Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 23 April 1998 (België). RG 864/368
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-19980423-10
- Numéro de rôle :
- 864/368
Résumé :
(De verzoeker houdt voor dat hij in een herberg te Deurne op 18 mei 1992 het slachtoffer werd van opzettelijke gewelddaden die op hem werden gepleegd. Uit de bewoordingen van het inleidend verzoekschrift van 5 juli 1995 mag worden aangenomen dat hij aan de Commissie een hulp vroeg, die provisioneel begroot werd op 150.000 frank. Uit de gegevens van het dossier en van het door de verslaggever opgevraagde strafdossier op het parket te Antwerpen, blijkt dat de genaamden L. F... en L. R..., vervolgd wegens het opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen aan de verzoeker, met een blijvende arbeidsongeschiktheid voor gevolg, door de correctionele rechtbank te Antwerpen bij vonnis van ... 1995 werden vrijgesproken en dat die uitspraak bevestigd werd bij arrest van het Hof van beroep te Antwerpen van ... 1997. De strafrechter verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering van de verzoeker, die zich burgerlijke partij had gesteld. De bewoordingen en beweegredenen van voormeld arrest laten toe vast te stellen dat het Hof als vaststaande heeft aangenomen dat de verzoeker op de dag van de feiten buiten de gelagzaal van de herberg werd gestampt en nadien in de gelagzaal in de rugstreek werd gestampt. Er werd tevens geoordeeld dat de kwetsuren die de verzoeker aan het been opliep niet veroorzaakt werden door het vallen van of over een stoel of barkruk. De strafrechter oordeelde evenwel dat waar niet kon worden vastgesteld wie van de twee verdachten de verwondingen had veroorzaakt en waar het ook niet gebleken was dat er tussen de betrokkenen enig misdadig overleg bestond, beiden dienden vrijgesproken te worden. Uit wat voorafgaat volgt dat de verzoeker het slachtoffer werd van gewelddaden. De wettelijke voorschriften en pleegvormen om aan de Commissie een hulp te vragen werden nageleefd. Het verzoek is ontvankelijk. Vooraleer de strafrechter uitspraak deed, heeft hij een medisch deskundigenonderzoek bevolen (vonnis correctionele rechtbank te Antwerpen van ... 1994 en het deskundigenverslag van Dokter Van N., dd. 13 augustus 1994). Op dat ogenblik was nog geen consolidatie ingetreden en was er een tijdelijke werkongeschiktheid van 25 % terwijl de deskundige zich over de verdere evolutie niet kon uitspreken maar wel vaststelde dat er een beduidend percentage blijvende werkongeschiktheid zou blijven bestaan. In de gegeven omstandigheden komt het passend voor, vooraleer verder te beslissen, een aanvullend medisch deskundigenonderzoek van het slachtoffer te bevelen. OP DIE GRONDEN, De Commissie, Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37 van de wet van 1 augustus 1985, laatst gewijzigd bij de wetten van 17 en 18 februari 1997, en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986, Verklaart het verzoek tot het bekomen van een hulp ontvankelijk en beveelt, vooraleer ten gronde te oordelen, een aanvullend medisch deskundigenonderzoek en gelast met dit onderzoek de Gerechtelijk-geneeskundige Dienst, aan dewelke opdracht wordt gegeven, met inachtneming van artikel 17 van het K.B. van 18 december 1986 en van artikel 979 van het gerechtelijk wetboek, - kennis te nemen van het dossier, meer bepaald van het verslag van Dokter Van N., geneesheer te Antwerpen, gedagtekend 13 augustus 1994 (stuk 24 van het parketdossier); - de genaamde C., geboren op ... 1959 en wonende te Zeebrugge, ..., medisch te onderzoeken; - na herbeschrijving van de letsels die de verzoeker heeft opgelopen op 18 mei 1992, de graad en de duur van de tijdelijke werkongeschiktheid te bepalen en deze van de eventuele blijvende werkonbekwaamheid en vast te stellen welke medische zorgen de betrokkene nog zou dienen te ontvangen; - van zijn bevindingen een schriftelijk en gemotiveerd verslag op te stellen en dit neer te leggen op het secretariaat van de Commissie binnen de vier maanden na de kennisgeving van deze opdracht; - de verslaggever, via het secretariaat van de Commissie, op de hoogte te houden van het verloop van de verrichtingen van het deskundigenonderzoek. Verwijst de zaak inmiddels naar de bijzondere rol.)
Decision :
La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.