Arbeidsrechtbank: Vonnis van 15 April 1975 (Antwerpen). RG 4943

Date :
15-04-1975
Langue :
Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19750415-9
Numéro de rôle :
4943

Résumé :

Het bij artikel 17 GWB bedoelde begrip "hoedanigheid" word door de wetgever niet verduidelijkt. Het verslag VAN REEPINGHEN verduidelijkt nochtans wel dat, onder de hinderpalen die kunnen opgeworpen worden tegen de ontvankelijkheid van de vordering, het gerechtelijk wetboek de onbekwaamheid van de persoon niet heeft genoemd, omdat "het begrip niet behoort tot die welke een wet op de burgerlijke rechtspleging volledig en zeker kan bevestigen", vermits zij onder meer "ressorteert in haar beginsel onder het burgerlijk recht"; In de mate waarin, binnen de toepassingssfeer van de desbetreffende burgerrechtelijke bepalingen de handelingen van de oorspronkelijke aanlegger niet door nietigheid zijn aangetast, voldoet de vordering automatisch ook aan de hoedanigheidsvereiste, gesteld bij artikel 17 GWB. De onbekwaamheid van de moeder om alleen in rechte op te treden voor haar minderjarige zoon maakt slechts een relatieve nietigheid uit, die gevalideerd wordt door de gedinghervatting van haar inmiddels meerderjarige geworden zoon.

Jugement :

La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.