Hof van Beroep: Arrest van 27 Juli 2009 (Antwerpen). RG 2008/EV/35

Date :
27-07-2009
Langue :
Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20090727-1
Numéro de rôle :
2008/EV/35

Résumé :

Samenvatting 1

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, VAKANTIEKAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :

inzake : 2008/EV/35

BVBA LINTSE MONTAGETECHNIEKEN, met vennootschapszetel gevestigd te 2547 Lint, Kinderstraat 178 en ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nr. XXX;

V E R Z O E K S T E R

tegen een vonnis gewezen door de 22e kamer van de rechtbank van koophandel te Antwerpen d.d. 9 juni 2009, aldaar gekend onder nr. A.R.V. 09/451/B;

vertegenwoordigd door Mr. Liliane Dierckx, advocaat, kantoor houdende te 2547 Lint, Veldstraat 81;

* * * * *

* * *

*

In het bestreden vonnis van 9 juni 2009 heeft de rechtbank van koophandel te Antwerpen het verzoek van BVBA Lintse Montage-technieken Industries (Limotech) om een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord te bekomen ongegrond verklaard.

Met een verzoekschrift neergelegd op 17 juni 2009 tekende BVBA Lintse Montagetechnieken Industries hoger beroep aan.

Zij handhaaft haar verzoek.

Ter zitting van 20 juli 2009 werd BVBA Lintse Montagetechnieken Industries in raadkamer gehoord bij monde van haar zaakvoerder, bijgestaan door haar advocaat.

Het Openbaar Ministerie heeft advies uitgebracht.

* * * * *

1.

Zoals bepaald in artikel 16 van de wet van 31 januari 2009 be-treffende de continuïteit van de ondernemingen heeft de procedure van gerechtelijke reorganisatie tot doel de continuïteit van het ge-heel of een gedeelte van de onderneming in moeilijkheden of haar activiteiten te behouden.

Krachtens artikel 24 §2 van die wet verklaart de rechtbank de proce-dure van gerechtelijke reorganisatie geopend indien de voorwaar-den, vermeld in artikel 23, vervuld lijken. Volgens dat artikel 23 van voormelde wet wordt de procedure van gerechtelijke reorganisatie geopend zodra de continuïteit van de onderneming onmiddellijk of op termijn bedreigd is.

2.

Uit die wetsbepalingen volgt dat geen procedure van gerechtelijke reorganisatie meer kan geopend worden wanneer uit de feitelijke omstandigheden waarin de onderneming zich bevindt blijkt dat er geen continuïteit van de onderneming meer is.

3.

De zaakvoerder van de vennootschap erkende ter zitting dat een voortzetting van de activiteiten die de vennootschap tot voor kort ontwikkelde (montage van voornamelijk rolbruggen met voornamelijk laswerken) economisch niet meer verantwoord was en dat de ven-nootschap ondertussen met die activiteiten gestopt was.

4.

Nog volgens de zaakvoerder had de vennootschap het voornemen om te reorganiseren en andere activiteiten van aanneming te gaan ontwikkelen.

Daarover worden twee stukken overgelegd, twee orders, waaruit blijkt dat het om verbouwingen van woningen gaat voor de prijs van respectievelijk 5.850 EUR (werf Van Camp) en 4.352 EUR (werf Bolders).

Deze twee documenten laten niet toe te besluiten dat een nieuwe onderneming of nieuwe activiteiten werden gestart.

Geen enkel stuk wordt voorgelegd waaruit blijkt dat een omvorming van bedrijvigheid heeft plaats gehad (aankoop aangepast materieel, aanvraag registratie, wijziging maatschappelijk doel en dergelijke).

Daarbij dient onderlijnd dat in het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie nog geen sprake was van deze nieuwe activiteiten en integendeel gewezen werd op orders met betrekking tot de vroegere activiteiten.

Slechts in het verzoekschrift tot hoger beroep (nr. III,c) wordt mel-ding gemaakt van de voorgenomen reorganisatie naar "de particu-liere markt zijnde kleine aannemingswerken voor particulieren en be-drijven".

5.

Uit die feitelijke vaststellingen volgt dat er geen sprake meer kan zijn van continuïteit van de onderneming.

De vroeger uitgeoefende activiteiten werden gestopt en van nieuwe activiteiten ligt onvoldoende bewijs voor.

Het verzoek werd terecht ongegrond verklaard.

OM DEZE REDENEN :

HET HOF, na behandeling in raadkamer,

Recht doende op eenzijdig verzoekschrift;

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 van het Gerechtelijk Wetboek;

Gehoord advocaat-generaal P. VAN INGELGEM in zijn advies dat, omwille van de omstandigheden der zaak mondeling ter terecht-zitting van 20 juli 2009 werd gegeven en waarop partijen hebben kunnen repliceren.

Verklaart het hoger beroep ongegrond.

Verwijst verzoekster in de kosten ervan, begroot op XXX EUR.

Aldus gedaan en uitgesproken in raadkamer van ZEVENEN-TWINTIG JULI TWEEDUIZEND EN NEGEN, waar aanwezig waren :

E. HULPIAU, voorzitter

G. VELTMANS, griffier