Arbeidshof: Arrest van 23 Juni 1981 (Antwerpen (Hasselt)). RG 22883

Date :
23-06-1981
Langue :
Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19810623-4
Numéro de rôle :
22883

Résumé :

Het is een eenzijdige opvatting te zeggen dat de verbrekingsvergoeding de periode moet dekken die nodig is om een gelijkaardige dienstbetrekking te vinden. Die opvatting wordt niet in de wet uitgedrukt en leidt tot overdreven gevolgen vermits ze de werkgever die een werknemer aanwerft die niet gemakkelijk in een zelfde functie zal te reclasseren zijn, meteen de last oplegt van een loonwaarborg na ontslag gedurende een tijdspanne die buiten proportie met het contract kan staan. De wet houdt geen rekening met conjunctuur of reclassering doch kent alleen het aantal dienstjaren bij dezelfde werkgever, zodat de vergoeding zich als een soort anciënniteitspremie voordoet. De door appellante ingeroepen schalen zijn overigens in wezen niet veel anders dan aandikkingsformules van deze premie. Het wettelijk criterium wijst aldus op een moreel element in de relatie tussen partijen en honoreert met name de getrouwheid en de toewijding. De wet doet dit voor de lagere bedienden op forfaitaire wijze en voorziet voor de bedienden met een hogere positie in de mogelijkheid om de "gouden handdruk" op grond van specifieke verdiensten te negociëren of door de rechter te laten bepalen. In casu worden geen specifieke verdiensten aangetoond die de vordering van partij NIJST in de door haar gestelde omvang zouden rechtvaardigen.

Arrêt :

La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.