Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 18 November 2003 (België). RG M21292146
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20031118-9
- Numéro de rôle :
- M21292146
Résumé :
Samenvatting 1 x
Decision :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
I. Feiten
Op 19 februari 1999 werd mevrouw Nicole W., geboren op ... 1955, te ... met messteken gedood door haar vriend, Leon T..
De dader verklaarde hierover dat er een discussie geweest was over geld en dat hij door het slachtoffer gestoken zou zijn met een mesje in de halsstreek. Omdat de deur op slot was en hij niet meer weg kon, ging hij naar de keuken, nam een groot mes en sneed de hals van het slachtoffer over.
II. Vervolging
De dader werd vervolgd wegens het opzettelijk met het oogmerk om te doden gedood te hebben, de doodslag verschoonbaar zijnde aangezien zij onmiddellijk uitgelokt is door zware gewelddaden tegen personen.
Bij vonnis d.d. 9 februari 2001 van de Correctionele rechtbank te ... werd de internering van de heer Leon T. gelast. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding.
Bij arrest d.d. 28 juni 2001 van het Hof van beroep te ... werd het vonnis op strafrechtelijk gebied bevestigd.
Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot volgende morele schadevergoeding aan:
- mevrouw Brigitte B.: 300.000 frank (EUR 7.436,81)
- de heer Stefan W.: 500.000 frank (EUR 12.394,68)
- mevrouw Andrea De C.: 250.000 frank (EUR 6.197,34)
- mevrouw Christiane W. : 100.000 frank (EUR 2.478,94)
- mevrouw Chantalle T.: 100.000 frank (EUR 2.478,94)
- de heer Serge B.: 50.000 frank (EUR 1.239,47)
Alle sommen meer de intresten.
De door de heer T. ingestelde voorziening in cassatie werd op ... 2001 verworpen.
III. Financiële middelen en schadeloosstelling
De raadsman van de heer T. schrijft op 27 november 2001 dat zijn cliënt niet over de financiële middelen beschikt om de burgerlijke partijen te voldoen. Hij stelt verder dat de heer T. nooit vermogend is geweest en dat 6 maanden na diens aanhouding zijn recht op pensioen vervallen is, zodat hij over geen enkele vorm van inkomsten, noch over liggende gelden beschikt. Bovendien verblijft T. in de gevangenis.
Serge B., invalide, had in 1997, 1998 en 1999 een gezamenlijk belastbaar inkomen van respectievelijk 561.826 frank, 633.697 frank en 341.365 frank. Hij verklaart noch over een familiale polis noch over een polis rechtsbijstand te beschikken.
IV. Begroting van de schade
De verzoekers ramen hun schade (vergoeding voor psychisch leed en kosten voor de burgerlijke partijstelling) als volgt:
- de heer Stefan W. (verlies van moeder): EUR 20.000
Stefan W. was op het moment van de feiten minderjarig (17 jaar en 9 maanden)
en woonde in bij zijn moeder
- mevrouw Brigitte B. (verlies van moeder) EUR 15.000
- mevrouw Christiane W. (verlies van zus): EUR 4.000
- mevrouw Chantalle T. (verlies van zus): EUR 4.000
- de heer Serge B. (verlies van tante): EUR 2.000
- mevrouw Andrea De C. (verlies van dochter): EUR 10.000 (afstand)
V. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 32 en 33 van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Na onderzoek van alle elementen van het dossier is de Commissie van mening dat het bedrag van de schadevergoeding zoals toegewezen in het arrest van 28 juni 2001 een billijke vergoeding is en dat, rekening houdend met de ernst van de feiten waarmee verzoeker als nabestaande geconfronteerd werd, dit bedrag integraal dient toegekend te worden als financiële hulp.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37 van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 17 en 18 februari 1997 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk,
Kent de verzoeker een hulp toe van EUR 1.239.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 november 2003.
Op 19 februari 1999 werd mevrouw Nicole W., geboren op ... 1955, te ... met messteken gedood door haar vriend, Leon T..
De dader verklaarde hierover dat er een discussie geweest was over geld en dat hij door het slachtoffer gestoken zou zijn met een mesje in de halsstreek. Omdat de deur op slot was en hij niet meer weg kon, ging hij naar de keuken, nam een groot mes en sneed de hals van het slachtoffer over.
II. Vervolging
De dader werd vervolgd wegens het opzettelijk met het oogmerk om te doden gedood te hebben, de doodslag verschoonbaar zijnde aangezien zij onmiddellijk uitgelokt is door zware gewelddaden tegen personen.
Bij vonnis d.d. 9 februari 2001 van de Correctionele rechtbank te ... werd de internering van de heer Leon T. gelast. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding.
Bij arrest d.d. 28 juni 2001 van het Hof van beroep te ... werd het vonnis op strafrechtelijk gebied bevestigd.
Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot volgende morele schadevergoeding aan:
- mevrouw Brigitte B.: 300.000 frank (EUR 7.436,81)
- de heer Stefan W.: 500.000 frank (EUR 12.394,68)
- mevrouw Andrea De C.: 250.000 frank (EUR 6.197,34)
- mevrouw Christiane W. : 100.000 frank (EUR 2.478,94)
- mevrouw Chantalle T.: 100.000 frank (EUR 2.478,94)
- de heer Serge B.: 50.000 frank (EUR 1.239,47)
Alle sommen meer de intresten.
De door de heer T. ingestelde voorziening in cassatie werd op ... 2001 verworpen.
III. Financiële middelen en schadeloosstelling
De raadsman van de heer T. schrijft op 27 november 2001 dat zijn cliënt niet over de financiële middelen beschikt om de burgerlijke partijen te voldoen. Hij stelt verder dat de heer T. nooit vermogend is geweest en dat 6 maanden na diens aanhouding zijn recht op pensioen vervallen is, zodat hij over geen enkele vorm van inkomsten, noch over liggende gelden beschikt. Bovendien verblijft T. in de gevangenis.
Serge B., invalide, had in 1997, 1998 en 1999 een gezamenlijk belastbaar inkomen van respectievelijk 561.826 frank, 633.697 frank en 341.365 frank. Hij verklaart noch over een familiale polis noch over een polis rechtsbijstand te beschikken.
IV. Begroting van de schade
De verzoekers ramen hun schade (vergoeding voor psychisch leed en kosten voor de burgerlijke partijstelling) als volgt:
- de heer Stefan W. (verlies van moeder): EUR 20.000
Stefan W. was op het moment van de feiten minderjarig (17 jaar en 9 maanden)
en woonde in bij zijn moeder
- mevrouw Brigitte B. (verlies van moeder) EUR 15.000
- mevrouw Christiane W. (verlies van zus): EUR 4.000
- mevrouw Chantalle T. (verlies van zus): EUR 4.000
- de heer Serge B. (verlies van tante): EUR 2.000
- mevrouw Andrea De C. (verlies van dochter): EUR 10.000 (afstand)
V. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 32 en 33 van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Na onderzoek van alle elementen van het dossier is de Commissie van mening dat het bedrag van de schadevergoeding zoals toegewezen in het arrest van 28 juni 2001 een billijke vergoeding is en dat, rekening houdend met de ernst van de feiten waarmee verzoeker als nabestaande geconfronteerd werd, dit bedrag integraal dient toegekend te worden als financiële hulp.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37 van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 17 en 18 februari 1997 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk,
Kent de verzoeker een hulp toe van EUR 1.239.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 november 2003.