Vraag nr. 553 van mevrouw Lejeune dd. 10.01.2001
- Section :
- Régulation
- Type :
- Parliamentary questions
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
Vrij aanvullend pensioen en groepsverzekering
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 553 van mevrouw Lejeune dd. 10.01.2001
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 553 van mevrouw Lejeune dd. 10.01.2001 Tax year : 2005 Document date : 10/01/2001 Document language : NL Name : 01/553 Version : 1 Question asked by : Lejeune
VRAAG 01/553 Vraag nr. 553 van mevrouw Lejeune dd. 10.01.2001 Bull. nr. 826, pag. 1466-1469 Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 69, blz. 7795-7797 Vrij aanvullend pensioen en groepsverzekering VRAAG Mijn vraag handelt over de mogelijkheid om het vrij aanvullend zelfstandigenpensioen met een groepsverzekering te cumuleren. Ter herinnering: de groepsverzekering wordt afgesloten door de werkgever die op die manier een bovenwettelijk pensioen waarborgt aan zijn personeelsleden, ongeacht of deze in loonverband of als zelfstandigen zijn tewerkgesteld. Iedereen is het erover eens dat de regel van 80 % die voor alle bovenwettelijke pensioenen geldt, moet worden gerespecteerd. Voorts moet ook rekening worden gehouden met punt 4 van artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 juli 1981 dat bepaalt dat wanneer de persoonlijke bijdragen al als beroepskosten zijn afgetrokken, de groepsverzekering en het vrij aanvullend zelfstandigenpensioen niet mogen worden gecumuleerd. Wat de cumulatie van de aan de Voorzorgskas der geneesheren gestorte bijdragen met een groespverzekering betreft, heerst de grootste onduidelijkheid. Niets sluit blijkbaar die combinatie uit. Bovendien is de Beroepsvereniging der verzekeringsondernemingen van oordeel dat de cumulatie van een groepsverzekering, die "enkel" voorziet in patronale bijdragen die uitsluitend zelfstandigen ten goede komen, met een vrij aanvullend pensioen perfect mogelijk is. 1. Kan het systeem van de Voorzorgskas der geneesheren worden gelijkgesteld met een vrij aanvullend zelfstandigenpensioen? 2. Kan een aansluiting bij de Voorzorgskas der geneesheren met een groepsverzekering worden gecumuleerd? 3. Deelt de Belastingsadministratie terzake het standpunt van de Beroepsvereniging der verzekeringsondernemingen? 4. In de verzekeringssector zijn velen van mening dat de desbetreffende wetgeving achterhaald is. Wat is uw mening terzake? ANTWOORD De door het geachte lid gestelde vragen behoren grotendeels tot de bevoegdheid van mijn collega's van Sociale Zaken (vraag nr. 259 van 22 maart 2001), Middenstand (vraag nr. 54 van 22 maart 2001) en Economische Zaken (vraag nr. 142 van 22 maart 2001). Er dient evenwel te worden opgemerkt dat, gelet op de uitdrukkelijke bewoordingen van artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 juli 1981 houdende uitvoering van artikel 52bis van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, het vrij aanvullend pensioenstelsel der zelfstandigen inzonderheid onverenigbaar is met de toetreding tot een groepsverzekeringsreglement. Zoals kan worden afgeleid uit een nota van 3 april 2000 van het ministerie van Middenstand aan de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, doet de omstandigheid dat het groepsverzekeringscontract uitsluitend wordt gespijsd door werkgeversbijdragen, geen afbreuk aan dit verbod. De vraag of geneesheren, tandartsen of apothekers die een verzekering afsluiten in het kader van het bijzonder sociaal statuut waarvan sprake is in artikel 54 van de op 14 juli 1994 gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, terzelfdertijd kunnen toetreden tot een groepsverzekeringsreglement, behoort tot de bevoegdheid van mijn collega van Sociale Zaken. Op het fiscale vlak kan nog worden verduidelijkt dat de bijdragen die gestort worden in het kader van het vrij aanvullend pensioenstelsel der zelfstandigen, het karakter hebben van bijdragen verschuldigd ter uitvoering van de sociale wetgeving en derhalve, op grond van artikel 52, 7°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, als beroepskosten aftrekbaar zijn (cf. artikel 52bis van het voormeld koninklijk besluit nr. 72). Hetzelfde geldt eveneens, binnen bepaalde grenzen, voor de bijdragen gestort in het kader van een rust- en overlijdensverzekeringscontract gesloten bij de Voorzorgskas voor geneesheren (cf. voormeld artikel 54). |
|||||||