Uit het louter bestaan van een strafbepaling mag men niet afleiden dat er naast een vordering uit het kontrakt tevens een vordering uit misdrijf met een eigen voorwerp bestaat; dit voorwerp is slechts aanwezig wanneer de strafbepaling het naleven wil verzekeren van een gedragsnorm voor alle deelnemers aan het maatschappelijk verkeer, buiten elke kontraktuele betrekking om. Dit is niet het geval met de bepalingen in artikel 42 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon en artikel 56 van de wet van 5 december 1968 betreffende de kollektieve arbeidsovereenkomsten en paritaire komitees, die ertoe strekken de uitvoering te waarborgen van een verbintenis, zoals het betalen van een loonelement, die alleen door het sluiten van een arbeidsovereenkomst kan ontstaan.
Arrêt :
La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.