleiding tot heffing van de BTW in de lidstaat van aankomst, ongeacht of het overgebrachte voertuig al dan niet nieuw is.

    Indien daarentegen het voertuig niet meer als nieuw kan worden beschouwd, dient er, om te bepalen of de intracommunautaire verwerving in België belastbaar is, een onderscheid te worden gemaakt naargelang de hoedanigheid van, respectievelijk, de verkoper en de koper.

    De eerste situatie die onderzocht dient te worden is deze waarbij de verkoper van het nieuwe voertuig [lees: niet-nieuwe voertuig] (of de persoon die de overbrenging verricht) een belastingplichtige is die in de lidstaat waar hij gevestigd is niet onderworpen is aan de vrijstellingregeling voor kleine ondernemingen.

    Indien, in deze veronderstelling, de verwerver een belastingplichtige is of een niet-belastingplichtige die ertoe gehouden is al zijn intracommunautaire verwervingen in België aan de BTW te onderwerpen, verricht de verkoper een vrijgestelde intracommunautaire levering in de lidstaat van oorsprong en verricht zijn klant een intracommunautaire verwerving in ons land die aan de Belgische BTW is onderworpen. In geval van een overbrenging van het voertuig zal de intracommunautaire verwerving steeds aan de BTW in België onderworpen zijn, vermits de verwerver (die bij dergelijke verzending dezelfde persoon is als de verzender) de hoedanigheid van belastingplichtige bezit.

    Indien daarentegen de verwerver een persoon (belastingplichtige, niet-belastingplichtige rechtspersoon of iedere andere persoon) is, die er niet toe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen of accijnsproducten, aan de BTW te onderwerpen, zal de intracommunataire levering aan de BTW worden onderworpen in de lidstaat van oorsprong en zal de intracommunautaire verwerving in België niet onderworpen zijn aan de belasting. Hier is onder meer bedoeld de situatie waarin een particulier een niet nieuw vervoermiddel aankoopt en zelf ophaalt of laat ophalen bij zijn leverancier, of nog, dergelijk voertuig door zijn leverancier laat vervoeren voor zover deze laatste de drempel voor de verkopen op afstand niet heeft overschreden.

    In deze laatste veronderstelling dient men rekening te houden met de mogelijke toepassing van het stelsel van de verkopen op afstand dat aanleiding zal geven tot een levering die plaatsvindt en onderworpen is aan de BTW in België vanaf het ogenblik dat het vervoer van de goederen wordt verricht door of voor rekening van de leverancier en op voorwaarde dat deze laatste de drempel van 1.500.000 frank heeft overschreden voor dergelijke verkopen met bestemming België of heeft geopteerd voor de toepassing van het stelsel van de verkopen of afstand (BTW-Wetboek, artikel 15, § 4).

    Er wordt opgemerkt dat, wanneer de verkoper (of de persoon die de overbrenging verricht) een als zodanig handelende belastingplichtige wederverkoper is en het voertuig in de lidstaat van vertrek aan de belasting onderworpen werd overeenkomstig de bijzondere regeling van de belastingheffing over de winstmarge voorzien onder titel B van artikel 26bis van de 6e richtlijn, de intracommunautaire verwerving van het voertuig in België niet onderworpen wordt aan de BTW krachtens artikel 25ter, § 1, tweede lid, 4°, van het BTW-Wetboek, welke ook de hoedanigheid van de verwerver moge zijn (belastingplichtige met of zonder recht op aftrek of niet-belastingplichtige).

    In de tweede situatie waarin de verkoper van het niet-nieuwe voertuig een belastingplichtige onderworpen aan de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen of een niet- belastingplichtige is, is de intracommunautaire verwerving in België niet onderworpen aan de BTW.

    Bijgevolg zal, in de situatie aangehaald door het geachte lid waarin een Belgische belastingplichtige met volledig of gedeeltelijk recht op aftrek een voertuig dat niet meer als nieuw moet worden aangemerkt, verwerft of overbrengt vanuit een lidstaat waar de BTW op voertuigen niet aftrekbaar is, de intracommunautaire verweving van het voertuig in België daadwerkelijk onderworpen zijn aan de BTW, voor zover aan de vier volgende voorwaarden samen is voldaan:

  • de verkoper is een belastingplichtige die niet onderworpen is aan de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen;
  • de verwerver is een belastingplichtige of een niet- belastingplichtige rechtspersoon die ertoe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen of accijnsproducten aan de belasting te onderwerpen en die derhalve in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is (hetgeen nooit het geval is wanneer de verwerver een particulier is);
  • het voertuig werd niet verkocht onder de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge;
  • er is geen enkele bijzondere grond voor vrijstelling of voor het niet-onderwerpen aan de belasting van de intracommunautaire verwerving aanwezig (zoals de toepassing van artikel 25ter, § 1, tweede lid, 1° of 2° , van het BTW-Wetboek).


    Gelet op al hetgeen voorafgaat, is het dus duidelijk dat de belasting van de verwerving in België niet rechtstreeks afhankelijk is van de uitoefening van een volledig of gedeeltelijk recht op aftrek in de lidstaat van vertrek.

    Ik houd er evenwel aan op te merken dat, in de situatie bedoeld door het geachte lid, in de meeste gevallen, een tweedehands voertuig door een belastingplichtige-wedeverkoper zal verkocht worden onder de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge, hetgeen automatisch de belasting in België uitsluit.