Vraag nr. 444 van de heer Vandeurzen dd. 04.09.2000

Date :
04-09-2000
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Régulation
Type :
Parliamentary questions
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

Uitkeringen aanvullende verzekeringen

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Vraag nr. 444 van de heer Vandeurzen dd. 04.09.2000
Vraag nr. 444 van de heer Vandeurzen dd. 04.09.2000
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Parliamentary questions
Title : Vraag nr. 444 van de heer Vandeurzen dd. 04.09.2000
Tax year : 2005
Document date : 04/09/2000
Document language : NL
Name : 00/444
Version : 1
Question asked by : Vandeurzen

VRAAG 00/444

Vraag nr. 444 van de heer Vandeurzen dd. 04.09.2000


Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 61, blz. 6884-6885

Bull. nr. 814, pag. 967

Uitkeringen aanvullende verzekeringen

VRAAG

    1. Kan u de juridische argumentatie geven waarom, op basis van het arrest van het Arbitragehof van 9 december 1998, de vergoedingen wegens blijvende arbeidsongeschiktheid niet langer belastbaar zijn wanneer de verkrijger ervan geen inkomensverlies heeft ondergaan voor zover het gaat om vergoedingen uitgekeerd met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of beroepsziekten en niet wanneer het gaat over vergoedingen uitgekeerd in het kader van aanvullende verzekeringen inzake arbeidsongevallen?

    2. Wat is de juridische argumentatie om tussen een uitkering op basis van een wettelijke opgelegde verzekering enerzijds en een aanvullende verzekering anderzijds een onderscheid te blijven maken?

ANTWOORD

    Het arrest nr. 132/98 van 9 december 1998 van het Arbitragehof heeft alleen betrekking op de vergoedingen die met toepassing van de arbeidsongevallenwetgeving worden gestort. De regering heeft de interpretatie weliswaar uitgebreid tot uitkeringen toegekend met toepassing van de wetgeving op de beroepsziekten, maar wenste niet verder te gaan tot vergoedingen toegekend ingevolge aanvullende of extra-wettelijke verzekeringen.

    Wat dergelijke vergoedingen betreft die voortkomen van aanvullende of extra-wettelijke verzekeringen gesloten door de werkgever of onderneming kan immers bezwaarlijk worden gesteld dat ze niet rechtstreeks of onrechtstreeks op de beroepswerkzaamheid betrekking hebben.

    Voor meer bijzonderheden kan ik het geachte lid verwijzen naar de volgende stukken:

  • Verslag namens de commissie voor de Financiën en de Economische Aangelegenheden, Parl. St., Senaat, 1999-2000, nr. 2-286/4, blz. 11;
  • Verslag namens de commissie voor de Financiën en de Begroting, Parl. St., Kamer, 1999-2000, nr. 50-0746/003, blz. 7 en 8.