Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 10 Maart 2015 (België). RG M11-3-0390/8115

Date :
10-03-2015
Langue :
Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20150310-11
Numéro de rôle :
M11-3-0390/8115

Résumé :

Samenvatting 1

Decision :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

(...)

I. Feiten

Luc Z. en Lucienne Y. waren met elkaar gehuwd geweest, maar sedert 2005 waren zij uit de echt gescheiden en woonden zij elk op een ander adres.

De heer Luc Z. is in de nacht van 5 op 6 januari 2006, binnengedrongen in de woning van Lucienne Y.. Hij bracht zijn ex-echtgenote - die te slapen lag - een viertal messteken toe. Zij overleed ten gevolge van de opgelopen verwondingen. Tijdens deze steekpartij bracht de heer Z. ook een messteek toe aan zijn stiefdochter, de minderjarige Nadzjda X., waardoor deze zwaar gekwetst werd en twee weken gehospitaliseerd was.

II. Vervolging

Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... d.d. 11 maart 2008 werd Luc Z. veroordeeld tot levenslange opsluiting wegens het:

A. met voorbedachten rade opzettelijk, met het oogmerk om te doden, Lucienne Y. gedood te hebben.

B. gepoogd te hebben, opzettelijk, met het oogmerk om te doden, X. Nadjzjda, te doden, waarbij het voornemen om de misdaad te plegen zich geopenbaard heeft door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en alleen ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist.

De voorziening die Luc Z. tegen dit arrest had ingesteld werd bij arrest d.d. ../../2008, gewezen door het Hof van Cassatie, afgewezen.

Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... d.d. 12 maart 2008 werd hij veroordeeld om aan de verzoekster de volgende bedragen te betalen:

- euro 25.000 voor morele schade

- euro 1 voor materiële schade (geen bewijsstukken)

Tevens werd er een voorbehoud toegekend voor de psychische gevolgen van de feiten en de hieraan verbonden kosten van psychotherapeutische bijstand.

III. Gevolgen van de feiten

Door de Voorzitter van het Hof van Assisen van ..., de heer D. T. werd dokter M. P. uit ... aangesteld als geneesheer deskundige om Nadjzjda X. te onderzoeken.

Uit het neergelegd deskundig verslag G.28026 van 7 februari 2008 (Dr. P.), citeren wij de volgende zaken :

"GENEESKUNDIG ONDERZOEK.

Ter hoogte van de rechter borst is er links onder de tepelhof een horizontaai verlopend litteken

van 1,5 cm lang.

Het situeert zich op 6 cm rechts van de middellijn. Hel is wit van kleur, lichtjes verdikt en niet pijnlijk bij aanraking.

Dit is afkomstig van de steekverwonding.

Bij palpatie naar de diepte toe ter hoogte van dit litteken, geeft ze wel pijn aan. Ter hoogte van de rechter voorste thoraxwand is er een litteken van 8 cm lang.

Het situeert zich op 12 cm rechts van de middellijn. Het is wit van kleur, lichtjes verdikt en niet pijnlijk bij aanraking.

Dit is afkomstig van de drain.

BESPREKING EN BESLUIT.

Ten gevolge van de opgelopen steekverwonding en het plaatsen van de thoraxdrain was

X. Nadjzjda tijdelijk volledig ongeschikt tot het verrichten van persoonlijk arbeid.

Op fysisch gebied houdt ze er twee littekens aan over. Ze heeft het hier erg moeilijk mee.

Ze lijdt aldus niet aan een ongeneeslijk lijkende ziekte, vertoont geen volledig verlies van het

gebruik van een orgaan en is ook niet zwaar verminkt.

Uiteindelijk kunnen we stellen dat ze geen blijvende fysische ongeschiktheid vertoont.

Ze vertoont wel een blijvende psychische schade die eventueel bijkomend dient geëvalueerd te

worden aan de hand van een psychiatrisch onderzoek."

Verzoekster verklaart ter zitting dat zij nog last heeft tijdens het hoesten (krampen).

Zij heeft haar moeder in haar bijzijn zien afslachten en werd zelf verwond. De andere kinderen waren eveneens (thuis) aanwezig of in de onmiddellijke nabijheid van de feiten. Zij woonden evenals verzoekster, (oudste meisje) bij hun moeder in.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

A Via de dader

De heer Luc Z. is volstrekt onvermogend. Zijn raadsman laat weten dat hij in de absolute onmogelijkheid verkeert om de schadevergoeding waartoe hij werd veroordeeld, te betalen.

In de akte van beschuldiging staat hieromtrent : " Zo kende hij in een tijdspanne van 21 jaar tijd maar liefst 40 verschillende tewerkstellingsperiodes... . uiteindelijk werd hij op 9 augustus 2004 geschrapt bij de RVA wegens langdurige werkloosheid. In de periode van 15 oktober 2004 tot en met 30 november 2004 genoot hij van een leefloon en vanaf september 2005 genoot hij ook geen werkloosheidsuitkering meer omdat hij zijn stempelkaart niet indiende.

Hoe dan ook zou hij toch geschorst geweest zijn voor vier weken omdat hij zich bij herhaling niet had aangemeld bij de VDAB"

B Via de verzekering

KBC verzekeringen keerde in het kader van de waarborg "insolventie" euro 25.000 uit aan de vier kinderen of euro 6.250 per kind.

C Na de feiten is verzoekster na een verblijf in een instelling bij haar broer gaan inwonen.

Vanaf haar 17de is zij alleen gaan wonen. Thans is zij wettelijk samenwonend met haar partner.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp zowel in haar hoedanigheid als nabestaande van haar overleden moeder (onrechtstreeks slachtoffer) als van rechtstreeks slachtoffer (feiten op haar persoon gepleegd).

- morele schade euro 50.000,00

- verlies aan levensonderhoud (wegvallen van haar moeder) euro 12.000,00

- subtotaal euro 62.000,00

- tussenkomst KBC euro 6.250,00

totale schadebegroting euro 55.750,00

Er dient rekening gehouden te worden met de uitbetaling uitgekeerd door de verzekerings-maatschappij.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn nagenoeg onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle elementen van het dossier, met de ernst van de feiten en met de verklaringen van verzoekster ter zitting kent de Commissie haar volgende bedragen toe:

- in haar hoedanigheid van nabestaande van haar overleden moeder (onrechtstreeks slachtoffer)

euro 25.000 voor morele schade, in billijkheid;

- in haar hoedanigheid van rechtstreeks slachtoffer (feiten op haar persoon gepleegd):

euro 7.500 in billijkheid.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk.

- Kent verzoekster een hulp toe van euro 25.000 als onrechtstreeks slachtoffer.

- Kent verzoekster een hulp toe van euro 7.500 als rechtstreeks slachtoffer.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 maart 2015.

De secretaris, De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS