Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer: Advies van 9 Augustus 2001 (België). RG 26/2001

Date :
09-08-2001
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
5 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20010809-2
Numéro de rôle :
26/2001

Résumé :

Samenvatting 1

Avis :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
Gelet op de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, inzonderheid artikel 29,
Gelet op de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, inzonderheid artikel 5, tweede alinea;
Gelet op de adviesaanvraag dd. 31 mei 2001 van de Minister van Binnenlandse Zaken, ontvangen door de Commissie op 6 juni 2001;
Gelet op het verslag van dhr. M. VANDEWEERDT;
Brengt op 9 augustus 2001 het volgend advies uit :
I. VOORWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG
Het aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (hierna: de Commissie) ter advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe de v.z.w. "Nationaal Werk De Vrienden der Blinden" (hierna: het Nationaal Werk) toegang te verlenen tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2° en 5°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen (afgekort: Rijksregisterwet).
De aanvraag betreft de volgende gegevens :
- de naam en voornamen (artikel 3, eerste lid, 1°, Rijksregisterwet);
- de geboorteplaats en -datum (artikel 3, eerste lid, 2°, Rijksregisterwet);
- de hoofdverblijfplaats (artikel 3, eerste lid, 5°, Rijksregisterwet);
- de opeenvolgende wijzigingen van de voormelde gegevens (artikel 3, tweede lid, Rijksregisterwet), beperkt tot een periode van drie jaar voorafgaand aan de mededeling.
Het Nationaal Werk zou toegang krijgen tot deze gegevens "om haar opdrachten van morele en materiële hulp aan slechtziende, blinde en gelijkgestelde personen uit te voeren" (artikel 1 van het ontwerpbesluit). Meer in het bijzonder wenst het Nationaal Werk via de toegang tot het Rijksregister het nieuwe adres te achterhalen van personen die hun adreswijziging niet uit eigen beweging aan het Nationaal Werk hebben meegedeeld.
II. ONDERZOEK VAN HET ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT
A. Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
Op grond van artikel 5, tweede lid, a), Rijksregisterwet kan de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bij in Ministerraad overlegd besluit de toegang tot het Rijksregister uitbreiden tot instellingen van Belgisch recht die opdrachten van algemeen belang vervullen;
deze instellingen worden nominatief door de Koning aangeduid.
De v.z.w. "Nationaal Werk De Vrienden der Blinden" is een instelling van Belgisch recht en heeft als maatschappelijk doel "le bien être des aveugles et assimilés" (artikel 4 van de statuten), te vertalen als "het welzijn van blinden en gelijkgestelde personen".
Uit het verslag aan de Koning blijkt dat de vereniging daadwerkelijk op ruime schaal activiteiten ontwikkelt in overeenstemming met haar maatschappelijk doel.
De Commissie is van oordeel dat de verwezenlijking van dit maatschappelijk doel in casu als een opdracht van algemeen belang kan worden beschouwd.
B. Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zoals gewijzigd door de Wet van 11 december 1998 tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens (afgekort: Wet Verwerking Persoonsgegevens)
1. Algemeen Aangezien de wet van 11 december 1998 op 1 september 2001 in werking treedt en rekening houdende met de vermoedelijke afkondigingsdatum van het koninklijk besluit waarvan het ontwerp momenteel ter advies aan de Commissie wordt voorgelegd, acht de Commissie het aangewezen de adviesaanvraag te toetsen aan de bepalingen van de gewijzigde Wet Verwerking Persoonsgegevens.
De gegevens van het Rijksregister waartoe toegang wordt gevraagd zijn persoonsgegevens in de zin van de Wet Verwerking Persoonsgegevens. De raadpleging of de mededeling van deze gegevens is een verwerking in de zin van deze wet.
Iedere natuurlijke persoon heeft in verband met de verwerking van persoonsgegevens die op hem betrekking hebben, recht op bescherming van zijn fundamentele rechten en vrijheden, inzonderheid op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.
Persoonsgegevens dienen voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden te worden verkregen en niet verder te worden verwerkt op een wijze die, rekening houdend met alle relevante factoren, met name met de redelijke verwachtingen van de betrokkene en met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, onverenigbaar is met die doeleinden.
Persoonsgegevens dienen toereikend, terzake dienend en niet overmatig te zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt.
2. Rechtmatigheid van de verwerking
Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt in de gevallen, omschreven in artikel 5 Wet Verwerking Persoonsgegevens, onder meer: e) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van openbaar belang.
Op grond van reeds aangehaalde overwegingen is de Commissie van oordeel dat de gevraagde verwerking aan deze voorwaarde voldoet.
3. Onderzoek van de doeleinden
Het maatschappelijk doel van het Nationaal Werk wordt omschreven in de statuten van de vereniging, die hierboven reeds werden geciteerd.
Volgens het verslag aan de Koning beoogt de vereniging de ontwikkeling van een actieve solidariteit tussen zienden en blinden, onafhankelijk van welke politieke, religieuze of filosofische overtuiging ook. De door het Nationaal Werk gepresteerde diensten strekken ertoe een materiële en morele hulp te bieden aan alle slechtzienden en blinden, wie zij ook zijn. De vereniging biedt verschillende diensten aan, waaronder een centrum voor visuele revalidatie, opleidingscentra voor geleidehonden, aangepaste tewerkstelling, een centrum voor omzetting in braille, een sociale dienst, een juridische dienst en een bioscoop die toegankelijk is voor blinden.
De v.z.w. wordt gedeeltelijk gesubsidieerd door de overheid, maar de voornaamste opdrachten van de vereniging worden verzekerd dankzij de vrijgevigheid van vele schenkers.
Om haar maatschappelijk doel te verwezenlijken moet de v.z.w., aldus de motivering in het verslag aan de Koning, in contact treden en blijven met die personen wier namen en adressen haar worden meegedeeld door de gemeenten. In geval van adreswijziging, wanneer de betrokkene zijn adreswijziging niet meedeelt aan het Nationaal Werk, zijn de gemeenten niet langer gemachtigd de vereniging het nieuwe adres mee te delen. Via het Rijksregister kan het nieuwe adres snel worden gevonden op basis van het oude adres.
De Commissie verstaat het doeleinde van de gevraagde machtiging bijgevolg als het achterhalen, in geval van een adreswijziging die niet aan het Nationaal Werk wordt meegedeeld, van het nieuwe adres van blinden en slechtzienden die bij het Nationaal Werk reeds bekend zijn.
De verwerking, namelijk de raadpleging van het Rijksregister, met het oog op het aldus omschreven doeleinde is naar het oordeel van de Commissie, en rekening houdend met de redelijke verwachtingen van de betrokkene en met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, in beginsel verenigbaar met de doeleinden van het Rijksregister van de natuurlijke personen. Uit de tekst van artikel 5, tweede lid, a), van de Rijksregisterwet kan worden afgeleid dat één van de doelstellingen van het Rijksregister er precies in bestaat de instellingen van Belgisch recht die opdrachten van algemeen belang vervullen, in staat te stellen deze opdrachten uit te voeren.
De Commissie wenst te beklemtonen dat de toegangsmachtiging strikt moet beperkt blijven tot dit ene doeleinde, namelijk het up to date houden van het adressenbestand van de bij het Nationaal Werk reeds bekende blinden en slechtzienden, die van adres zijn veranderd zonder hun adreswijziging aan het Nationaal Werk mee te delen.
Andere doeleinden zijn uitgesloten. Er kan bijvoorbeeld geen sprake van zijn de toegang tot het Rijksregister te gebruiken om adressen van donateurs op te zoeken.
Eens de informatie (het adres van de betrokkene) verkregen is bestaat er uiteraard geen bezwaar tegen een verdere verwerking voor het ruimere doeleinde, omschreven in artikel 1 van het ontwerpbesluit, voor zover deze verdere verwerking voor het overige in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften.
De Commissie plaatst een vraagteken bij de notie van "gelijkgestelde personen". Uit de tekst van het ontwerp van koninklijk besluit kan niet worden opgemaakt wie met deze omschrijving wordt bedoeld. Indien de personen worden bedoeld die, wat hun blindheid of slechtziendheid betreft, met blinden of slechtzienden gelijkgesteld kunnen worden, is de toevoeging overbodig. Indien andere categorieën van personen worden bedoeld, kan de Commissie niet instemmen met de toevoeging. Derhalve is de Commissie van oordeel dat de toevoeging moet geschrapt worden.
De Commissie merkt ten overvloede op dat de statuten van het Nationaal Werk slechts melding maken van "blinden en gelijkgestelde personen". De Commissie neemt aan dat met deze "gelijkgestelde personen" de slechtzienden worden bedoeld die, wat de ernst van hun handicap betreft, met blinden kunnen worden gelijkgesteld. In deze zin begrepen is het voldoende de doelgroep te omschrijven als de "blinde en slechtziende personen".
Het verslag aan de Koning motiveert de aanvraag met het argument dat de vereniging in contact moet treden en blijven met die personen wier namen en adressen haar meegedeeld worden door de gemeenten. De Commissie merkt op dat de gemeenten over een wettelijke grondslag moeten beschikken om de namen en adressen van blinden en slechtzienden aan het Nationaal Werk mee te delen.
4. Onderzoek van de proportionaliteit De toegang tot de gegevens betreffende naam en voornamen, geboorteplaats en -datum en hoofdverblijfplaats zijn naar het oordeel van de Commissie noodzakelijk om het doeleinde van de gevraagde verwerking te realiseren.
De toegang tot de wijzigingen die in de periode van drie jaar voorafgaand aan de mededeling zijn aangebracht lijkt niet noodzakelijk. De Commissie is van oordeel dat op grond van de naam, voornaam en geboortedatum een voldoende nauwkeurige identificatie mogelijk is. Wegens het ontbreken van een afdoende verantwoording voor de toegang tot de wijzigingen in de periode van drie jaar voorafgaand aan de mededeling kan de Commissie niet akkoord gaan met dit onderdeel van de gevraagde machtiging.
5. Recht van verzet Op grond van artikel 12, §1, tweede lid, is eenieder gerechtigd om wegens zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen die verband houden met zijn bijzondere situatie, zich ertegen te verzetten dat hem betreffende persoonsgegevens het voorwerp van een verwerking vormen, behoudens uitzonderingen die in de voorliggende adviesaanvraag niet aan de orde zijn. Het recht op verzet tegen de verwerking wordt aldus afhankelijk gemaakt van een bijzondere motivering.
De Commissie is van oordeel dat elke blinde of slechtziende persoon, die zich tegen de in de adviesaanvraag beoogde verwerking wenst te verzetten, moet geacht worden te voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 12, §1, tweede lid. De betrokkene bevindt zich wegens zijn handicap in een bijzondere situatie en kan naar het oordeel van de Commissie er niet toe verplicht worden in te stemmen met een verwerking van zijn persoonsgegevens, in een context die in verband staat met zijn handicap, door een vereniging waarmee hij geen betrekkingen wenst te onderhouden. De bijzondere situatie waarin de blinde of slechtziende persoon zich bevindt, die de grondslag vormt voor de machtiging tot toegang tot de gevraagde gegevens van het Rijksregister, vormt voor de betrokkene tevens de zwaarwichtige en gerechtvaardigde reden die de wet vereist om zich tegen de verwerking te verzetten.
6. Gebruik van de gegevens
Artikel 3 van het ontwerpbesluit stipuleert dat de met toepassing van artikel 1 verkregen gegevens door de v.z.w. "Nationaal Werk De Vrienden der Blinden" uitsluitend mogen worden gebruikt voor de doeleinden vermeld in dat artikel, namelijk om haar in staat te stellen "haar opdrachten van morele en materiële hulp aan slechtziende, blinde en gelijkgestelde personen uit te voeren".
De Commissie verwijst naar de hierboven onder punt B.3 reeds gemaakte opmerkingen.
Artikel 3 bepaalt verder dat de gegevens niet aan derden mogen worden meegedeeld. Als derden worden evenwel niet beschouwd:
1° de natuurlijke personen op wie de gegevens betrekking hebben of hun wettelijke vertegenwoordigers;
2° de openbare overheden en instellingen aangewezen krachtens artikel 5 van de Rijksregisterwet, voor de gegevens die hen meegedeeld kunnen worden krachtens hun aanwijzing in het kader van de betrekkingen die zij onderhouden met de v.z.w. "Nationaal Werk De Vrienden der Blinden" voor de in artikel 1 bedoelde doeleinden, bij de vervulling van hun wettelijke en reglementaire taken.
De Commissie waardeert de strekking van deze bepaling, die kennelijk een verhoogde bescherming van de verkregen gegevens beoogt, maar is niettemin van oordeel dat ze overbodig is. Onder punt B.3 werd reeds opgemerkt dat, eens de informatie (het adres van de betrokkene) verkregen is, er geen bezwaar bestaat tegen een verdere verwerking voor het ruimere doeleinde, omschreven in artikel 1 van het ontwerpbesluit, voor zover deze verdere verwerking voor het overige in overeenstemming is met de wettelijke voorschriften. De adressenlijst van het Nationaal Werk vormt een verwerking van persoonsgegevens met een eigen finaliteit, die in elk geval moet gerespecteerd worden, ook indien de gegevens niet via het Rijksregister zijn verkregen. De betrokkene zelf heeft hoe dan ook recht op verstrekking van de gegevens die betreffende zijn persoon worden verwerkt. Wat de mededeling aan derden betreft is er geen reden om bijzondere regels op te stellen voor openbare overheden of voor instellingen aangewezen krachtens artikel 5 van de Rijksregisterwet. Daarenboven moet worden opgemerkt dat het recht van verzet, waarvan sprake onder punt B.5, ook geldt voor mededelingen aan derden.
7. Personen aan wie toegang wordt verleend
Artikel 2 van het ontwerpbesluit behoudt de toegang tot het Rijksregister voor aan de algemeen directeur van de v.z.w. "Nationaal Werk De Vrienden der Blinden" en aan de personeelsleden van de vereniging die de algemeen directeur daartoe bij naam en schriftelijk aanwijst omwille van hun functie en binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden. De lijst van de aldus aangewezen personeelsleden, met vermelding van hun titel en hun functie, wordt jaarlijks opgesteld en bezorgd aan de Commissie.
De Commissie geeft er de voorkeur aan dat deze lijst permanent wordt bijgehouden, ter plaatse wordt bewaard en ter beschikking van de Commissie wordt gehouden.
Artikel 2, derde lid, van het ontwerpbesluit bepaalt verder dat de in het eerste lid bedoelde personen zich er schriftelijk toe verbinden de veiligheid van de verwerking en de vertrouwelijkheid van de gegevens van het Rijksregister waartoe zij toegang hebben, te verzekeren.
De Commissie beschouwt deze bepaling als een bijkomende garantie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen.
OM DEZE REDENEN,
brengt de Commissie, onder voorbehoud van de gemaakte opmerkingen, een gunstig advies uit betreffende het ontwerp van koninklijk besluit, voor zover de toegangsmachtiging wordt beperkt tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2° en 5° van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.