Hof van Beroep: Arrest van 30 Oktober 1991 (Antwerpen)

Date :
30-10-1991
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19911030-1
Numéro de rôle :

Résumé :

I. Wanneer na verandering van scheepseigenaar bewarend beslag wordt gelegd op het zeeschip waarop de ten tijde van de vorige eigenaar onstane zeevordering betrekking heeft, en dit beslag wordt opgeheven ingevolge het storten van een borgsom ter uitvoering van een akkoord dat met de vorige eigenaar werd gesloten doch waarbij de betaling verricht werd door de raadsman van de nieuwe eigenaar, door wiens tussenkomst ook een kwijting werd opgesteld "onder het uitdrukkelijke voorbehoud van hoger beroep en eventueel andere rechtsmiddelen tegen de beschikking van de Beslagrechter", behoudt de borgsteller een belang bij het instellen van het hoger beroep tegen de beschikking waarbij toelating tot bewarend beslag werd verleend, nu juist de mogelijkheid om beslag te leggen zelf aan de orde is. II. Wanneer schade wordt veroorzaakt ingevolge de verkeerd behandelde giek van een boordkraan, heeft men te maken met schade veroorzaakt door een schip, en beschikt de schadelijder over een zeevordering in de zin van artikel 1468 a) Gerechtelijk Wetboek, en heeft men niet te maken met schade "voortspruitend uit een scheepsbedrijf" in de zin van artikel 1468 b) Gerechtelijk Wetboek, die enkel de lichamelijke schade omvat. III. Het bewarend beslag op het zeeschip waarop de zeevordering waarop de zeevordering betrekking heeft, na eigendomsoverdracht, is, overeenkomstig artikel 9 van het Verdrag van 10 mei 1952 slechts mogelijk voor zeevorderingen die met een volgrecht bekleed zijn, d.w.z. voor de zeevorderingen die aanleiding geven tot een maritiem voorrecht of een hypotheek of een mortgage.

Arrêt :

La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.