Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer: Advies van 9 Augustus 2001 (België). RG 25/2001

Date :
09-08-2001
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
4 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20010809-1
Numéro de rôle :
25/2001

Résumé :

Samenvatting 1

Avis :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, inzonderheid artikel 29, Gelet op de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, inzonderheid artikel 5, tweede alinea;
Gelet op de adviesaanvraag dd. 31 mei 2001 van de Minister van Binnenlandse Zaken, ontvangen door de Commissie op 6 juni 2001;
Gelet op het verslag van dhr. M. VANDEWEERDT;
Brengt op 9 augustus 2001 het volgend advies uit :
I. VOORWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG
Het aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (hierna: de Commissie) ter advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe de v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" toegang te verlenen tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2° en 5°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen (afgekort: Rijksregisterwet).
De aanvraag betreft de volgende gegevens :
- de naam en voornamen (artikel 3, eerste lid, 1°, Rijksregisterwet);
- de geboorteplaats en -datum (artikel 3, eerste lid, 2°, Rijksregisterwet);
- de hoofdverblijfplaats (artikel 3, eerste lid, 5°, Rijksregisterwet);
- de opeenvolgende wijzigingen van de voormelde gegevens (artikel 3, tweede lid, Rijksregisterwet), beperkt tot een periode van drie jaar voorafgaand aan de mededeling.
De v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" zou toegang krijgen tot deze gegevens "voor de dienstverlening aan blinden en slechtzienden met het oog op hun volwaardige deelname aan het maatschappelijk leven" (artikel 1 van het ontwerpbesluit). Meer in het bijzonder wenst de v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" via de toegang tot het Rijksregister het cliënteel te kunnen volgen dat zelf geen adresverandering opgaf bij een verhuizing en hierdoor in een isolement terechtkomt of zich niet langer kan beroepen op de sociaal-administratieve bijstand van de vereniging (brief aan de Minister van Binnenlandse Zaken, 10 november 2000).
II. ONDERZOEK VAN HET ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT
A. Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
Op grond van artikel 5, tweede lid, a), Rijksregisterwet kan de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bij in Ministerraad overlegd besluit de toegang tot het Rijksregister uitbreiden tot instellingen van Belgisch recht die opdrachten van algemeen belang vervullen; deze instellingen worden nominatief door de Koning aangeduid.
De v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" is een instelling van Belgisch recht waarvan het maatschappelijk doel in artikel 3 van de statuten als volgt is omschreven: "Aan personen van om het even welke gezindheid, die door een visuele handicap getroffen zijn op gelijk welk moment van hun leven, wil 'Blindenzorg Licht en Liefde' algemene en specifieke hulp bieden." De basisgedachte van de vereniging is de volwaardige deelname aan het maatschappelijk leven door blinden en slechtzienden in de meest omvattende zin. De vereniging is, zo melden de statuten, christelijk geïnspireerd.
Uit het verslag aan de Koning blijkt dat de vereniging daadwerkelijk op ruime schaal activiteiten ontwikkelt in overeenstemming met haar maatschappelijk doel.
De Commissie is van oordeel dat de verwezenlijking van dit maatschappelijk doel in casu als een opdracht van algemeen belang kan worden beschouwd.
B. Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zoals gewijzigd door de Wet van 11 december 1998 tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens (afgekort: Wet Verwerking Persoons-gegevens) 1. Algemeen
Aangezien de Wet van 11 december 1998 op 1 september 2001 in werking treedt en rekening houdend met de vermoedelijke afkondigingsdatum van het koninklijk besluit waarvan het ontwerp momenteel ter advies aan de Commissie wordt voorgelegd, acht de Commissie het aangewezen de adviesaanvraag te toetsen aan de bepalingen van de gewijzigde Wet Verwerking Persoonsgegevens.
De gegevens van het Rijksregister waartoe toegang wordt gevraagd zijn persoonsgegevens in de zin van de Wet Verwerking Persoonsgegevens. De raadpleging of de mededeling van deze gegevens is een verwerking in de zin van deze wet.
Iedere natuurlijke persoon heeft in verband met de verwerking van persoonsgegevens die op hem betrekking hebben, recht op bescherming van zijn fundamentele rechten en vrijheden, inzonderheid op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.
Persoonsgegevens dienen voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden te worden verkregen en niet verder te worden verwerkt op een wijze die, rekening houdend met alle relevante factoren, met name met de redelijke verwachtingen van de betrokkene en met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, onverenigbaar is met die doeleinden.
Persoonsgegevens dienen toereikend, terzake dienend en niet overmatig te zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt.
2. Rechtmatigheid van de verwerking
Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt in de gevallen, omschreven in artikel 5 Wet Verwerking Persoonsgegevens, onder meer: e) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van openbaar belang.
Op grond van reeds aangehaalde overwegingen is de Commissie van oordeel dat de gevraagde verwerking aan deze voorwaarde voldoet.
3. Onderzoek van de doeleinden Het maatschappelijk doel van de v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" wordt omschreven in de statuten van de vereniging, die hierboven reeds werden geciteerd.
Volgens het verslag aan de Koning omvat de dienstverlening door de vereniging de volgende taken: sociaal dienstbetoon, uitbouw van een individueel en sociaal netwerk, aanbod van activiteiten, revalidatie, computerlessen en integratielessen. De vereniging helpt 6500 blinden en slechtzienden. De dienstverlening gebeurt in de meeste gevallen bij de gehandicapte thuis: door een steeds groter isolement moet er naar de gehandicapte toe worden gegaan. Opdat de vereniging haar maatschappelijk doel zou kunnen verwezenlijken, moet zij contact opnemen met of in contact blijven met de personen die een visuele handicap hebben. Voor visueel gehandicapten is het niet eenvoudig een adreswijziging door te geven. Zij kunnen daarvoor niet steeds een beroep doen op kennissen of familieleden.
De Commissie verstaat het doeleinde van de gevraagde machtiging als het achterhalen, in geval van een adreswijziging die niet aan de v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" wordt meegedeeld, van het nieuwe adres van blinden en slechtzienden die bij de vereniging reeds bekend zijn.
De verwerking, namelijk de raadpleging van het Rijksregister, met het oog op het aldus omschreven doeleinde is naar het oordeel van de Commissie, en rekening houdend met de redelijke verwachtingen van de betrokkene en met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, in beginsel verenigbaar met de doeleinden van het Rijksregister van de natuurlijke personen. Uit de tekst van artikel 5, tweede lid, a), van de Rijksregisterwet kan worden afgeleid dat één van de doelstellingen van het Rijksregister er precies in bestaat de instellingen van Belgisch recht die opdrachten van algemeen belang vervullen, in staat te stellen deze opdrachten uit te voeren.
De Commissie wenst te beklemtonen dat de toegangsmachtiging strikt moet beperkt blijven tot dit ene doeleinde, namelijk het up to date houden van het adressenbestand van de bij de v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" reeds bekende blinden en slechtzienden, die van adres zijn veranderd zonder hun adreswijziging aan de vereniging mee te delen.
Andere doeleinden zijn uitgesloten. Er kan bijvoorbeeld geen sprake van zijn deze toegang te gebruiken om adressen van donateurs op te zoeken. In een brief dd. 16 februari 2001 aan de Minister van Binnenlandse Zaken verklaart de vereniging trouwens de verbintenis aan te gaan het adressenbestand van het cliënteel te scheiden van de donateursbestanden.
Eens de informatie (het adres van de betrokkene) verkregen is bestaat er uiteraard geen bezwaar tegen een verdere verwerking voor het ruimere doeleinde, omschreven in artikel 1 van het ontwerpbesluit, voor zover deze verdere verwerking voor het overige in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften.
4. Onderzoek van de proportionaliteit
De toegang tot de gegevens betreffende naam en voornamen, geboorteplaats en -datum en hoofdverblijfplaats zijn naar het oordeel van de Commissie noodzakelijk om het doeleinde van de gevraagde verwerking te realiseren.
De toegang tot de wijzigingen die in de periode van drie jaar voorafgaand aan de mededeling zijn aangebracht lijkt niet noodzakelijk. De Commissie is van oordeel dat op grond van de naam, voornaam en geboortedatum een voldoende nauwkeurige identificatie mogelijk is. Wegens het ontbreken van een afdoende verantwoording voor de toegang tot de wijzigingen in de periode van drie jaar voorafgaand aan de mededeling kan de Commissie niet akkoord gaan met dit onderdeel van de gevraagde machtiging.
5. Recht van verzet
Op grond van artikel 12, §1, tweede lid, is eenieder gerechtigd om wegens zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen die verband houden met zijn bijzondere situatie, zich ertegen te verzetten dat hem betreffende persoonsgegevens het voorwerp van een verwerking vormen, behoudens uitzonderingen die in de voorliggende adviesaanvraag niet aan de orde zijn. Het recht op verzet tegen de verwerking wordt aldus afhankelijk gemaakt van een bijzondere motivering.
De Commissie is van oordeel dat elke blinde of slechtziende persoon, die zich tegen de in de adviesaanvraag beoogde verwerking wenst te verzetten, moet geacht worden te voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 12, §1, tweede lid. De betrokkene bevindt zich wegens zijn handicap in een bijzondere situatie en kan naar het oordeel van de Commissie er niet toe verplicht worden in te stemmen met een verwerking van zijn persoonsgegevens, in een context die in verband staat met zijn handicap, door een vereniging waarmee hij geen betrekkingen wenst te onderhouden. De bijzondere situatie waarin de blinde of slechtziende persoon zich bevindt, die de grondslag vormt voor de machtiging tot toegang tot de gevraagde gegevens van het Rijksregister, vormt voor de betrokkene tevens de zwaarwichtige en gerechtvaardigde reden die de wet vereist om zich tegen de verwerking te verzetten.
6. Gebruik van de gegevens
Artikel 3 van het ontwerpbesluit stipuleert dat de met toepassing van artikel 1 verkregen gegevens door de v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" uitsluitend mogen worden gebruikt voor de doeleinden vermeld in dat artikel, namelijk "voor de dienstverlening aan blinden en slechtzienden met het oog op hun volwaardige deelname aan het maatschappelijk leven".
De Commissie verwijst naar de hierboven onder punt B.3 reeds gemaakte opmerkingen.
Artikel 3 bepaalt verder dat de gegevens niet aan derden mogen worden meegedeeld. Als derden worden evenwel niet beschouwd :
1° de natuurlijke personen op wie de gegevens betrekking hebben of hun wettelijke vertegenwoordigers;
2° de openbare overheden en instellingen aangewezen krachtens artikel 5 van de Rijksregisterwet, voor de gegevens die hun mogen worden meegedeeld op basis van deze aanwijzing en in het kader van de betrekkingen die zij voor de in artikel 1 bedoelde doeleinden met de v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" onderhouden, bij de vervulling van hun wettelijke en reglementaire taken.
De Commissie waardeert de strekking van deze bepaling, die kennelijk een verhoogde bescherming van de verkregen gegevens beoogt, maar is niettemin van oordeel dat ze overbodig is. Onder punt B.3 werd reeds opgemerkt dat, eens de informatie (het adres van de betrokkene) verkregen is, er geen bezwaar bestaat tegen een verdere verwerking voor het ruimere doeleinde, omschreven in artikel 1 van het ontwerpbesluit, voor zover deze verdere verwerking voor het overige in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften. De adressenlijst van v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" vormt een verwerking van persoonsgegevens met een eigen finaliteit, die in elk geval moet gerespecteerd worden, ook indien de gegevens niet via het Rijksregister zijn verkregen. De betrokkene zelf heeft hoe dan ook recht op verstrekking van de gegevens die betreffende zijn persoon worden verwerkt. Wat de mededeling aan derden betreft is er geen reden om bijzondere regels op te stellen voor openbare overheden of voor instellingen aangewezen krachtens artikel 5 van de Rijksregisterwet. Daarenboven moet worden opgemerkt dat het recht van verzet, waarvan sprake onder punt B.5, ook geldt voor mededelingen aan derden.
7. Personen aan wie toegang wordt verleend
Artikel 2, eerste lid, van het ontwerpbesluit behoudt de toegang tot het Rijksregister voor aan de algemeen directeur van de v.z.w. "Blindenzorg Licht en Liefde" en aan de directrice voor de individuele dienstverlening van de vereniging.
De lijst van deze personen, met vermelding van hun titel en functie, wordt permanent bijgehouden en jaarlijks meegedeeld aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (artikel 2, derde lid van het ontwerpbesluit).
De Commissie geeft er de voorkeur aan dat deze lijst ter plaatse wordt bewaard en ter beschikking van de Commissie wordt gehouden.
Artikel 2, tweede lid, van het ontwerpbesluit bepaalt dat de in het eerste lid bedoelde personen een verklaring ondertekenen waarin zij zich ertoe verbinden de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de uit het Rijksregister verkregen informatiegegevens te eerbiedigen.
De Commissie beschouwt deze bepaling als een bijkomende garantie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen.
OM DEZE REDENEN,
brengt de Commissie, onder voorbehoud van de gemaakte opmerkingen, een gunstig advies uit betreffende het ontwerp van koninklijk besluit, voor zover de toegangsmachtiging wordt beperkt tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2° en 5° van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.