Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer: Advies van 27 Februari 2008 (België). RG 06/2008
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20080227-1
- Numéro de rôle :
- 06/2008
Résumé :
Samenvatting 1
Avis :
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte
van de verwerking van persoonsgegevens (hierna "WVP"), inzonderheid artikel 29;
Gelet op het verzoek om advies van de heer Patrick DEWAEL, Minister van Binnenlandse Zaken
ontvangen op 05/02/2008;
Gelet op het verslag van de heer Bart DE SCHUTTER;
Brengt op 27/02/2008 het volgend advies uit:
I. VOORWERP VAN DE AANVRAAG
1. Uit het verslag aan de Koning blijkt dat het koninklijk besluit van 23 januari 2003 aangaande de
consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten, zal worden aangepast zodat de Belgen die in het
buitenland verblijven vanaf 1 maart 2008:
• de EID die hen voor hun vertrek werd verstrekt, tot de einddatum van de geldigheid van de
kaart verder zullen kunnen gebruiken;
• bij een consulaire post een identiteitskaart zullen kunnen vragen die conform is met de EID
die wordt afgeleverd in België.
2. Momenteel bepaalt artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de
identiteitskaarten, dat een identiteitskaart als vervallen wordt beschouwd in geval van afvoering van
ambtswege of van afvoering voor het buitenland. Bijgevolg verliest een EID haar geldigheid van
zodra de houder ervan niet langer in de bevolkingsregister van een Belgische gemeente is
ingeschreven. Deze bepaling valt dus niet te rijmen met de voorgenomen gewijzigde bepalingen van
het koninklijk besluit van 23 januari 2003.
3. Het voorgelegde ontwerp strekt ertoe om deze tegenstrijdigheid weg te werken door de
gewraakte passage in artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 weg te laten.
II. ONDERZOEK VAN DE ONTWERPTEKST
4. De Commissie ontving op 12 februari 2008 vanwege de aanvrager ter informatie de tekst van het
ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 januari 2003 aangaande
de consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten zoals die voor advies werd voorgelegd aan de
Raad van State. Zij neemt akte van het feit dat er kennelijk vrij ingrijpende wijzigingen zullen
aangebracht worden aan het koninklijk besluit van 23 januari 2003 zonder dat hieromtrent haar
advies werd ingewonnen, noch dat van het Sectoraal comité van het Rijksregister. Dit laatste is
krachtens artikel 16 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de
natuurlijke personen, nochtans belast met het toezicht op de inachtneming van alle wettelijke en
reglementaire bepalingen inzake identiteitsdocumenten.
5. Het voorgestelde nieuwe artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 januari 2003 bepaalt dat:
"De elektronische identiteitskaart afgegeven door een Belgische gemeente blijft geldig
voor verder gebruik in het buitenland tot de einddatum van geldigheid van de kaart.
De elektronische identiteitskaart blijft geldig bij wijziging van de hoofdverblijfplaats. De
wijziging van de hoofdverblijfplaats wordt enkel aangebracht in de elektronische
component van de identiteitskaart.
De elektronische identiteitskaart afgegeven na inschrijving in de consulaire
bevolkingsregisters blijft geldig bij vertrek uit het ambtsgebied van de consulaire post
tot de einddatum van geldigheid van de kaart."
7. De Commissie stelt vast dat de toepassing van dit artikel problematisch zal zijn, gelet op het
bestaan van een tegenstrijdige bepaling ter zake. Artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit van
25 maart 2003 zegt immers uitdrukkelijk dat de EID van iemand die naar het buitenland wordt
afgevoerd, vervalt.
8. Het voor advies voorgelegd ontwerp maakt een einde aan deze tegenstrijdigheid door in
voormeld artikel 5, § 3, de woorden "of afvoering voor het buitenland" te schrappen. De Commissie
kan instemmen met deze aanpassing gelet op het feit dat:
• tegenstrijdige bepalingen onduidelijkheid en rechtsonzekerheid creëren;
• wanneer een Belg naar het buitenland vertrekt, hij niet noodzakelijk alle banden met België
en zijn overheden verbreekt. Het feit dat hij zijn EID verder kan gebruiken (instrument voor
identificatie en authenticatie in elektronische contacten, plaatsen van elektronische
handtekening) stelt hem in staat om, naarmate meer e-government-diensten beschikbaar
worden, op een veilige manier een hele reeks administratieve formaliteiten te vervullen
vanuit het buitenland zonder dat er papieren documenten over en weer moeten gestuurd en
eventueel gelegaliseerd worden.
OM DEZE REDENEN,
de Commissie
verleent een gunstig advies, voor zover de voorgenomen aanpassing van artikel 7 het koninklijk
besluit van 23 januari 2003 aangaande de consulaire bevolkingsregisters en identiteitskaarten,
daadwerkelijk wordt doorgevoerd.
De Administrateur, De Voorzitter,
(get.) Jo Baret (get.) Willem Debeuckelaere