Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 16 Oktober 2007 (België). RG 98852/1118
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20071016-27
- Numéro de rôle :
- 98852/1118
Résumé :
Samenvatting 1
Decision :
De Commissie nam kennis van de stukken, onder meer van:
- (...);
- de beslissing van 28 november 2000 waarbij het verzoek ontvankelijk werd verklaard, doch, vooraleer ten gronde te beslissen, werd gevraagd dat verzoekster eerst pogingen zou ondernemen om haar schade te verhalen op de nalatenschap van de dader;
- de diverse inlichtingen van het Parket-generaal te ... achtereenvolgens neergelegd op het secretariaat op volgende data: 21 maart 2001, 5 december 2002, 29 september 2003, 9 september 2004, 16 december 2004, 16 november 2005 en 19 januari 2006;
- het verslag opgemaakt door de verslaggever op 23 januari 2006 overeenkomstig artikel 15 van het K.B. van 18 december 1986;
- het op 27 februari 2006 door het Parket-generaal overgemaakte arrest van het Hof van Cassatie d.d. ../../2006;
- het door de Afgevaardigde van de Minister van Justitie op 1 maart 2006 neergelegd advies;
- de beslissing van 19 september 2006 waarbij het verzoek ongegrond werd verklaard en waarbij de zaak verwezen werd naar de bijzondere rol;
- het schrijven aan de raadsman van verzoekster d.d. 21 september 2006;
- het aangetekend schrijven aan verzoekster d.d. 21 september 2006;
- het schrijven van het secretariaat d.d. 10 oktober 2006 met inlichtingen aan het Parket-generaal;
- het herinnerend schrijven aan de raadsman van verzoekster d.d. 14 mei 2007;
- de schriftelijke reactie van de raadsman van verzoekster d.d. 5 juni 2007 met de mededeling dat het secretariaat zich rechtstreeks tot de moeder van verzoekster, mevrouw Rosa Y., dient te wenden;
- het herinnerend schrijven aan de moeder van verzoekster d.d. 5 juni 2007 vanwege het secretariaat;
- de schriftelijke reactie van de moeder van verzoekster d.d. 21 juni 2007.
De Commissie hoorde in haar openbare zitting van 25 september 2007 de verslaggever in zijn verslag over de feitelijke toedracht van de zaak en over de middelen van de partijen.
De afgevaardigde van de Minister van Justitie is niet verschenen noch iemand voor hem.
*
* *
Beoordeling door de Commissie
De Commissie verwijst naar de voorgaande beslissingen d.d. 28 november 2000 en d.d. 19 september 2006, waarin aan verzoekster telkens gevraagd werd om de schade te trachten verhalen op de nalatenschap van de dader.
Mevrouw Rosa Y. heeft in haar schrijven van 21 juni 2007 medegedeeld dat de nalatenschap van de heer Dirk Z. ‘waarschijnlijk‘ niet werd verworpen en dat zij niet de intentie heeft om nog uitvoeringspogingen te ondernemen op de nalatenschap van Dirk Z..
De aandacht dient gevestigd op artikel 31 bis § 1, 5de waarbij gewezen wordt op het beginsel van de subsidiariteit.
Dit artikel bepaalt: "De financiële hulp wordt toegekend onder de voorwaarde dat de schade niet afdoende kan worden hersteld door de dader , ... noch op enige andere manier."
Een verzoeker dient bijgevolg eerst de gewone middelen uit te putten om een vergoeding voor zijn nadeel te bekomen.
In de gegeven omstandigheden kan de Commissie niet anders dan vast te stellen dat het verzoek van verzoekster aangaande haar vordering tot het bekomen van een hulp ongegrond is.
*
* *
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37 bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986.
Verklaart het verzoek ongegrond.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 16 oktober 2007.
De secretaris a.i., De voorzitter,
M. STEYAERT P. DRAULANS