Vraag nr. 822 van de heer Devlies dd. 07.06.2005
- Section :
- Régulation
- Type :
- Parliamentary questions
- Sous-domaine :
- Fiscal Discipline
Résumé :
Beslag onder derden,Niet eisbare belastingschuld,Schending van het recht op eigendom,Proportionaliteit
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Vraag nr. 822 van de heer Devlies dd. 07.06.2005
Document
Search in text:
Properties
Document type : Parliamentary questions Title : Vraag nr. 822 van de heer Devlies dd. 07.06.2005 Tax year : 0 Document date : 07/06/2005 Document language : NL Modification date : 06/10/2005 16:05:23 Name : 05/822 Version : 1 Question asked by : Devlies
VRAAG 05/822 Vraag nr. 822 van de heer Devlies dd. 07.06.2005 Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 092, blz. 16451-16454 Beslag onder derden - Niet eisbare belastingschuld - Schending van het recht op eigendom - Proportionaliteit VRAAG Het voornemen tot vervreemding of hypothecaire aanwending wordt de ontvanger meegedeeld in een ter post aangetekend bericht, hem toegezonden door de persoon die de akte moet verlijden (notaris, enzovoort). Zo door die akte de belangen van de Schatkist in het gedrang kunnen komen, notificeert de ontvanger de belastingen verschuldigd door de belastingschuldige, die dit voornemen heeft geuit (artikel 434, WIB 1992). Wanneer de akte verleden wordt geldt deze notificatie als beslag onder derden. In praktijk deelt de ontvanger zowel de eisbare als nog niet eisbare belastingschulden mee van de hiervoor bedoelde belastingschuldige. In afwijking van het gemeen recht houden de personen die dergelijke akten moeten verlijden in praktijk beide belastingschulden in en storten de bedragen door, zelfs wanneer de belastingschuld nog niet eisbaar is. Dergelijke praktijk wijkt sterk af van het gemeenrecht volgens hetwelk geen uitvoerend derdenbeslag kan gelegd worden dan dat de geldsom zeker vaststaand en opeisbaar is (artikel 1494 Gerechtelijk Wetboek, Dirix, E. en Broeckx, K., Beslag, in APR, Antwerpen, Kluwer, 2001, blz. 320, nrs. 511 en volgende). 1. In de mate de notificatie van niet eisbare belastingschulden als beslag onder derden geldt en er inhoudingen gebeuren: a) Vindt deze inhouding overeenkomstig een wettelijk regel plaats ? b) Is deze inhouding vereist in het algemeen belang ? c) Schenden de artikelen 434 en 435 WIB 1992 niet artikel 1 eerste protocol (Europees Verdrag tot bescherming van de recht van de mens en de fundamentele vrijheden) in de mate deze bepalingen op onevenredige wijze de individuele eigendomsrechten van de belastingschuldigen aantasten, in het bijzonder wanneer op vraag twee negatief moet worden geantwoord (van Banning, T., « The Human Right to Property», Antwerpen, Intersentia, 2002, blz. 97 en volgende met verwijzing naar de vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens)? d) Schenden de artikelen 434 en 435, WIB 1992 niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in de mate andere schuldeisers in dergelijk geval geen uitvoerend derdenbeslag kunnen leggen? 2. In de mate de notificatie van niet eisbare belastingschulden als beslag onder derden de betaling vervroegt : a) Is de persoon die de akte verlijdt gehouden het volledige bedrag in het houden en door te storten ? b) Zo ja, binnen welke termijn is hij gehouden het bedrag door te storten ? c) Of is hij gehouden het bedrag in te houden min een disconto berekend aan de hand van de wettelijke intrestvoet ? d) Indien het volledige bedrag wordt ingehouden, moet de belastingschuldige zich wenden tot de persoon die de akte verlijdt dan wel tot de ontvanger om een compensatie gelijk aan het disconto te verkrijgen respectievelijk wegens inhouding dan wel voortijdige betaling ? ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 09.09.2005) 1. a) Het is overeenkomstig de termen van de wet voldoende dat de belastingen zijn ingekohierd om op grond van artikel 434 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (afgekort WIB 1992) ter kennis te worden gebracht aan de notaris die belast is met het verlijden van een akte van vervreemding of van hypothecaire aanwending van een onroerend goed. Het is niet vereist dat de initieel verleende betaaltermijn van twee maanden is verlopen. Artikel 427, WIB 1992 maakt het immers mogelijk de wettelijke hypotheek te laten inschrijven voor dergelijke aanslagen en deze derhalve aan de notaris ter kennis te brengen. Het opnemen van een dergelijke aanslag in een kennisgeving aan de notaris is, voor zover de voorgenomen akte de rechten van de Schatkist in gevaar brengt, wettelijk mogelijk, gelet op de bepalingen van artikel 413, 2e lid, WIB 1992 en de artikelen 427 en 434, WIB 1992. Het hof van beroep te Luik bevestigde deze stelling in een arrest van 2 april 1998 (Buil.Bel., 2000, nr. 807, p. 2005). b) Als rekenplichtige van de Staat komt het bovendien enkel aan de ontvanger van de directe belastingen toe om, onder zijn persoonlijke en geldelijke aansprakelijkheid, te oordelen omtrent de maatregelen die moeten worden genomen tot vrijwaring van de belangen van de Schatkist. Indien hij overtuigd is dat de voorgenomen akte de rechten van de Schatkist in gevaar brengt, zal hij de niet vervallen aanslag in de kennisgeving opnemen. Het enige criterium dat de ontvanger derhalve voor ogen moet houden, is dit van het in gevaar zijn van de invordering van de fiscale vordering. Alleen met feitelijke elementen die verband houden met dit criterium kan en zal door de ontvanger rekening worden gehouden. c) en d) Gelet op de scheiding der machten is het niet aan mij om een oordeel te vellen rond het eventuele discriminerende karakter van de bepalingen van de artikelen 434 en 435, WIB 1992. 2. a) De wet stelt dat de kennisgeving van de ontvanger geldt «als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt ». De aldus gevatte bedragen worden getroffen door een onbeschikbaarheid en kunnen aldus in geen geval aan de belastingschuldige worden overhandigd. De administratie is dan ook van oordeel dat, wanneer de notaris krachtens de akte voldoende sommen en waarden onder zich houdt, hij zijn handen moet ledigen in die van de ontvanger zonder dat deze laatste tot een verdere actie moet overgaan. De notaris is slechts gehouden de sommen en waarden te storten die hij krachtens de akte, voor rekening of ten bate van de belastingschuldige, onder zich houdt, onder voorbehoud van de eventuele rechten van verzetdoende schuldeisers van wie de schuldvorderingen die van de ontvanger voorafgaan. b) De termijn waarbinnen de notaris gehouden is het hem ter kennis gebrachte bedrag aan de ontvanger door te storten is afhankelijk van de aard van de akte. Zo zal deze bijvoorbeeld ingevolge de hypothecaire aanwending van een onroerend goed in principe veel korter zijn dan ingevolge de verkoop van een onroerend goed waarbij de procedure van de artikelen 1639 tot 1654 van het Gerechtelijk Wetboek moet gerespecteerd worden. De notaris is in ieder geval slechts gehouden de sommen na het verlijden van de akte door te storten, waarbij hij alle wettelijk voorziene termijnen en procedures moet naleven. c) en d) Zoals reeds vermeld, geldt de kennisgeving van de ontvanger « als beslag onder derden in handen van de notaris op de bedragen en waarden die hij krachtens de akte onder zich houdt». Teneinde bovendien zijn persoonlijke aansprakelijkheid en die van de ontvanger niet in het gedrang te brengen, kan de notaris van het in te houden bedrag geen disconto in mindering brengen. Voor een dergelijk disconto is immers geen wettelijke basis voorhanden. Het toestaan van een disconto zou dan ook een vermindering van de hoofdsom van de belasting inhouden, wat in strijd is met artikel 172 van de Grondwet. |
|||||||