Tribunal de première instance - Arrêt du 18 octobre 1999 (Bruxelles)

Date de publication :
18-10-1999
Langue :
Français
Taille :
3 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel 19991018-1
Numéro de rôle :
99/9401/A

Résumé

Aux termes des articles 123,8° et 270N de la loi communale, le collège des bourgmestre et échevins est exclusivement compétent pour introduire une action en justice au nom de la Commune. L'article 2 de la loi du 12 janvier 1993 sur la protection de l'environnement prévoit, par ailleurs, que l'action en cessation, en la matière, peut être introduite par une autorité administrative. Le fait qu'une action ait pour objet la protection du milieu plutôt que la protection d'intérêts privés ou d'intérêts de l'autorité publique ne change, in se, rien à son caractère. Il ressort des travaux préparatoires que le concept " autorité administrative " visé par l'article 1 de la loi du 12 janvier 1993 a été repris de l'article 14 des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat et doit s'entendre avec la même acception. On ne peut déduire ni du texte de la loi ni des travaux préparatoires que le législateur aurait voulu s'écarter, en la matière, des règles propres à la représentation des Communes en justice. Le Bourgmestre, seul, est donc sans qualité pour agir, en cessation, au nom de la Commune et son action doit être déclarée irrecevable.

Arrêt

(...)
Gezien :
- de dagvaarding betekend door exploot van .V. , gerechtsdeurwaarder, verblijvende te 1160 Brussel, ... ,
- het vonnis van 24 september 1999 waarbij ambtshalve de heropening van de debatten wordt bevolen Alhoewel regelmatig opgeroepen, verschijnen verwerende partijen met, noch zijn ze vertegenwoordigd;
Gehoord in zijn pleidooi, Mtr ...G... ,
1. VOORWERP VAN DE VORDERING
De vordering strekt er o.m. toe :
- te horen bevelen dat, behoudens goedgekeurde saneringswerken, elke activiteit verboden is op de percelen en in de gebouwen van de voormalige " Asphaltco"-site gelegen te A... , aan de Lindenstraat en de Molenstraat, tot er een bodemsanering uitgevoerd is overeenkomstig het bodemsaneringsdecreet door eerste verweerster of door de Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij (OVAM) en tot de gebouwen in overeenstemming zijn gebracht met de brandbeveiligingsvoorschriften, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000.000 BF per dag dat er een activiteit zou plaatsgrijpen;
- minstens te horen bevelen dat de percelen en de gebouwen van de voormalige "Asphaltco"-site gelegen aan de Lindenstraat en de Molenstraat zodanig dienen te worden afgesloten dat kinderen er niet binnen kunnen dat enkel personen met veiligheidskleding er activiteiten mogen uitoefenen en dat leder auto-, vrachtwagen- of busverkeer van en naar de site verboden is, op straffe van een dwangsom van 1.000. 000 BF per dag en per overtreding;
- eerste verweerster te horen veroordelen om bij wijze van sanering rekening te houden met de instructies van OVAM met betrekking tot de toestand van de bodem, en alle aanwezige afvalstoffen af te voeren naar vergunde verwerkingsinstallaties, onder verbeurte van een dwangsom van 100.000 BF per dag, vanaf de tiende dag na de betekening van de tussen te komen beschikking;
- verbod te horen opleggen om de nieuwe, zonder vergunning opgerichte loods te gebruiken, zolang geen regularisatievergunning werd bekomen en de verzegeling van deze loods te horen bevelen;
- te horen verbieden dat op de percelen of in de gebouwen van de voormalige Asphaltco"-site gelegen te A... , na opruiming, zonder vergunning afvalstoffen zouden worden gestapeld, achtergelaten, gerecycleerd, gesorteerd, verwerkt of verbrand, onder verbeurte van een dwangsom van 100. 000 BF per dag en per overtreding;
- de tussen te komen beschikking gemeen te horen verklaren aan tweede verweerder.
II. DISCUSSIE IN RECHTE
Nopens de ontvankelijkheid
- Bij vonnis van 24 september 1999 werd ambtshalve de heropening van de debatten bevolen, ten einde:
- eiser toe te laten om te concluderen over de ontvankelijkheid van de door hem, in zijn hoedanigheid van burgemeester ingestelde vordering tot staken (zowel wat het optreden in rechte in zijn hoedanigheid van burgemeester betreft, als wat de eventuele vereiste van machtiging betreft);
- desgevallend het college van burgemeester en schepenen van de gemeente A... toe te laten vrijwillig tussen te komen;
- De heropening van de debatten werd ingegeven vanuit de vaststelling dat enerzijds de wet van 12 januari 1993 een optreden van "administratieve overheden" toelaat, doch dat anderzijds uit de artikelen 123, 8° en 270 N. Germ.W.
blijkt dat de gemeente vertegenwoordigd wordt door het college van burgemeester en schepenen in alle rechtsgedingen (desgevallend mits machtiging van de gemeenteraad);
De huidige stakingsvordering werd door eiser in zijn hoedanigheld van burgemeester ingesteld;
- Eiser laat in conclusie gelden dat de wet van 12 januari 1993 een beperkt materieel toepassingsgebied heeft (kennelijke inbreuk of ernstige dreiging van inbreuk op de milieuwetgeving) met een ruim personeel toepassingsgebied inzake procesbevoegdheid, dat een afwijking inhoudt tav de ontvankelijkheidsvoorwaarden van het "gemeen procesrecht" (o.m. wat de rechtspersoonlijkheid, het belang en de hoedanigheid betreft);
Het gaan volgens eiser over een sui generis procedure; hij houdt voor dat de burgemeester over de vereiste hoedanigheid in de zin van de wet van 12 januari 1993 beschikt en artikel 270 N. Gem. W. niet dienstig is;
Artikel 1 van de wet van 12 januari 1993 staat volgens elser los van de procesbevoegdheid van de gemeente in de zin van de artikelen 123,8° en 270 N.GemW.;
- Het college van burgemeester en schepen is exclusief bevoegd om namens de gemeente een rechtsvordering in te stellen (Alen, A., Proceshandelingen van en tegen gemeenten, Antwerpen, Maarten Kluwer, 1980, 35) gelet op de artikelen 123 en 270 Gem.W., en overeenkomstig artikel 703 Ger.Wb. treden rechtspersonen in rechte op door tussenkomst van hun bevoegde organen;
De vordering tot staking die aan onze beoordeling wordt onderworpen betreft zonder enige twijfel een rechtsvordering in de zin van de hierboven aangehaalde bepalingen;
Het feit dat de "bescherming van het milieu" centraal staat eerder dan de bescherming van individuele belangen of belangen van bepaalde overheden, doet geen afbreuk aan de voorziene vertegenwoordiging in rechte en de uitdrukkelijk bij de N. Gem. W. gestelde regeling;
De gemeente dient in de huidige vordering als eisende partij te worden beschouwd (die vertegenwoordigd wordt door het daartoe uitdrukkelijk door de wet bevoegd verklaard orgaan) en geenszins eiser in zijn hoedanigheid van burgemeester, en wel omdat de burgemeester geen van de gemeente onderscheiden rechtspersoon heeft;
Van deze uitdrukkelijk voorziene vertegenwoordiging bij het instellen van een rechtsvordering kan slechts worden afgeweken in het geval de prerogatieven van een overheidsmandataris of van de (beraadslagende of raadgevende) instelling waartoe hij behoort, worden miskend, en derhalve een functioneel belang kan inroepen (noot van COPPENS, A. bij R.v.St., 5 juni 1996, T. Gem., 1997/2, 218-219), wat i.c. met het geval is;
Een uitdrukkelijke wetswijziging zou het eveneens mogelijk kunnen maken om van de "gemeenrechtelijk regeling" van de N. Gem. W. af te wijken;
De wet van 12 januari 1993 bepaalt enkel in artikel 1 dat "Onverminderd de bevoegdheid van andere rechtscolleges op basis van andere wetsbepalingen, stelt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, op verzoek van ... een administratieve overheid ... , het bestaan vast van een zelfs onder het strafrecht vallende handeling, die een kennelijke inbreuk is of een ernstige dreiging vormt voor een inbreuk op één of meer bepalingen van wetten decreten ordonnanties, verordéningen of besluiten betreffende de bescherming van hel leefmilieu";
In de parlementaire voorbereidingen wordt gesteld dat "het begrip "administratieve overheid" werd overgenomen uit artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om er een welomschreven inhoudt aan le geven" (Parl. st. Kamer, 1991-92, nr. 556/6, 15),
Uit de wet van 12 januari 1993 kan evenwel niet worden afgeleid dat men zou kunnen afwijken van de wezenlijke bepalingen van de N. Gem. W. inzake vertegenwoordiging in rechte en het instellen van een rechtsvordering: de wet voert terzake geen uitzonderingsbepaling in;
De uitlegging die gegeven werd naar aanleiding van het parlementair debat, kan geenszins volstaan om de expliciete bepalingen van de N. Gem. W. terzijde te schuiven, en derhalve toe te laten dat eiser de vordering in zijn hoedanigheid van burgemeester zou instellen;
Terzake wordt er op gewezen dat de inhoud van het overgrote deel van de door eiser aangehaalde doctrine, wordt op een verkeerde manier weergegeven, er wordt door die doctrine niet uitdrukkelijk gesteld dat de burgemeester als dusdanig zou kunnen optreden (zie o.m. geciteerde rechtsleer: CARETTE, A., "Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming, van het leefmilieu", R. W., 1992-93, p. 1395, nr. 8 en VERLINDFN, J., "Het vorderingsrecht van milieuverenigingen na de wet van 12 januari 1993", T.R.V. p. 288, nr 3);
- De gemeente, die als enige rechtspersoonlijkheid, dient via haar daartoe overeenkomstig de N. Gem.W. bevoegd verklaard orgaan op te treden;
De vordering is derhalve met ontvankelijk, dit los van de discussie over het ai dan niet vereist zijn van een machtiging van de gemeenteraad voor het instellen van de procedure.
OM DEZE REDENEN :
Wij, ... , ondervoorzitter, aangesteld om de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zetelende te Brussel te vervangen;
Bijgestaan door ... , griffier;
Gezien de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Rechtsprekende bij verstek;
Alle andere of strijdige besluiten verwerpend;
Verklaren de vordering van eiser niet ontvankelijk en wijzen hem derhalve af;
Veroordelen eiser tot de kosten, begroot op 10. 771 BF.